Bouwstenen van organismen

korte samenvatting van de module 'bouwstenen van organismen'

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Bouwstenen van organismen Door Mind Map: Bouwstenen van organismen

1. 1 cel

1.1. - kleinste levende bouwsteentje van een organisme - levende cel = opgebouwd uit verschillende levende stoffen

1.2. voorbeelden - dekcel - spiercel - steuncel

2. 2 weefsel

2.1. - groep van cellen met hetzelfde uitzicht en dezelfde functie. - bestaat uit 1 celtype - microscopisch klein

2.2. voorbeelden - dekweefsel - spierweefsel - steunweefsel

3. 3 orgaan

3.1. - een groep van weefsels die samen instaan voor dezelfde functies. - bestaan uit verschillende celtypes - microscopisch klein

3.2. voorbeelden - mondholte - hart - blad - stengel

4. plantaardige cel

4.1. celmembraan

4.1.1. een dun vliesje rondom cytoplasma

4.1.1.1. celbegrenzing die het transport v stoffen in en uit de cel regelt

4.2. cytoplasma

4.2.1. geleiachtige vloeistof waarin versch. celonderdelen voorkomen.

4.2.1.1. celvloeistof die opgeloste stoffen vr de cel bevat

4.3. mitochondriën

4.3.1. heel kleine korreltjes in het cytoplasma (amper of niet zichbaar met lichtmicroscoop)

4.3.1.1. stofomzettingen waarbij glucose wordt verbrandt en energie vrijkomt

4.4. celwand

4.4.1. dikke celbegrenzing opgebouwd uit cellulose

4.4.1.1. zorgt voor vorm en stevigheid vd plantencel

4.5. vacuole

4.5.1. blaasje gevuld met vocht dat de celinhoud tegen de celwand duwt.

4.5.1.1. water en opgeloste stoffen w. hier opgeslagen + geven de plantencel extra stevigheid.

4.6. bladgroenkorrels

4.6.1. grotere groene korrels in het cytoplasma van plantencellen

4.6.1.1. stofomzettingen waarbij voedingsstoffen (glucose) vr de plant w. gevormd.

4.7. celkern

4.7.1. herkenbaar bolvormig donkergekleurd celonderdeel

4.7.1.1. coordineert werking vd cel en bevat erfelijke kenmerken vh organisme (DNA)

5. dierlijke cel

5.1. celmembraan

5.1.1. een dun vliesje rondom cytoplasma

5.1.1.1. celbegrenzing die het transport v stoffen in en uit de cel regelt

5.2. cytoplasma

5.2.1. geleiachtige vloeistof waarin versch. celonderdelen voorkomen.

5.2.1.1. celvloeistof die opgeloste stoffen vr de cel bevat

5.3. mitochondriën

5.3.1. heel kleine korreltjes in het cytoplasma (amper of niet zichbaar met lichtmicroscoop)

5.3.1.1. stofomzettingen waarbij glucose wordt verbrandt en energie vrijkomt

5.4. celkern

5.4.1. herkenbaar bolvormig donkergekleurd celonderdeel

5.4.1.1. coordineert werking vd cel en bevat erfelijke kenmerken vh organisme (DNA)

6. - overlangse doorsnede = snijrichting in de lengte - dwarse doorsnede = snijrichting dwars (loodrecht) op de lengte

7. - macroscopisch = je kan het zien met het blote oog. - microscopisch = je kan het enkel zien met een loep of microscoop => te klein om met het blote oog te zien.

8. 4 stelsel

8.1. _ een groepering van organen. - werken samen aan dezelfde levensfunctie. - macroscopisch waarneembaar

8.2. transportstelsel

8.2.1. transporteren stoffen door het lichaam. VB. bloedvaten, hart.

8.3. spijsverteringsstelsel

8.3.1. verteert voedsel tot kleine bruikbare voedingsstoffen. VB slokdarm, lever

8.4. uitscheidingsstelsel

8.4.1. verwijdert afvalstoffen uit het lichaam. VB. nieren, urineblaas

8.5. ademhalingsstelsel

8.5.1. zorgt voor de opname van zuurstofgas+afgifte van koolstofdioxide en waterdamp. VB. luchtpijp, longen

8.6. mannelijk voortplantingsstelsel

8.6.1. zorgt voor de productie van zaadcellen. VB. penis, teelballen

8.7. vrouwelijk voortplantingsstelsel

8.7.1. zorgt voor het rijpen van eicellen+ontwikkelen van bevruchte eicel tot baby. VB. eierstokken, baarmoeder

8.8. beenderstelsel

8.8.1. geeft vorm en steun aan het lichaam+ beschermt organen+aanhechting voor de spieren. VB. schedel, scheenbeen

8.9. spierstelsel

8.9.1. beweegt de beenderen of houdt ze op hun plaats. VB. biceps, buikspieren.

8.10. zenuwstelsel

8.10.1. coördineert de werking van het hele lichaam. VB. hersenen, ruggemerg

9. 5 organisme

9.1. het geheel van alle stelsels