Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
SLEEP Door Mind Map: SLEEP

1. Kritiek

2. Slaapstoornissen

2.1. a.s.a. regelmatig, minstens een maand last

2.2. Primair

2.2.1. Dysomnieën (duur, kwaliteit, tijdstio

2.2.1.1. Insomnie (slapeloosheid)

2.2.1.1.1. – Adjustment Insomnia

2.2.1.1.2. – Psychophysiological Insomnia

2.2.1.1.3. – Paradoxical Insomnia

2.2.1.1.4. – Idiopathic Insomnia

2.2.1.1.5. – Insomnia Due to Mental Disorder

2.2.1.1.6. – Inadequate Sleep Hygiene

2.2.1.1.7. – Insomnia Due to Drug or Substance or alcohol use

2.2.1.1.8. – Insomnia Due to Medical condition

2.2.1.1.9. – Non Organic Insomnia, not otherwise specified

2.2.1.1.10. – Physiologic (Organic) Insomnia, unspecified

2.2.1.1.11. De vicieuze cirkel van slapeloosheid: PIEKEREN -> NIET KUNNEN SLAPEN

2.2.1.1.12. Insomnie of slapeloosheid is een subjectieve klacht

2.2.1.1.13. Polysomnografie alleen aangewezen bij vermoeden op organische slaapstoornissen

2.2.1.1.14. Diagnostiek

2.2.1.1.15. Slaapdagboek waardevol instrument

2.2.1.1.16. stressgerelateerde klachten

2.2.1.2. hypersomnie (moeilijk wakker blijven overdag)

2.2.1.3. afwijkingen in ademhaling (bijv slaapapneu)

2.2.1.4. Verstoringen van het slaap-waakritme.

2.2.1.5. Narcolepsie

2.2.1.6. restless legs

2.2.2. parasomnieën

2.2.2.1. abnormale verschijnselen tijdens slaap

2.2.2.1.1. nachtmerries

2.2.2.1.2. slaapwandelen (vooral kinderen)

2.2.2.1.3. praten

2.2.2.1.4. tandenknarsen

2.2.2.1.5. pavor nocturnus (vooral kinderen) --> NREM

2.3. slaapproblemen samenhangend met psychiqtrische proble,en

2.3.1. depressie

2.3.2. manie

2.3.3. angststoornis

2.3.4. psychose

2.3.5. klachten

2.3.5.1. slecht inslapen

2.3.5.2. vroeg wakker worden

2.3.5.3. ’s nacht vaak wakker worden

2.3.5.4. Soms slapen mensen met psychiatrische problemen juist langer dan normaal.

2.4. ‘andere slaapstoornissen’.

2.4.1. lichamelijke ziekten, zoals diabetes of een schildklieraandoening

2.4.2. het gebruik van medicijnen, drugs of alcohol.

2.4.3. meestal slapeloosheid, soms teveel slapen.

2.4.4. door lichaemelijke klachten: pijn en benauwdheid. =

2.4.5. bloeddrukverlagende middelen en hormonen.

2.5. Oorzaken

2.5.1. Primaire slaapstoornissen :door stress* en leefgewoonten. Alleen bij apneu, narcolepsie en verstoringen van het slaap-waakritme anderere oorzaken.

2.5.2. Stress of spanningen-> continu alert i <-> een gezonde slaap juist ontspanning nodig.

2.5.3. Leefgewoonten:n roken en koffie of thee drinken. Cafeïne, theïne en nicotine -> stimulerende werking op het lichaam-> slapeloosheid.

2.5.4. Verder: veel suikers (frisdranken),

2.5.5. veel zout eten,

2.5.6. te laat of te veel eten

2.5.7. met een lege maag naar bed gaan

2.5.8. actieve bezigheden laat op de avond, zoals sporten of vergaderen.

2.5.9. Traumatische gebeurtenissen*, zoals een ongeluk, inbraak of de plotselinge dood van een geliefd iemand, kunnen eveneens leiden tot slaapstoornissen. Ze kunnen ook nachtmerries veroorzaken.

2.5.10. Leeftijd. Oudere mensen slapen minder snel in en slapen minder diep. Ze hebben bovendien vaak minder behoefte aan slaap, omdat ze minder doen en vaker tussendoor slapen. Als ze ‘net als vroeger’ proberen te slapen, kunnen ze slaapproblemen krijgen.

2.5.11. Alcohol: lichte en onrustige slaap.

2.5.12. De slaap wordt dan ook zeer geregeld onderbroken om adem te halen, waarvan de persoon zich vaak niet bewust is.

2.6. International Classificaion Sleep Disorders door American Academy for Sleep Disorders!

2.6.1. I Insomnie

2.6.2. II Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen

2.6.3. III hypersomnie

2.6.4. IV Circadiane ritme slaapstoornissen

2.6.4.1. Vertraagde slaapfase syndroom

2.6.4.2. Vervroegde slaapfase syndroom

2.6.4.3. Onregelmatig slaap/waak ritme

2.6.4.4. ‘free running’ slaapritme

2.6.4.5. Jet lag stoornis

2.6.4.6. Ploegendienst stoornis

2.6.4.7. Lichttherapie

2.6.5. V Parasomnie

2.6.6. VI Slaapgerelateerde bewegingsstoornissen

2.6.7. VII overige slaapstoornissen

3. Slaap == nodig

3.1. herstel

3.1.1. Lichamelijk

3.1.2. Geesteleijk

3.2. slaapbehoefte varieert

3.3. ieder mens heeft eigen dag/nachtritme

3.3.1. ochtendmens vs avondmens

3.4. kwaliteit + uitgerust gevoel > tijdstip/duur

4. Structuur slaap

4.1. 1) Sluimer

4.1.1. – Afschermen van omgeving, wekdrempel laag

4.1.2. – Rol bij humeur

4.1.3. – ‘opvullen’ van lange nachten

4.2. 2) diep: opbouw energie lichaam

4.2.1. Trage werking hersenen

4.3. 3) REM: verwerking emoties en informatie van de hele dag, mentaal herstel

4.3.1. Snelle werking hersenen

4.4. cycli: 4-5 X 1.5U

4.5. loop van de nacht: slaap lichter + meer REM, kortere diepe slaap

5. Tips

5.1. Slaapdagboek: met schattingen tijd inslapen/wakker/slaap

5.2. vaste tijden naar bed gaan en opstaan. Slaap ook in het weekend niet te lang uit.

5.2.1. Blijf niet te lang wakker in bed liggen. Dit leidt immers tot een onderbroken en oppervlakkige slaap.

5.2.2. . Probeer iedere dag op hetzelfde tijdstip op te staan.

5.2.3. Op regelmatige tijdstippen wakker worden, geeft automatisch aanleiding tot regelmaat bij het inslapen.

5.2.4. .Vermijd slapen overdag.

5.2.4.1. Probeer je tekort aan slaap niet overdag in te halen. Als je dat wel doet, zal dit een weerslag hebben op je nachtelijke slaap. Als je houdt aan een middagdutje,probeer dit dan te beperken tot 15 minuten. Heb je ’s avonds inslaap -problemen, kijk dan eens of het weglaten van je middagdutje gedurende drie weken enig effect heeft.

5.2.5. . Als je na 20 minuten in bed nog niet bent ingeslapen, sta dan op en doe een nuttige maar eerder vervelende bezigheid in een andere kamer. Ga pas weer naar bed als je weer moe wordt.Als je weer niet kan inslapen na 20 minuten, sta dan opnieuw op en herhaal de procedure.

5.3. ● Vermijd slapen overdag. Doe per dag hooguit een dutje van maximaal 30 minuten.

5.4. ● Zorg voor goede slaapomstandigheden: een goed bed en kussen en een goed geventileerde, niet te warme, rustig ingerichte kamer.

5.5. ● Vermijd geestelijke en lichamelijke inspanning, zoals sporten, vergaderen of studeren, vanaf twee uur voor het slapen gaan.

5.5.1. Vrijen is ontspannend!

5.6. ● Eet of drink niet uitgebreid binnen een paar uur voor het naar bed gaan.

5.7. Drink ’s avonds niet te veel alcohol, koffie of thee of dranken met veel suiker.

5.8. ● Bedenk ’s avonds al wat u de volgende ochtend moet doen: leg uw kleren klaar, pak uw werktas in en maak eventueel een actielijstje.

5.9. ● Probeer negatieve gedachten over slapen gaan om te buigen naar positieve.

5.10. Als u bijvoorbeeld denkt: “dadelijk moet ik gaan slapen en dan lig ik weer uren wakker”, verander dat dan in: “heerlijk, dadelijk lig ik warm en veilig onder mijn dekbed”. Dat is niet eenvoudig, maar wel het proberen waard.

5.11. ● Ontspanningsoefeningen en yoga helpen om tot rust te komen, ’s avonds, maar ook op andere momenten van de dag. Regelmatig overdag even ontspannen zorgt voor makkelijker ontspannen ’s avonds.

5.12. ● Neem voor het slapen gaan een warme douche of ga een eindje wandelen of fietsen.

5.13. Ook lezen, naar rustige muziek luisteren of een beker warme melk drinken kan helpen om te ontspannen.

5.14. ● Leg pen en papier naast uw bed. Schrijf gedachten van u af als u begint te piekeren.

5.15. ● Ga geen uren liggen woelen. Sta op als u wakker ligt, loop of drink wat en kruip er dan weer in. Doe geen dingen waarvan u klaarwakker wordt, zoals tv kijken of puzzelen.

5.15.1. Conditionering: Bed is voor slapen en seks

5.16. ● Als uw partner last heeft van uw slaapproblemen, kan het u beiden rust geven apart te slapen.

5.17. Eén van de meest voorkomende fouten is dat mensen deze tips niet lang genoeg volhouden.

5.17.1. twee tot drie weken eer je blijvend resultaat merkt

6. Applicatie subjectieve context

6.1. Positieve zaken uit dag aangeven

6.2. negatieve zaken uit dag aangeven

7. Doel applicatie

7.1. Monitoring over langere termijn dan 1 nacht

7.2. Subjectieve en objectieve context

7.3. Polysomnografieen: moet deze voorafgegaan worden? --> vooral diagnose slaapapneu

7.4. Lichte of zware slaapproblemen

8. Screening

8.1. Uit artikel "slaapstoornissen bij kinderen.pdf"

8.1.1. Inslaapproblemen (weerstand om te gaan slapen, moeite om in te slapen,…)

8.1.2. Doorslaapporblemen

8.1.3. Regelmaat en duur van de slaap

8.1.4. vermoeidheid overdag

8.1.5. snurken

8.1.6. 2 WEKEN slaapdagboek

8.1.6.1. Denken/Voelen/doen

8.1.6.2. 6 G's Greenberger en padesky

9. VERTICALE SORTERING BLIJFT EEN PIJNPUNT

9.1. DISTRIBBUTIE == NUTTIG????

9.2. DISTRIBUTIE == BEGRIJPBAAR???

9.3. Mogelijk andere technieken verkennen, zonder het temporele te verstoren!?

10. HOE KAN IK DE SLAAPEXPERT HELPEN?

11. SlaapApneu

11.1. Eenmaal gediagnosticeerd met PCG --> geen zin om hiernaar te zoeken in opvolgings applicatie

11.2. Types

11.2.1. OSA

11.2.1.1. Gewoonlijk geassocieerd met zuurstofdalingen in het bloed

11.2.1.2. Oorzaak: vernauwing in bovenste luchtweg en/of onvoldoende werking van de bovenste luchtweg dilatoren (verwijders),obsesitas (overgewicht) of retrognathie (teruggetrokken kaak)

11.2.1.3. Slaperig overdag

11.2.1.4. heftig en onregelmatig snurken

11.3. Sensoren

11.3.1. Oximeter

11.3.2. Actigraphy

11.3.3. ECG

12. externe objectieve context

12.1. temperatuur in de slaapkamer,

12.2. voldoende verluchting

12.3. verduistering

12.4. extern geluid?

13. SlaapMechanismen

13.1. Slaapschuld

13.1.1. Door slaap verlaagt de slaapdruk en neemt slaapschuld af

13.2. Biologische klok

13.2.1. Regeling van het 24-uurs ritme

13.2.2. Zonder licht duurt de cyclus 24,2-25 uur, licht “reset” de cyclus

13.2.3. Ochtend en avondmensen

13.2.4. Korte en lange slapers

13.2.5. Melatonine

13.3. Automaticiteit

13.3.1. Slaap is automatisch proces wat kwetsbaar is

13.3.2. Gerichte aandacht inhibeert dit proces

13.3.2.1. Selectieve aandacht voor slaap (A)

13.3.2.2. Expliciete intentie om de slapen (I)

13.3.2.3. Moeite doen om te slapen (E)

14. Slaap Dagboek

14.1. Meting over 1-2 weken

14.2. Zelfregistratie van subjectieve slaap en gebruik van

14.3. medicatie, alcohol en cafeïne

14.4. Geeft veel inzicht

14.5. Overzicht van ook goede nachten

14.6. Manier om het effect van de adviezen en/of behandeling te te evalueren

14.7. Patiënt zelf aan het werk, niet heel belastend

14.8. VRAAG NAAR DIGITAAL DAGBOEK en INTEGRATIE

14.8.1. http://appcrawlr.com/ios/sleep-tracker-tylenol-pm

14.8.2. Inname melatonine?

14.8.3. https://www.sleepio.com/

14.9. Kijken

14.9.1. Tijdstip van naar bed gaan en opstaan

14.9.2. Dutjes

14.9.3. Tijdstip van inslapen en ontwaken

14.9.4. Variaties in het tijdstip van naar bed gaan, opstaan, inslapen en ontwaken

14.9.5. Fragmentatie/stabiliteit

14.9.6. Tijdstip en frequentie middelengebruik

14.10. Slaapraam

14.11. Tracken of gebruiker tips volgt

14.12. Zelf berekenen van slaaapparameters

14.12.1. SOL Sleep onset latency: inslaaptijd

14.12.2. WASO Wake after sleep onset: waaktijd ’s nachts vanaf inslaapmoment tot het moment van ochtend-ontwaken

14.12.3. EMA Early morning awakening: waaktijd vanaf ochtend-ontwaken tot het moment van opstaan

14.12.4. TWT Total wake time: SOL+WASO+EMA: totale waaktijd

14.12.5. TIB Time in bed: totale tijd in bed van slapengaan tot opstaan

14.12.6. TST Total sleep time: TIB-TWT totale slaaptijd

14.12.7. SE Sleep efficiency: TST/TIB x 100: slaapefficiëntie (%)

14.12.8. FNA Frequency nighttime awakenings: aantal keren ontwaken

15. Diagnostiek

15.1. Slaap-waakarts

15.1.1. Medische comorbiditeit? (o.a. RLS, ademhalingsgerelateerde problematiek)

15.1.2. Medicatie

15.2. Slaaptherapeut/gz-psycholoog

15.2.1. Psychische comorbiditeit? (o.a. verslaving, depressie/angststoornis/ burnout)

15.2.2. Klachtinstandhoudende cognities/ gedragingen

15.3. Insomnia

15.3.1. Vaak PSG

15.3.2. Niet geindiceerd bij chronisch insomnia

15.3.3. Interview Morin 2003 BELANGRIJK --> aard van de slaapklacht zorgvuldig uitgevraagd

15.3.4. Verder zal de diagnostiek in de regel beperkt blijven tot het uitgebreid laten beschrijven van de klacht door zelfregistratie aan de hand van een slaapdagboek.1

16. Anamnese

16.1. Aard van de klachten zowel overdag als ‘s nachts

16.2. Geschiedenis van de klachten

16.3. Type slaper (kort/lang, avond/ochtend)

16.4. Bespreken van een gemiddelde nacht en huidig slaapdagboek

16.5. Sociale anamnese (werk, hobbies, sociale contacten)

16.6. Middelengebruik

16.7. Eerdere en huidige behandelingen

16.8. Negatieve conditioneringen (gedrag, cognities)

16.9. Psychodiagnostiek

16.10. Slaapdiagnostiek (psychofysiologische insomnie, slechte slaaphygiëne, paradoxale insomnie en diopathische insomnie)

17. Behandeling

17.1. Geen CPAP

17.2. Insomnie

17.2.1. Niet medicamenteus

17.2.1.1. Kortdurende cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I)

17.2.1.1.1. Doel

17.2.1.1.2. Elementen

17.2.1.2. Stimulus controle

17.2.1.3. ontspanningsoefeingnen

17.2.1.4. slaaprestricitie

17.2.1.4.1. Slaapraam

17.2.1.5. Paradoxale instructies

17.2.1.5.1. De hypothese die aan dit soort opdrachten ten grondslag ligt, is dat door het krampachtig proberen in slaap te vallen de emotionele arousal toeneemt, en dat die het in slaap vallen bemoeilijkt.

17.2.1.6. Bij vrijwel elke wordt behandeling informatie omtrent slaap en slaapstoornissen en slaaphygiëne gegeven.

17.2.1.7. cognitieve therapie: over hoe mensen verkeerd slaap inschatten

17.2.2. Medicamenteus

17.2.2.1. Geen oplossing op lange termijn

17.2.2.2. Slaappillen

17.2.2.3. beïnvloedt het slaapmiddel de opbouw van de slaap, en zijn er nadelige effecten na het ontwaken. Ook kunnen slaapmiddelen bij langdurig gebruik tot gewenning leiden.

18. Questionnaire

18.1. STOP BANG

18.1.1. Risk OSA

18.1.2. Snore

18.1.3. Tired

18.1.4. Observed

18.1.5. Pressure

18.1.6. BMI

18.1.7. Age

18.1.8. Neck

18.1.9. Gender

18.2. Agoraphobic Cognitions Questionnaire (ACQ)

18.3. Body Sensations Questionnaire (BSQ)

18.4. sleep quality (PSQI),

18.5. daytime function (CIS-20),

18.6. HRQoL (SF-36),

18.7. sleep-disruptive beliefs (DBAS-16)

18.8. psychological well-being (GHQ, PANAS).

19. Invloed activiteiten overdag

19.1. Stress

20. Het is te hopen dat slaapklachten en met name insomnia in de toekomst meer gezien kunnen worden als opzichzelfstaande verschijnselen en niet, zoals dat nu vaak het geval is, als een afgeleide van een achterliggende psychische klacht. Ook zal, vooral in de eerste lijn, duidelijk gemaakt moeten worden dat de psycholoog de aangewezen behandelaar is voor langdurig bestaande insomnia.- Oosterhuis

21. Nachtmerries

21.1. Behandelingen

21.1.1. ontspanningsoefeningen

21.1.2. exposuretherapie

21.1.3. herstructureringstechnieken

21.1.4. medicijnen en cognitieve gedragstherapieën

21.1.4.1. Prazosin positief effect! andere medicatie weinig bevestiging

21.1.4.1.1. bijwerkingen zoals lage bloeddruk

21.1.4.1.2. oplossing zolang inname

21.1.4.2. CGT effectief!

21.1.4.2.1. Bij ontspanningsoefeningen wordt er gebruik gemaakt van meerdere technieken waarmee men zich leert ontspannen, waaronder ademhalingsoefeningen en spierontspanning.

21.1.4.2.2. Bij exposure therapie wordt de nachtmerrie herhaalt waardoor de angst bij de nachtmerrie geleidelijk afneemt.

21.1.4.2.3. Imagery Rescripting Therapy (IRT) en Lucid Dreaming Therapy (LDT) maken gebruik van het herstructureren van het script van de nachtmerrie.

21.1.4.2.4. o LDT herstructureert door er bewust van te worden dat de nachtmerrie een droom is. Een beeld of actie uit de nachtmerrie wordt telkens herhaalt met de gedachte ‘dit is een droom’.

21.1.4.2.5. o IRT maakt gebruik van het veranderen van het eind van het script. Hier door wordt dit minder heftige einde gedroomd.

21.1.4.2.6. Bij Exposure Relaxation Rescripting Therapy (ERRT) worden ontspanningsoefeningen, exposure en herstructurering (IRT) samengevoegd.

21.2. DSM-IV-TR

21.2.1. “Herhaaldelijk wakker worden in de belangrijkste slaapperiode (meestal tijdens de REM-slaap) of tijdens dutjes met gedetailleerde herinneringen aan angstaanjagende dromen. De droomervaring en/of de slaapstoornis, door het ontwaken, veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen”

21.3. oorzaak van

21.3.1. het ontstaan en het behoud van posttraumatische stress klachten bij personen die een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt (Neylan et al., 1998).

21.3.2. depressie

21.4. Regelmatig?

21.4.1. gevolg van

21.4.1.1. chronische stress

21.4.1.2. slecht lange termijn functioneren

21.4.1.3. lichamelijke klachten

21.4.1.4. neuroticisme

21.4.2. Wederkerend (91%)

21.5. gepaard met veel angst en is sterk geassocieerd met die hevige emotie.

21.5.1. er vindt geen normalisatie van de nachtmerrie herinnering plaats.

21.6. model van Spoormaker (2008)

21.6.1. Uit dit literatuuroverzicht blijkt dat het model van Spoormaker (2008) voor een groot deel wordt ondersteund door de gevonden literatuur. Dit model stelt dat herhaalde nachtmerries het gevolg zijn van het verkeerd interpreteren van droomelementen, als gelijk aan het nachtmerrie script en/of als bedreigend. Dit wordt gemedieerd door angstniveau en neuroticisme en in stand gehouden door cognitieve vermijding. Van drie principes, interpretatiebias, cognitieve vermijding en het script, wordt gebruik gemaakt bij de behandeling van nachtmerries. In dit literatuuronderzoek worden er aanwijzingen gevonden voor de werking van zowel ontspanningsoefeningen, exposure therapie en herstructureringstechnieken als voor de integratie van deze behandelvormen, ERRT, bij de behandeling van nachtmerries. Ook lijken deze in oplopende mate effectief, doordat elke behandeling respectievelijk een van de drie principes meer bevat.

21.6.2. Het model van Spoormaker (2008) stelt ook dat een hoog angstniveau en hoge nachtmerrie stress een positieve relatie heeft met een hoge intensiteit en frequentie van nachtmerries. Deze variabelen zijn echter in de meeste onderzoeken subjectief gemeten door middel van vragenlijsten.