Kunsteducatie Periode 1 Deveny van den Broek

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Kunsteducatie Periode 1 Deveny van den Broek Door Mind Map: Kunsteducatie Periode  1 Deveny van den Broek

1. Hoe dacht ik er eerst over?

1.1. Ik was niet open minded over andere culturen

1.2. Ik dacht iedereen op dezelfde manier naar mijn onderwijsmateriaal zou kijken, ongeacht welke culturele achtergrond je hebt.

1.3. Ik had geen besef van mijn eigen, Westerse bril.

2. Hoe denk ik er nu over?

2.1. Ik heb ontdekt dat leerlingen met verschillende culturele achtergronden degelijk invloed hebben op mijn onderwijs.

2.1.1. Ze kunnen mijn lesmateriaal anders interpreteren of verkeerd begrijpen.

2.2. Ik moet open minded worden om beter les te kunnen geven aan leerlingen met een andere culturele achtergrond.

2.3. Ook al kom ik uit een omgeving waar een racistische sfeer hangt, ik moet me daar niet verbonden mee voelen.

2.4. Ik heb een besef gekregen dat ik naar de wereld kijk ( en opvat ) met een Westerse bril. Hier moet ik me beter bewust van zijn en daarvan ook bewust zijn als ik lesmateriaal maak!

2.5. Ik vind dat leerlingen op een middelbare school enkele lessen Mediawijsheid gekregen moeten hebben. Zo kijken ze kritisch naar de wereld en naar het nieuws wat gegeven wordt via televisie, internet.

3. Les 1

3.1. Cultuur wordt gedefineerd als 'Het geheel van opvattingen, voorstellingen, symbolen, kennis, waarden, normen, gewoonten en gebruiken die mensen binnen een samenleving verwerven en overdragen langs de weg van bewuste en onbewuste leerprocessen' ( Bruin & Van der Heijde, 2007 )

3.2. Diversiteit, Inclusiviteit: Iedereen heeft even veel rechten en heeft dezelfde status, ongeacht welke culturele achtergrond je hebt.

3.3. Politiek Correct:

3.3.1. Vergaand empathie, begrip enz. voelen voor de 'Ander'. Omdat dat als ethisch goed geldt, soms met wegcijfering van eigen behoefte.Dit was voor in de 20e eeuw.

3.4. Politiek Incorrect:

3.4.1. Uitgaand van de noden van de eigen groep en cultuur, dit durven uiten ook als er mensen zijn die zeggen dat dit ethisch niet goed is. Dit gebeurt in de 21e eeuw.

3.5. Peter Knoope:

3.5.1. In het interview schetst Knoope een beeld van de niet-westerling die zich vooral ergert aan het te weinig stilstaan bij zijn eigen geschiedenis, de nieuwe vorm van kolonialisering door het voortdurend opdringen van democratische staatsvormen en de vernedering door het Westen. ,,Het westerse modernisme is geneigd hun visie op geschiedenis te ontkennen. En dat geeft een enorme kortsluiting", aldus Knoope.

3.5.2. Peter Knoope: ‘Westerse wereld voedt het terrorisme’ - Nieuwsshow

3.6. Chiharu Shiota in het Noordbrabants museum.

3.6.1. Hierbij worden universele begrippen zoals identiteit en herinnering op een verbluffend mooie manier vormgeeft.

3.7. Kortom: Als je over andere culturen wilt leren, moet je je bewust zijn van je Westerse bril, geïntresseerd zijn en het willen begrijpen.

4. Bronnenlijst:

4.1. Bruin, K. & Heijde, H. van der ( 2007 ). Intercultureel onderwijs in de praktijk. Bussum: Uitgeverij Coutinho

4.2. Minkov, M. & Hofstede, G.J. ( 1999 ). Kieskeurig. Handleiding in intercultureel lesmateriaal. Utrecht: Parel.

4.3. Geerts, W. & Kralingen van, R. ( 2016 ). Handboek voor leraren, blz. 171 Bussum: Uitgeverij Coutinho,

5. Les 2

5.1. Ken de cijfers

5.1.1. '160 Nederlandse jihadisten naar Syrië of Irak vertrokken. Dat zijn er 20 meer dan begin september.' - 7 november, 2014, RTL Nieuws

5.1.2. Hulplijn: minder jongeren radicaliseren dan eerst. De hulplijn, waar ouders sinds januari 2015 terecht kunnen met zorgen over radicaliserende kinderen, ziet in de afgelopen maanden een afname in het aantal telefoontjes. - 8 maart, 2016

5.1.3. Waarom?

5.1.3.1. Je hebt een beeld en praat, handelt en redeneert vanuit juist dát beeld.

5.1.3.1.1. Door de media denken wij dat de aantallen groter zijn, omdat het in de media groter wordt gebracht.

5.1.3.2. Je vertrouwt veel mensen, je praat snel mee met anderen.

5.1.4. Wat kan ik doen?

5.1.4.1. Je feiten kennen.

5.1.4.2. Je leerlingen betrekken en zelfverantwoordelijkheid meegeven.

5.1.5. Wat mij verbaasde qua cijfers: ''"Kiezers zijn niet negatiever geworden over immigratie. In de afgelopen 15 jaar zijn ze juist steeds positiever gaan denken over de multiculturele samenleving. En dat geldt niet alleen voor Nederland, maar voor vrijwel alle West-Europese landen."

5.1.5.1. Ik leef in gemeente Ruchpen.PowNed | Rucphen stemt PVV

5.1.5.1.1. Ik leef dan ook met veel mensen die tégen immigranten zijn. Hierdoor heb ik het beeld dat veel mensen zo dachten in Nederland. Het artikel hieronder verbaasde mij dan ook enorm.

5.1.5.2. Kiezer denkt positiever over multiculturele samenleving

5.1.5.2.1. Als ik dit op mijn Facebook zou zetten, zou ik waarschijnlijk negatieve reacties krijgen van mijn Facebookvrienden. Deze mensen zien het graag namelijk andersom en durven zelfs de concluderen dat dit artikel 'niet waar' is.

5.2. met-radicalisme-is-niets-mis-vindt-deze-pedagoog, Lex Bohlmeijer in gesprek met Stijn Siebelinck

5.2.1. Stijn Sibelinck is pedagogoog en al tien jaar bezig met radicalisering bij jongeren, onze maatschappij zou dat probleem verkeerd aanpakken. We denken alleen maar aan veiligheid, terwijl radicalisme vooral voortkomt uit een zoektocht naar zingeving en identiteit.

5.2.2. Jongeren in hun adolescentie zoeken naar zingeving en de maatschappij laat ze hierbij in de kwetsbare fase alleen staan.

5.2.3. Er zijn drie paden om radicaliserende jongeren naar Syrië te leiden.

5.2.3.1. Ellendige omstandigheden in de adolescentie: ze krijgen te maken met dood, echtscheiding of discriminatie.

5.2.3.2. Sommige komen uit stabiele gezinnen, waar een generatieconflict speelt: Ouders luisteren niet naar hun gepassioneerde drang naar een andere, betere wereld.

5.2.3.3. De laatste jongeren hebben van nature een radicale inslag, ze zouden het van hun ouders gekregen kunnen hebben.

5.2.4. Trainingsprogramma's voor ouders, leerkrachten etc. hoe ze oog kunnen krijgen voor wat er omgaat bij radicale jongeren, voor het te laat is. Bied warmte en stel grenzen. Uiteindelijk komt een goede opvoeding neer op je vermogen om je te verplaatsen in een ander die nog lang niet zo ver is als jij. Je moet vooral proberen te zorgen dat ze anders radicaal worden en ze geen geweld gaan gebruiken.

6. Les 3

6.1. Hoe gaan docenten om met radicalisering in de klas? - Buitenland - Voor nieuws, achtergronden en columns

6.1.1. 'Het klinkt misschien een beetje suf, maar ik heb gemerkt dat er beter met radicalisering wordt omgegaan bij instellingen die beleid hiervoor hebben. Leraren moeten al zoveel. Als radicalisering niet op het prioriteitenlijstje staat van de directie, gaat zoiets erbij hangen.'

6.1.2. 'Sommige docenten klappen dicht. Sommige docenten vinden het van nature leuk om het moeilijke gesprek aan te gaan. Het zou goed zijn als alle docenten meer doorvragen.' Maar wat als een leerling er niet over wilt praten?

6.1.3. Oplossing volgens het artikel: 'Het gaat erom dat leerlingen kritisch nadenken. Het vak mediawijsheid zou enorm kunnen helpen.'

6.1.3.1. ( Leerlingen krijgen al het vak Maatschappijleer, zou dit onderwerp niet daar besproken kunnen worden? )

6.2. Impliciete-associatietest

6.2.1. De test wordt vaak toegepast om onbewuste vooroordelen, of impliciete voorkeur ten aanzien van groeperingen in de maatschappij te meten.

6.2.1.1. Deze testte meer de reactiesnelheid, waardoor hij erg beinvloedbaar is.

6.2.1.2. De vooroordelentest is gebaseerd op de Harvard Implicit Association test. Het geeft de vooroordelen weer die we onbewust hebben.

6.2.2. Impliciete-associatietest - Wikipedia

6.3. Conflicthantering

6.3.1. Soorten conflicten

6.3.1.1. Interpersoonlijke conflicten

6.3.1.1.1. Binnen jezelf, jij vs. jezelf

6.3.1.2. Intrapersoonlijke conflicten

6.3.1.2.1. Persoon 1 vs. Persoon 2

6.3.2. Conflicthanteringsstijlen

6.3.2.1. Mening doordrukken

6.3.2.1.1. In een noodgeval

6.3.2.2. Vermijden, negeren

6.3.2.2.1. Bij onbelangrijke zaken

6.3.2.3. Toegeven

6.3.2.3.1. Om krediet op te bouwen

6.3.2.4. Samenwerken

6.3.2.4.1. Commitment nodig

6.3.2.5. Thomas Kilmanmodel

6.3.2.5.1. Geerts, W. & Kralingen van, R. ( 2016 ). Handboek voor leraren, blz. 171 Bussum: Uitgeverij Coutinho

6.4. Ethiopische Joden zijn niet joods genoeg in Israël

7. Les 4

7.1. Ik kan alles aardig goed

7.1.1. Merlijn Twaalfhoven is het schoolvoorbeeld van artistiek ondernemerschap. Hij is allround: bijzondere verbanden leggen en mooie, grensoverschrijdende verbindingen leggen.

7.1.2. Zijn doel: het ontwikkelen van voorstellingen die Een Zo Breed Mogelijk Publiek deelgenoot maken van «een totaalbeleving voor alle zintuigen

7.1.3. PopKunst – het Pop staat uiteraard voor Populair – is kunst die, «zonder concessies te doen aan de inhoud, een groot publiek kan bereiken; die aansluiting zoekt bij nieuwe publieksgroepen en probeert kunst te laten uitbreken uit de vastomlijnde kaders van de traditionele kunstinstellingen

7.1.4. Waarom moeten jonge kunstenaars zich zo afvragen wat hun functionele rol wordt in de wereld? Antwoord van Martijn: Het is de verantwoordelijkheid van de jonge kunstenaar om hun omgeving te leren verbaasd en verwonderd te blijven. Een essentiële rol: Veel kunstenaars vergeten dit soms en dan kunnen zij de wereld niet meer redden.

7.2. Geerts, W. & Kralingen van, R. ( 2016 ). Handboek voor leraren, blz. 171 Bussum: Uitgeverij Coutinho, blz. 347 - 359

7.2.1. Als op een school leerlingen uit diverse culturen zitten, heeft dat invloed op het onderwijs!

7.2.2. Opleidingsniveau van de ouders hebben een sterke invloed op de schoolkeuze.

7.2.3. Sommige leerlingen met een andere culturele achtergrond hebben een Sense of Belonging:

7.2.4. Zelfreflectie nodig om te laten zien dat jij zelf tolerant bent tegen iedereen. Je plaatst mensen toch in hokjes, je handelt bijna altijd op basis van vooroordelen. ( Kortom: Risico van beeldvorming. )

7.2.5. Pygmalioneffect

7.2.5.1. Wanneer jij je niet bewust bent van de stereotypen die je brein hanteert, dan doe je diegenen die je op basis van zo'n stereotype beoordeelt geen recht.

7.2.5.2. Jouw positieve of negatieve verwachtingen hebben effect op de resultaten van je leerlingen. ( Wanneer de leerkracht de boodschap uitzendt dat je weinig van je leerlingen verwacht, zullen hun resultaten daardoor negatief beïnvloedt worden.

7.3. Minkov, M. & Hofstede, G.J. ( 1999 ). Kieskeurig. Handleiding in intercultureel lesmateriaal. Utrecht: Parel.

7.3.1. Dit zijn de dimensies die je helpen om je bewuster te worden van je eigen mentale programmering, van iemand uit een ANDERE cultuur beter te begrijpen.

7.3.1.1. Machtsafstand: Waar ligt de grens als het gaat om het accepteren van mensen waarbij een ongelijke verdeling van macht op bijv. school is?

7.3.1.2. Individualisme vs. collectivisme: In hoeverre leven wij als samenleving in het individualisme of in het collectivisme? Dit heeft invloed op hoeverre kinderen het wij-gevoel krijgen.

7.3.1.3. Masculien vs. feminien: Masculiene maatschappij: De sekserollen zijn hier duidelijk gescheiden. De feminien maatschappij: De rollen zijn bescheiden en moeten teder voor elkaar zijn.

7.3.1.4. Onzekerheidsvermijding: In welke mate voelt men zich bedreigd door onzekere of onbekende situaties? Bijv. in een zwakke onzekerheidsvermijding groeien kinderen met soepele regels. Ze leren dat onzekerheid heel gewoon is.

7.3.1.5. Lange vs. korte termijngerichtheid: Een lange termijngericht is het streven naar beloning in de toekomst via volharding en spaarzaamheid. Korte: Nastreven van deugden gericht op het verleden en heden.