tijdvakken

geschiedenis schema voor pww

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
tijdvakken Door Mind Map: tijdvakken

1. prehistorie

1.1. jagers en boeren

1.1.1. samenlevingstypen

1.1.1.1. jagers en verzamelaars

1.1.1.2. landbouwsamenleving

1.1.2. jagen en verzamelen

1.1.2.1. eerste landbouw

1.1.2.1.1. uitvinding schrift

1.1.3. begrippen

1.1.3.1. jagers en verzamelaars

1.1.3.1.1. samenleving met een duidelijk rolpatroon

1.1.3.2. nijverheid

1.1.3.2.1. het handmatig van grondstoffen een eindproduct maken

1.1.3.3. landbouw

1.1.3.3.1. middel van bestaan waarbij akkerbouw en veeteelt voor voedsel zorgt

1.1.3.4. middel van besaan

1.1.3.4.1. manier waarop je je levensonderhoud voorziet

1.1.4. info

1.1.4.1. jagers en verzamelaars leefden door het verzamelen van vruchten en het jagen op dieren

1.1.4.2. de landbouw is per ongeluk ontstaan of door klimaatverandering

1.1.4.3. de eerste steden zijn ontstaan doordat boeren bij elkaar gingen wonen. doordat niet iedereen meer in de landbouw hoefde te werken kwamen er andere beroepen.

2. oudheid

2.1. grieken en romeinen

2.1.1. samenlevingstype

2.1.1.1. landbouwstedelijk

2.1.2. personen

2.1.2.1. Socrates

2.1.2.1.1. atheense filosoof

2.1.2.1.2. grondlegger van de westerse filosofie

2.1.2.2. Augustus

2.1.2.2.1. eerste keizer van het Romeinse rijk

2.1.2.3. Constantijn de Grote

2.1.2.3.1. eerste Christelijke keizer

2.1.2.3.2. eerste keizer die stopt met het vervolgen van Christenen

2.1.3. Romeinse rijk ontstaat

2.1.3.1. republiek

2.1.3.1.1. keizers komen aan het hoofd van het Romeinse rijk

2.1.4. begrippen

2.1.4.1. filosofen

2.1.4.1.1. wetenschap die zich richt op het streven naar kennis en wijsheid

2.1.4.2. griekse democratie

2.1.4.2.1. bestuursvorm waarbij burgers de macht hebben

2.1.4.3. slaven

2.1.4.3.1. onvrije personen zonder rechten

2.1.4.3.2. in het bezit van een ander

2.1.4.4. romaniseren

2.1.4.4.1. overnemen van Romeinse waarden en normen door de niet-Romeinen

2.1.5. info

2.1.5.1. bijzonder aan de stadsraad in Athene is dat er in Athene een democratie was

2.1.5.1.1. iedereen mocht stemmen

2.1.5.2. de stad Rome groeide uit tot een wereldrijk doordat Rome langzaam steeds meer landen veroverde

2.1.5.2.1. begon in italië

2.1.5.3. de gevolgen van de Romeinse overheersing voor een land was dat het land

2.1.5.3.1. Romeinse goden moet gaan eren

2.1.5.3.2. gewoontes van de Romeinen overnam

3. vroege middeleeuwen

3.1. monniken en ridders

3.1.1. samenlevingstype

3.1.1.1. landbouw

3.1.2. personen

3.1.2.1. Clovis

3.1.2.1.1. eerste katholieke koning van het Frankische rijk

3.1.2.1.2. bekeerde heel zijn volk

3.1.2.2. Karel de grote

3.1.2.2.1. eerste keizer van Europa sinds de val van het Romeinse rijk

3.1.3. het West-Romeinse rijk houd op te bestaan

3.1.3.1. Karel de Grote wordt keizer

3.1.3.1.1. Mohammad vlucht naar Medina

3.1.4. begrippen

3.1.4.1. leenstelsel

3.1.4.1.1. een economisch systeem waarbij een heer grote stukken land uitleent aan de adel in ruil voor trouw

3.1.4.2. hofstelsel

3.1.4.3. standen

3.1.4.3.1. een economisch stelsel waarbij een heer een horige beschermt in ruil voor herendiensten en een deel van de opbrengst van het land

3.1.4.3.2. groep mensen in de middeleeuwen met een eigen taak.

3.1.4.4. volksverhuizingen

3.1.4.4.1. grote verplaatsing van Germaanse stammen die van Noord-Oost-Europa naar het Romeinse rijk trekken

3.1.5. info

3.1.5.1. na het verdwijnen van het West-Romeinse rijk werd er veel geplunderd, er was geen bestuur meer en mensen werden bijna allemaal boer

3.1.5.2. boeren leverden hun vrijheid in om als horige te gaan werken zodat ze veilig waren in een domein

3.1.5.3. het Christendom en de Islam verspreidden zich snel in deze perioden

3.1.5.3.1. het Christendom was het belangrijkst in Europa

4. late middeleeuwen

4.1. steden en staten

4.1.1. samenlevingstype

4.1.1.1. landbouwstedelijk

4.1.2. er komt weer handel

4.1.2.1. door handel komen er steden

4.1.2.1.1. door dit alles bij elkaar komt er een geldeconomie

4.1.3. begrippen

4.1.3.1. geldeconomie

4.1.3.1.1. economie waarbij geld wordt gebruikt als ruilmiddel

4.1.3.2. Hanze

4.1.3.2.1. samenwerkingsverband van handelssteden in Noord-West-Europa

4.1.3.3. Gilde

4.1.3.3.1. vereniging van mensen met het zelfde beroep

4.1.3.3.2. gildes hadden strenge opleidingen en regels

4.1.3.4. Burgerij

4.1.3.4.1. de officiële inwoners van de stad met stadsrechten

4.1.4. info

4.1.4.1. het leven is de stad was

4.1.4.1.1. onhygiënisch

4.1.4.1.2. veilig

4.1.4.2. door de verbetering van landbouw hielden boeren overschotten over welke ze gingen verkopen

4.1.4.2.1. handel

4.1.4.3. stadsbestuur

4.1.4.3.1. schepenen

4.1.4.3.2. raad

5. vroegmoderne tijd

5.1. ontdekkers en hervormers

5.1.1. samenlevingstype

5.1.1.1. landbouwstedelijk

5.1.2. personen

5.1.2.1. Willem van Oranje

5.1.2.1.1. stadhouder van Filips II

5.1.2.1.2. leider van opstand tegen Filips II

5.1.2.2. Maarten Luther

5.1.2.2.1. hervormer van de katholieke kerk

5.1.2.2.2. leider van de eerste protestantse stroming

5.1.2.3. Columbus

5.1.2.3.1. Italiaanse ontdekkingsreiziger die in dienst van de Spanjaarden een weg naar Indië zoekt en per ongeluk Amerika ontdekt

5.1.2.4. FIlips II

5.1.2.4.1. heerser van het Habsburgse rijk

5.1.2.5. Karel V

5.1.2.5.1. voorganger Filips II

5.1.2.5.2. Vader FiIips II

5.1.3. Columbus ontdekt Amerika

5.1.3.1. Filips II wordt koning

5.1.3.1.1. Republiek Der Zeven verenigde Nederlanden ontstaat

5.1.4. begrippen

5.1.4.1. Opstand

5.1.4.1.1. verzet van de nederlandse gewesten tegen de spaanse koning

5.1.4.1.2. 80 jarige oorlog

5.1.4.2. Renaissance

5.1.4.2.1. wedergeboorte waarbij kennis en cultuur van de oudheid centraal staat

5.1.4.3. Staten generaal

5.1.4.3.1. vergadering van afgevaardigden (vertegenwoordigers) van de Zeven gewesten

5.1.4.4. Hervormers

5.1.4.4.1. leiders van de protestbeweging tegen de rooms-katholieke kerk

5.1.5. info

5.1.5.1. vanaf ca. 1500 veranderde het mens- en wereldbeeld

5.1.5.1.1. mens

5.1.5.1.2. wereld

5.1.5.2. een splitsing in de kerk ontstond doordat er kritiek kwam op de kerk

5.1.5.2.1. voor als door Luther en Calvijn

5.1.5.3. de Nederlanden komen in verzet tegen de spaanse koning omdat

5.1.5.3.1. de spaande koning Spaanse edelen aan de macht wilde in Nederland i.p.v. Nederlandse edelen

5.1.5.3.2. protestanten werden vervolgd door de Spaande koning

5.2. regenten en vorsten

5.2.1. samenlevingstype

5.2.1.1. landbouwstedelijke

5.2.2. personen

5.2.2.1. Lodewijk XIV

5.2.2.1.1. franse koning

5.2.2.1.2. absoluut vorst

5.2.2.2. Rembrandt

5.2.2.2.1. Hollandse schilder

5.2.2.3. Newton

5.2.2.3.1. wiskundige

5.2.2.3.2. natuurkundige

5.2.2.3.3. bewees dat er zwaartekracht was

5.2.3. ontstaan handelskapitalistme en wereldeconomie

5.2.3.1. VOC opgericht

5.2.3.1.1. WIC opgericht

5.2.4. begrippen

5.2.4.1. absolute macht

5.2.4.1.1. alle macht

5.2.4.2. regenten

5.2.4.2.1. bestuurders van de republiek

5.2.4.2.2. vaak uit rijke koopmansfamilies

5.2.4.3. handelskapitalistme

5.2.4.3.1. ondernemers proberen met handel zo veel mogelijk winst te maken

5.2.4.4. gouden eeuw

5.2.4.4.1. zeventiende eeuw in Republiek

5.2.4.4.2. periode van welvaart en bloei in

5.2.5. info

5.2.5.1. de Republiek kon zo'n groot handelsland worden doordat de Hollanders veel geld verdienden aan de Oostzeevaart.

5.2.5.1.1. in de zeventiende eeuw draaide alles om handel

5.2.5.2. handel Republiek met indië

5.2.5.2.1. oost- indië

5.2.5.2.2. West-Indië

5.2.5.3. er vond een wetenschappelijke revolutie plaats in de Gouden eeuw

5.2.5.3.1. bloeiperiode voor kunst en wetenschap

5.2.5.4. vorsten regeerden in de zeventiende eeuw door middel van

5.2.5.4.1. absolute koningen

5.3. pruiken en revoluties

5.3.1. samenlevingstype

5.3.1.1. landbouwstedelijk

5.3.2. personen

5.3.2.1. Montesqieu

5.3.2.1.1. Franse filosoof

5.3.2.1.2. een van de grootste filosofen die bijdroegen aan de verlichting

5.3.2.2. Napoleon

5.3.2.2.1. eerste Consul van Frankrijk

5.3.2.2.2. later keizer der Fransen

5.3.2.2.3. belangrijk militair leider van het Franse leger

5.3.2.3. George Washington

5.3.2.3.1. generaal

5.3.2.3.2. opperbevelhebber van de koloniën in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog

5.3.2.3.3. eerste president van de VS

5.3.3. Amerikaanse congres neemt onafhankelijkheidsverklaring aan

5.3.3.1. Franse revolutie begint bij het bestormen van de bastille

5.3.3.1.1. napoleon was alleenheerser van een groot deel van Europa

5.3.4. begrippen

5.3.4.1. Ancien regime

5.3.4.1.1. op absolutistische wijze geregeerde landen

5.3.4.2. Democratische revoluties

5.3.4.2.1. verschillende revolutiess

5.3.4.3. Grondwet en trias politica

5.3.4.3.1. rechten en plichten van burgers en bestuur staan beschreven

5.3.4.3.2. trias politica

5.3.4.4. verlichting en rationalisme

5.3.4.4.1. stroming in 18e eeuw

5.3.4.5. abolitionisme

5.3.4.5.1. beweging die streed voor de afschaffing van de slavernij

5.3.5. info

5.3.5.1. standenstaat

5.3.5.1.1. samenleving verdeeld in drie groepen

5.3.5.2. plantages, slavernij en abolitionisme

5.3.5.2.1. beweging die streed voor afschaffing slavernij

6. moderne tijd

6.1. burgers en stoommachines

6.1.1. samenlevingstype

6.1.1.1. industriële samenleving

6.1.2. personen

6.1.2.1. Thorbecke

6.1.2.1.1. Nederlandse liberale staatsman

6.1.2.1.2. schrijver van de grondwet in 1848

6.1.2.2. Marx

6.1.2.2.1. Duitse denker met belangrijke invloed

6.1.3. grondwetsherziening legde basis voor het huidige stelsel van parlementaire democratie in Nederland (koning is niet meer verantwoordelijk maar ministers)

6.1.3.1. Frans-Pruisische Oorlog

6.1.4. begrippen

6.1.4.1. Industriële revolutie

6.1.4.1.1. snelle en grote verandering van de

6.1.4.1.2. eerst in Engeland

6.1.4.2. liberalisme

6.1.4.2.1. politieke stroming

6.1.4.3. socialisme

6.1.4.3.1. politieke stroming

6.1.4.4. confessionalisme

6.1.4.4.1. politieke stroming

6.1.4.5. sociale kwestie

6.1.4.5.1. sociale problemen

6.1.4.6. modern imperialisme

6.1.4.6.1. Europese landen grote delen van Azië en Afrika veroverde

6.1.4.7. emancipatie

6.1.4.7.1. streven naar gelijke rechten

6.1.4.8. nationalisme

6.1.4.8.1. sterke gevoelens voor eigen volk en land

6.1.5. info

6.1.5.1. emancipatiebeweging en partijvorming

6.1.5.1.1. streven naar gelijke rechten

6.1.5.1.2. bijvoorbeeld

6.2. wereldoorlogen

6.2.1. samenlevingstype

6.2.1.1. industrieel

6.2.2. personen

6.2.2.1. Lenin

6.2.2.1.1. eerste leider van de SU

6.2.2.1.2. Russisch revolutionair

6.2.2.2. Stalin

6.2.2.2.1. tweede leider SU

6.2.2.2.2. dictatoriale regime kostte miljoenen mensen het leven

6.2.2.3. Hitler

6.2.2.3.1. dictator tijdens regime van nationaalsocialisten

6.2.3. WO1

6.2.3.1. Russische revolutie

6.2.3.1.1. begin economische wereldcrisis (slaat over naar Europa)

6.2.4. begrippen

6.2.4.1. communisme

6.2.4.1.1. klasseloze maatschappijvorm met een economisch systeem gebaseerd op gemeenschappelijk eigendom van productiemiddelen en gelijkheid

6.2.4.2. fascisme

6.2.4.2.1. 1 partij of persoon had alle macht

6.2.4.2.2. anticommunistisch

6.2.4.2.3. antiliberaal

6.2.4.2.4. erg nationalistisch

6.2.4.3. nationaal-socialisme

6.2.4.3.1. een leider

6.2.4.3.2. levensruimte voor het volk

6.2.4.3.3. joden zigeuners en homoseksuelen zijn minderwaardig en moeten worden uitgeroeid

6.2.4.4. collectivisatie

6.2.4.4.1. samenvoegen van boerenbedrijven tot gezamenlijke staatsboeren

6.2.4.5. eenpartijstaat/dictatuur

6.2.4.5.1. regeringsvorm waarin absolute macht doorgaans bij een persoon of kleine groep mensen berust, de dictator

6.2.4.6. propaganda

6.2.4.6.1. tegenstander zwart maken

6.2.4.6.2. eigen leider verheerlijken

6.2.4.7. februarirevolutie/oktoberrevolutie

6.2.4.7.1. politieke omwenteling in Rusland

6.2.4.8. rassenleer

6.2.4.8.1. idee dat er een verschil is tussen hogere en lagere rassen

6.2.4.9. verdrag van Versailles

6.2.4.9.1. eerste wereldoorlog werd formeel beëindigd

6.2.4.9.2. rampzalig voor Duitsland

6.2.4.10. economische crisis

6.2.4.10.1. economisch stelsel is ernstig verstoord geraakt

6.2.5. info

6.2.5.1. het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme, fascisme en nationaal-socialisme

6.2.5.2. crisis van het wereldcapitalisme

6.2.5.2.1. voornamelijk in de VS

6.2.5.3. het voeren van twee wereldoorlogen

6.2.5.4. racisme en discriminatie leidden tot genocide

6.2.5.4.1. genocide is het uitmoorden van een volledige groep van de bevolking

6.2.5.4.2. ongelukkigen die in de ogen van de nazi's inferieur en parasitair waren moesten letterlijk worden uitgeroeid

6.2.5.5. duitse bezetting van Nederland

6.2.5.5.1. bezetting in Nederland na de Nederlandse capitulatie en het vertrek van de laatste Franse troepen

6.2.5.5.2. vertrek Nederlandse regering

6.2.5.6. atoombommen op Hirosjima

6.2.5.6.1. verwoesting op niet eerder vertoonde schaal dmv massavernietigingswapens

6.2.5.6.2. betrokkenheid van burgerbevolking bij oorlogvoering

6.3. televisie en computer

6.3.1. samenlevingstype

6.3.1.1. industrieel

6.3.2. personen

6.3.2.1. Soekarno

6.3.2.1.1. leider van de opstand tegen Nederland

6.3.2.1.2. eerste president van de Republiek Indonesië

6.3.2.2. Gandhi

6.3.2.2.1. leider van Indiase onafhankelijkheidsstreid

6.3.2.2.2. een van de grondleggers van de moderne staat India

6.3.2.2.3. voorstander van actief geweldloosheid als middel voor revolutie

6.3.2.3. Chruchill

6.3.2.3.1. bekend staadslid door zijn betrokkenheid bij WO1 en door zijn optreden als minister van Marine

6.3.2.3.2. premier van het Verenigd Koninkrijk gedurende WO2

6.3.2.4. Roosevelt

6.3.2.4.1. Amerikaanse president die vier keer gekozen is

6.3.2.5. Reagan

6.3.2.5.1. Amerikaanse president die aan het eind van de Koude Oorlog samenwerking zocht met aartsvijand SU

6.3.2.6. Gorbatsjov

6.3.2.6.1. secretaris-generaal van de Communistische partij van de SU

6.3.2.6.2. president SU

6.3.3. onafhankelijkheid Indonesië

6.3.3.1. koude oorlog

6.3.3.1.1. berlijnse muur

6.3.4. Begrippen

6.3.4.1. modern imperialisme/dekolonisatie

6.3.4.1.1. Imperialisme is het proces waarbij landen hun macht in andere delen van de wereld uit willen breiden door te veroveren en beheersen

6.3.4.2. nationalisme/nationalistische beweging

6.3.4.2.1. trots zijn op eigen staat

6.3.4.2.2. streven naar zelfstandige staat

6.3.4.3. ontwikkelingshulp

6.3.4.3.1. bedoeld om derdewereldlanden of ontwikkelingslanden en hun burgers en instellingen te helpen zich verder te ontwikkelen

6.3.4.4. bewapeningswedloop

6.3.4.4.1. landen proberen elkaar te overtreffen op het gebied van wapentechnologie

6.3.4.5. Navo/Warschaupact/Verenigde Naties

6.3.4.5.1. internationale samenwerkingsorganisaties op politiek of militair gebied

6.3.4.6. perestrojka

6.3.4.6.1. hervormingspolitiek van Gorbatsjov tijdens het twaalfde vijfjarenplan van de SU

6.3.4.7. multiculturele samenleving

6.3.4.7.1. maatschappelijke en politieke ideologie die vertelt hoe een land moet omgaan met verschillende culturele gemeenschappen binnen eigen grenzen

6.3.4.8. verzuiling

6.3.4.8.1. verticale deling in de samenleving

6.3.4.9. verzorgingsstaat

6.3.4.9.1. land waarin de staat primaire verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van de burgers

6.3.5. info

6.3.5.1. vormen van verzet tegen West-Europese imperialisme

6.3.5.1.1. geweldloos

6.3.5.1.2. gewelddadig

6.3.5.2. dekolonisatie maakte een eind aan de westerse overwicht in de wereld

6.3.5.2.1. proces waarbij kolonies zelfstandig worden van het moederland

6.3.5.3. koude oorlog en de daaruit vloeiende dreiging van een atoomoorlog

6.3.5.3.1. periode van gewapende vrede tussen de Communistische wereld en het Westen

6.3.5.4. eenwording Europa

6.3.5.4.1. steeds innigere samenwerking in Europa