Supervisie 14/10/2016

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Supervisie 14/10/2016 Door Mind Map: Supervisie 14/10/2016

1. Inhoud

1.1. Voorstelling stageplaatsen

1.2. Indrukken van op stage

1.3. Moeilijkheden op stage

1.4. Leermomenten kiezen

1.5. Leermomenten bespreken

2. Leermomenten

2.1. Kato: Ze had de indruk dat ze niet goed bezig was op stage.  Ze kan niet goed om met de stress en heeft de indruk dat dit haar leerproces belemmert. Haar mentoren hebben, hier echter niets van genoteerd op haar feedbackfiches.

2.2. Yentl: Ze had voor dat een patiënt bewusteloos werd op het  toilet. Toen heeft ze een andere stagiair gevraagd om hulp te halen. Ze wist niet goed wat ze moest doen. De stagiair had een andere stagiair mee. Deze had de reflex om op de reanimatieknop te drukken en de patiënt op de grond te installeren. Yentl zit nu met de vraag of ze zelf iets anders had moeten doen in deze situatie. Ze heeft dit ook nog niet besproken met de verpleging op dienst.

2.3. Tessa: Er ligt bij mij een jongen met een methadon-intoxicatie. Hierdoor is deze jongen helemaal zorgafhankelijk. Hij belt dan ook op regelmatige basis, om te drinken. Ik wil hem wel helpen en hem te drinken geven. Maar ik zit ook met de verantwoordelijkheid van de zorg van mijn andere patiënten. Hoe vind ik hier een juist evenwicht in? Ik heb dit nog niet besproken met de verpleging op dienst en heb dit nog niet vermeld in mijn reflectiefiches.

2.4. Alicia: Er ligt bij haar een meisje op de afdeling dat slecht wordt behandeld door haar moeder. Alicia heeft tegen dit meisje gezegd dat ze moest bellen, wanneer haar moeder haar terug slecht behandelde. Net opdat moment kwam de moeder binnen. Uiteindelijk leidde het tot een situatie, waarin de moeder zelfs van de afdeling werd verwijderd door de security. Alicia heeft het moeilijk met deze situatie waarin een dochter geen steun krijgt van haar moeder. Ze heeft dit al aangekaart bij de verpleging.

3. Inbreng

3.1. Ik heb zelf een leermoment aangereikt.

3.2. Ik begrijp de situatie van Kato enorm goed. Ik heb zelf al een paar stages gehad, die niet zo goed gingen vanwege stressbestendigheid. Hieruit heb ik geleerd, dat het belangrijk is om dit aan te geven en te bespreken op stage. Want als je er zelf mee blijft zitten, wordt het pas een probleem. Bij mij werd het zo'n groot probleem, dat het mijn hele functioneren en mijn leerproces beïnvloedde in negatieve zin. Daarom heb ik ervaringen en tips gegeven, juist omdat ik weet wat het is. Zo weet ze ook, dat zij niet de enige is met dit probleem.

3.3. Tijdens de rest van de supervisie, heb ik niet zoveel inbreng gehad. Dit komt door het feit dat mijn stage niet zo goed liep. Ik voelde dat mijn leerproces niet zat, waar het moest zitten. Ik heb dit niet besproken, omdat ik wist wat er scheelde en wat ik moest doen hieraan. E ik had ook geen zin om voor de zoveelste keer, heel mijn verhaal te doen en allerlei tips te krijgen. Ik heb dit supervisiemoment bekeken als een moment van mentale rust en even terug mezelf zijn. Ik moest even op adem komen en nieuwe energie opdoen.

4. Verworven inzichten

4.1. Je kan alles bespreken met je duoverpleegkundige. Je kunt samen als team zoeken naar een oplossing voor een probleem. Je werkt, als verpleegkundige, in een team. Stage is dan ook een moment waar je kan leren werken en functioneren in teamverband.

4.2. Wanneer je de kans niet hebt of niet weet hoe een situatie te bespreken, kan je dit altijd al doen op je reflectiefiche. Hierop kan je een analyse maken van de situatie en eventueel zelf aangeven wat je kan doen. Door dit te doen, geef je aan je duoverpleegkundige aan dat je hiermee zit en dat je er al over nadenkt.  Je mag de reflectiefiche echt meer zien als een werk- en communicatiemiddel.

4.3. Wanneer je het moeilijk hebt met een situatie of techniek en dit niet bespreekt, moet je jezelf afvragen waarom je dit niet doet. Je kan dit doortrekken naar alle werkpunten. Hoe komt het dat ik iets op een bepaalde manier doe? Hoe komt het dat ik mij zo gedraag? Je moet te weten komen wat de reden hierachter is. Want achter alles schuilt een beweegreden.Wanneer je weet waarom je iets doet, kan je hier iets aan veranderen en hierin groeien. Dit zorgt ervoor dat je iets bewust gaat verbeteren. Dit inzicht verkrijg je niet, wanneer je zegt ik ga morgen dit zo doen. Dan verander je enkel de handeling of het gedrag, maar niet het denkproces erachter.