Meta Model

Surf naar www.tiouw.com voor gratis rapporten over NLP

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Meta Model Door Mind Map: Meta Model

1. WEGLATINGEN

1.1. (SD) Simple Deletion/eenvoudige weglating

1.1.1. vraag naar wat weggelaten is

1.1.1.1. waar precies

1.1.1.2. wanneer precies

1.1.1.3. over wat precies

1.1.1.4. wie precies

1.1.2. voorbeelden

1.1.2.1. ik heb geen geluk

1.1.2.2. help!

1.1.2.3. ik heb ontbeten

1.1.2.4. ik heb leuk werk

1.1.2.5. wij zijn naar de film geweest

1.2. (CD) Comparative Deletion/vergelijkende weglating

1.2.1. herstel de volledige vergelijking

1.2.1.1. beter dan wat

1.2.1.2. dan wie

1.2.2. voorbeelden

1.2.2.1. zij is beter

1.2.2.2. het is beter om eerst op te ruimen

1.2.2.3. deze pen schrijft mooier

1.3. (LRI) Lack of Referential Index/gebrek aan referentiele index

1.3.1. vraag naar specifieke referentie

1.3.1.1. wie zijn zij precies

1.3.1.2. over wat hebben we het specifiek

1.3.1.3. wie precies

1.3.2. voorbeelden

1.3.2.1. die momenten

1.3.2.2. dat soort dingen

1.3.2.3. die mensen

1.4. (UV) Unspecified Verb/ongespecificeerd werkwoord

1.4.1. maak het werkwoord specifiek

1.4.1.1. met wie

1.4.1.2. waarmee

1.4.1.3. waar

1.4.1.4. wanneer

1.4.2. voorbeelden

1.4.2.1. Jan analyseert het probleem

1.4.2.2. ze ergerde me

1.4.2.3. Jan gaat vissen

2. VERVORMINGEN

2.1. (C/E)Cause/effect-oorzaak/gevolg

2.1.1. Pak de oorzaak aan

2.1.1.1. Draai oorzaak gevolg om

2.1.1.2. Voeg meer oorzaken toe

2.1.1.3. Ontken de oorzaak

2.1.2. voorbeelden

2.1.2.1. jij maakt mij kwaad

2.1.2.2. door hem voel ik me rot

2.1.2.3. omdat zij weg is voel ik me naar

2.2. (MR) Mind Reading/gedachtenlezen

2.2.1. Hoe weet je dat?

2.2.2. voorbeelden

2.2.2.1. dit zul je leuk vinden

2.2.2.2. hij heeft een hekel aan mij

2.2.2.3. ik zie dat je je naar voelt

2.3. (CEQ) Complex Equivalence/ complexe equivalentie

2.3.1. Twee complexe zaken worden aan elkaar gelijk gesteld

2.3.2. zoek naar tegenvoorbeelden

2.3.3. voorbeelden

2.3.3.1. hard werken is 's avonds lang doorwerken

2.3.3.2. succesvol zijn is promotie maken

2.4. (LP) Lost Performative/Maatgever zoek

2.4.1. Ontdek de wet/maatgever

2.4.1.1. wie heeft dit gezegd

2.4.1.2. waarop is dit gebaseerd

2.4.1.3. wie zegt dat

2.4.1.4. hoe weet je dat

2.4.2. voorbeelden

2.4.2.1. koffie is slecht

2.4.2.2. de baas heeft gelijk

2.4.2.3. klant is koning

2.5. (NOM) Nominalisation/nominalisatie

2.5.1. proces wordt omgezet naar zelfstandig ding

2.5.2. Past niet in een kruiwagen

2.5.3. Weegt niets op de weegschaal

2.5.4. Ontdek welk proces achter het zelfstandignaamwoord ligt

2.5.4.1. wat gebeurt er

2.5.4.2. welk proces

2.5.4.3. welke activiteiten

2.5.5. voorbeelden

2.5.5.1. communicatie

2.5.5.2. beslissing

2.5.5.3. verandering

3. GENERALISATIE

3.1. (UQ) Universal Quantifiers/alles of niets uitspraken

3.1.1. Zoek tegenvoorbeelden

3.1.1.1. niemand, echt niemand?

3.1.1.2. nergens, echt nergens?

3.1.2. voorbeelden

3.1.2.1. In Nederland regent het altijd

3.1.2.2. iedereen heeft hier een hekel aan

3.2. (MONP) Model Operators of Necessity/Possibility-Maar 1 optie mogelijk of 0 andere opties

3.2.1. vind een nieuwe mogelijkheid

3.2.2. voorbeelden

3.2.2.1. kan alleen maar zo

3.2.2.2. kan absoluut niet anders

3.3. Presuppositions/vooronderstellingen

3.3.1. Stel de vooronderstelling ter discussie

3.3.2. wat waar moet zijn om de zin te begrijpen

3.3.3. voorbeelden

3.3.3.1. wanneer ga je naar school

4. Zie www.tiouw.com voor gratis rapporten over NLP