Mijn keuze voor BGO

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Mijn keuze voor BGO Door Mind Map: Mijn keuze voor BGO

1. BGO

1.1. VMBO

1.1.1. Opbouw VMBO

1.1.1.1. 4 verschillende richtingen (VMBO T, VMBO G, VMBO-kader, VMBO-basis)

1.1.1.2. 4 jaar durende opleiding, waarvan de eerste 2 jaar onderbouw

1.1.1.3. 10 verschillende richtingen voor de bovenbouw ( Economie &ondernemen, Horeca, bakkerij en recreatie, Zorg & welzijn, Dienstverlening & producten, Groen, Bouwen, wonen, interieur, Produceren, installeren, energie, Mobiliteit & transport, Media, vormgeving en ict, Maritiem en techniek)

1.1.1.3.1. Bron: http://www.govmbo.nl/onderbouw-van-het-voortgezet-onderwijs

1.1.2. Kenmerken VMBO

1.1.2.1. Beroepsgericht

1.1.2.1.1. Er wordt in de bovenbouw veel praktijk onderwijs gegeven, waardoor leerlingen beter leren wat het beroep inhoud

1.1.2.2. Leerlingen hebben sturing nodig

1.1.2.3. Veel praktijk onderwijs

1.1.2.4. Korte concentratieboog

1.1.3. Docentkwaliteiten VMBO

1.1.3.1. Moeten goed kunnen communiceren

1.1.3.2. Moet conflict kunnen hanteren

1.1.3.3. Moeten kunnen inleven

1.1.3.4. Moeten pedagogisch sterk zijn

1.2. MBO

1.2.1. Opbouw MBO

1.2.1.1. 4 verschillende niveau's: - Niveau 1 -> vervolgopleiding voor vmbo-basis, laagste niveau - Niveau 2 -> vervolgopleiding voor vmbo-basis en vmbo-kader

1.2.1.1.1. Bron: https://www.oudersonderwijs.nl/thema-s/schoolkeuze/soorten-scholen/vmbo/

1.2.2. Kenmerken MBO

1.2.2.1. Competentiegericht onderwijs

1.2.2.2. Beroepsgericht

1.2.2.3. Stages

1.2.3. Docentkwaliteiten MBO

1.2.3.1. Vakinhoudelijk sterk

2. AVO

2.1. Opbouw Havo/Vwo

2.1.1. 3 jaar onderbouw, dan nog 2 jaar bovenbouw voor Havo, 3 jaar voor Vwo

2.1.2. In de bovenbouw zijn er 4 verschillende richtingen (Natuur en techniek, Mens en maatschappij,

2.2. Kenmerken Havo/Vwo

2.2.1. Theoretisch onderwijs

2.2.1.1. De nadruk ligt op onderwijs via theoretische bronnen, zoals lesboeken

2.2.2. Veel zelfstandigheid gevraagd

2.2.3. Weinig op het beroep gericht (geen/weinig stage, geen/weinig praktijkonderwijs)

2.2.4. Veel structuur in de lessen en in de organisatie

2.3. Docentkwaliteiten Havo/Vwo

2.3.1. Is vakinhoudelijk sterk

2.3.2. Moet leerlingen kunnen loslaten om ze zelf verantwoordelijk te maken voor hun leerproces

2.3.3. Moet leerlingen kunnen uitdragen om verder te leren

3. Mijn eigen kwaliteiten