De andere kant van ICT

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
De andere kant van ICT Door Mind Map: De andere kant van ICT

1. ICT en privacy

1.1. Aspecten bij uitwisseling informatie

1.1.1. Aspecten die een rol spelen bij de grootschalige uitwisseling van informatie zijn:

1.1.1.1. Juistheid: wie is verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid van informatie? Dit probleem speelt vooral op het internet: daar is geen centrale instantie die controleert of de aangeboden informatie wel juist is.

1.1.1.2. Toegankelijkheid: wie mag welke informatie inzien?

1.1.1.3. Eigendom: wie is de eigenaar van de informatie? Moet deze persoon onder alle omstandigheden betaald worden in verband met eigendomsrechten? Is de eigenaar aansprakelijk voor de inhoud?

1.1.1.4. Privacy: moet iedere persoon klakkeloos alle gewenste gegevens over zichzelf beschikbaar stellen of die van een ander kunnen inzien? Welke voorwaarden moeten hieraan worden verbonden?

1.2. Wet Bescherming Persoonsgegevens

1.2.1. Om de privacy van personen te beschermen is de Wet Bescherming Persoonsgegevens in het leven geroepen.

1.3. Burgerservicenummer (BSN) en privacy

1.3.1. In Nederland heeft iedere inwoner een nummer: het burgerservicenummer.

1.3.1.1. Het burgerservicenummer speelt in veel gevallen een rol, bijvoorbeeld bij: - belastingaangifte - de aanvraag van een paspoort of rijbewijs - het aanvragen van een uitkering.

1.4. Netwerksites en privacy

1.4.1. Sociale netwerksites als Facebook zijn erg populair. Maar niet iedereen is zich bewust van de gevaren voor zijn privacy die deze sites met zich meebrengen.

1.5. Voorbeeld: elektronisch patiëntendossier (EPD)

1.5.1. In 2011 zou er een landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD) komen: een digitaal medisch ‘dossier’ met alle medische gegevens van alle Nederlanders. Maar dit project heeft het ‘niet gehaald’, onder meer vanwege de risico’s die eraan kleven, vooral als het gaat om de beveiliging van de gegevens.

2. ICT en computercriminaliteit

2.1. Vormen van computercriminaliteit

2.1.1. Cracken is het kraken van beveiligingen van computers, applicaties of websites met verkeerde, criminele, bedoelingen.

2.1.2. Pharming; door het kraken van een DNS-server worden bezoekers naar een andere website geleid dan ze verwachtten. Vaak worden bankwebsites nagebootst, in de hoop dat nietsvermoedende gebruikers hun bankgegevens achterlaten.

2.1.3. Phishing; slachtoffers worden naar een valse website gelokt, bijvoorbeeld met nauwkeurig nagemaakte e-mails. Ook hier zijn vaak banksystemen het uitgangspunt.

2.1.4. Malware is een samenvoeging van de woorden ‘malicious’ en ‘software’, wat kwaadaardige software betekent. Dit begrip omvat alle programma’s die ontwikkeld zijn met kwaadwillende bedoelingen.

2.1.4.1. Trojaanse paarden zijn programma’s die vermomd zijn als bijvoorbeeld een interessant programma of filmpje en worden door de gebruiker zelf op de pc gezet. Vervolgens zet het programma beveiligingen open, zodat misbruikers toegang krijgen tot het systeem.

2.1.4.1.1. Bekende virusscanners; Bitdefender BullGuard Kaspersky Norton

2.1.4.2. Een computervirus is een applicatie die zich in een bestand nestelt en deze, net als een gewoon virus, besmet.

2.1.4.3. Worm; hierbij vermenigvuldigt een applicatie zichzelf en gaat agressief op zoek naar netwerkverbindingen om zo andere computers ook binnen te dringen. Het netwerk loopt hierdoor schade op, omdat de worm bandbreedte opeist.

2.1.4.4. Spyware; dit zijn applicaties die ongevraagd geïnstalleerd worden wanneer je iets downloadt of een site bezoekt. Deze programma’s sturen, zonder dat je het doorhebt, privégegevens naar de verstuurder van de spyware

2.1.4.5. Ransomware blokkeert je de toegang tot bepaalde bestanden op je computer, en heft die blokkade pas op als jij geld aan de makers van de ransomware betaalt. Niet in alle gevallen worden na betaling de bestanden weer beschikbaar.

3. ICT en sociale veiligheid

3.1. De anonimiteit van het internet bedreigt op veel manieren de sociale veiligheid van vooral jongere gebruikers.

4. ICT en gezondheid

4.1. RSI en CANS

4.1.1. Als een werkplek niet goed ingericht is en de computergebruiker gevoelig is voor letsel aan pezen en spieren, kan gemakkelijk pijn aan nek, schouder en pols optreden. Dit wordt aangeduid met CANS: Complaints of Arms, Neck and Shoulders – vroeger beter bekend als RSI.

4.1.1.1. Daarom is het belangrijk dat je goede apparatuur hebt en dat je werkplek voldoet aan de eisen die door de Arbodienst zijn opgesteld. De Arbodienst zorgt voor het verbeteren van de gezondheid, veiligheid en inzetbaarheid van mensen op de werkvloer.

4.2. Verslaving

4.2.1. Veel gebruikers van een smartphone of tablet zijn verslaafd geraakt aan het apparaat, zowel ouderen als jongeren.

4.2.1.1. Naar schattingen is zo’n vijf à tien procent van het totale aantal internetgebruikers verslaafd. Als ze niet achter hun smartphone of tablet kunnen, krijgen ze last van afkickverschijnselen.

4.3. Stress

4.3.1. Stress kan ontstaan door de information overload die mensen ervaren. Op talloze manieren komt zoveel informatie op ons af dat het onmogelijk is om alles te volgen en te verwerken. Sommige mensen hebben moeite de belangrijke informatie te scheiden van de zinloze boodschappen.

5. ICT en werkgelegenheid

5.1. Nieuwe functies

5.1.1. Voorbeelden van nieuwe functies die door de opkomst van ICT ontstaan, zijn:

5.1.1.1. programmeur: iemand die software applicaties ontwerpt, ontwikkelt en test;

5.1.1.2. systeemanalist: iemand die de informatiebehoefte van een bedrijf analyseert en nagaat in hoeverre het bestaande informatiesysteem aangepast moet worden om in die behoefte te voorzien;

5.1.1.3. systeemontwikkelaar: iemand die een informatiesysteem ontwikkelt volgens een vooraf vastgestelde methode;

5.1.1.4. netwerkbeheerder: iemand die verantwoordelijk is voor het goed functioneren van een bedrijfsnetwerk;

5.1.1.5. webdesigner: iemand die websites ontwerpt en ontwikkelt;

5.1.1.6. webmaster: iemand die websites beheert en de informatie actueel houdt;

5.1.1.7. database-administrator: iemand die ervoor zorgt dat de gegevens in (grote) gegevensbanken up-to-date blijven;

5.1.1.8. applicatiebeheerder: iemand die alle ins en outs van een applicatie kent (in de praktijk gaat dit vaak om enkele applicaties). Applicatiebeheerders houden zich vooral bezig met bedrijfsspecifieke toepassingssoftware.

5.1.2. Andere ontwikkelingen op de werkvloer:

5.1.2.1. Werken op afstand: datacommunicatie zorgt er voor dat werknemers ook buiten hun kantoor verbinding kunnen maken met het bedrijfsnetwerk.

5.1.2.2. Flexibele werkplekken: Om te besparen op ruimte en kosten gebruiken bedrijven flexibele werkplekken. Dit betekent dat alle werknemers een laptop en een (eventueel verrijdbare) opbergruimte ter beschikking krijgen, maar geen eigen werkplek.

6. Beperken van de nadelen

6.1. De ontwerpers van systemen moeten letten op het gebruiksgemak en de doelmatigheid.

6.2. De ontwerpers moeten de systemen zo ontwerpen dat de privacy en beveiliging goed beschermd zijn tegen onbevoegd gebruik.

6.3. Gebruikers moeten op verantwoorde wijze met de computer, smartphone of tablet omgaan en niet opzettelijk misbruik maken van de gegevens waartoe ze toegang hebben.

6.4. Ook is het belangrijk dat gebruikers van computer, smartphone of tablet de andere gebruikers integer en met respect behandelen.