Klaproos, Anne-Fleur van der Heiden

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Klaproos, Anne-Fleur van der Heiden by Mind Map: Klaproos, Anne-Fleur van der Heiden

1. Onderwerp

1.1. Noor heeft een drugverslaafde moeder en stiefvader.

1.2. Verhaal is goed uitgewerkt

1.2.1. er komt duidelijk naar voor dat drugs je leven verpest

2. thematiek

2.1. titelverklaring

2.1.1. motief (=klaproos)

2.1.1.1. "Je kan een hele dag naast een klaproos zitten, maar ze klappen zo snel open dat je het nog steeds kan missen."

2.1.1.1.1. Je bent verslaafd nog voor je het weet

2.1.1.2. "Ze groeien op plekken waar alles dood is."

2.1.1.2.1. Een verslaving komt op zwakke momenten in je leven

2.1.1.3. "Klaprozen verwelken vanaf het moment dat je ze plukt."

2.1.1.3.1. Vanaf je één keer aan drugs doet, is het te laat

2.2. centrale thema

2.2.1. drugs

2.2.1.1. Moeder komt in een drugmilieu terecht en wordt verslaafd (door nieuwe vriend, Las)

3. tijd en ruimte

3.1. historische tijd

3.1.1. 21e eeuw

3.1.1.1. "Mijn opa belt, zijn stem klinkt zwak. Wat is er aan de hand, vraag ik. Ondertussen zet ik mijn computer uit. Ik pak mijn tas en loop naar de deur. Zit je al in de auto?"

3.2. geografische ruimte

3.2.1. Nederland

3.2.1.1. "Ik besluit dat het nog steeds mijn verjaardag is en neem de afslag naar Utrecht-West richting Oog in Al."

3.3. sfeerscheppende ruimte

3.3.1. hun huurhuisje die er rommelig bij ligt

4. structuur

4.1. verloop verhaal

4.1.1. chronologisch

4.1.1.1. hoe de moeder en haar vriend, Las, ten onder gaan aan de drugs

4.1.2. flashbacks

4.1.2.1. over hoe Noor zich voelde in de lagere -en middelbare school

4.2. relatie: verteltijd/vertelde tijd

4.2.1. verteltijd: 25 jaar

4.2.2. vertelde tijd: 3u

4.3. spanningsbouw

4.3.1. kennisvoorsprong

4.3.1.1. "Mijn spaarpot was 's avonds leeg, maar ik zou het terugkrijgen."

4.3.2. verhaal vertragen

4.3.2.1. flashbacks

4.3.3. personage zelf samenstellen

4.3.3.1. "Voor mooie vrouwen sta ik wel op."

4.3.3.2. Noor werd gepest met zweetoksels

4.3.3.3. had niet veel echte vrienden

5. personages

5.1. hoofdpersonage

5.1.1. Noor

5.1.1.1. round character

5.1.1.1.1. gevoelens en karakter komen duidelijk naar voren

5.2. antagonist

5.2.1. Las (stiefvader Noor)

5.2.2. Moeder (Noor)

5.3. nevenpersonange

5.3.1. Opa en oma

5.3.2. Moes (drugdealer)

5.3.3. Celia (hulp in het huishouden)

5.3.4. Tygo (ex-vriendje Noor)

6. vertelperscetief

6.1. belevende ik

6.1.1. "In de ene hand heeft hij een halve liter bier, in de andere hand een plastic tas met nog meer halve liters."

6.1.2. je weet hoe het personage zich voelt

6.2. vertellende ik (flashbacks)

6.2.1. "Met mijn nieuwe klas ging ik naar het pretpark."

6.2.2. je weet hoe het personage zich voelde