Hoe creëer je een KRACHTIGE LEEROMGEVING in de praktijk gezien vanuit een constructivistische vis...

Plan your website and create the next important tasks for get your project rolling

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Hoe creëer je een KRACHTIGE LEEROMGEVING in de praktijk gezien vanuit een constructivistische visie op leren ? by Mind Map: Hoe creëer je een KRACHTIGE LEEROMGEVING in de praktijk gezien vanuit een constructivistische visie op leren ?

1. LEREN IS EEN ACTIEF PROCES: Geef je leerlingen voldoende kansen om ZELF te ontdekken, denken en doen. Denken is (naast fysieke activiteiten) ook iets die kan aangewakkerd worden door de leerkracht!

1.1. ACTIVEREND ONDERWIJS: Leerlingen onthouden het minst door enkel te horen, zien en/of lezen. Durf verantwoordelijkheid bij de leerlingen te leggen en houd jezelf als leerkracht meer op de achtergrond, als begeleider.

1.1.1. leerlingen leren zichzelf en anderen kritisch te evalueren (REFLECTIE).

1.1.2. COMMUNICATIEVE EN SOCIALE VAARDIGHEDEN worden met deze werkvorm ook getraind.

1.2. ACTIVITEITSPRINCIPE: Je stelt regelmatig vragen, en liefst open vragen. Je reikt probleemstellingen aan, geeft opdrachten en maakt plaats voor discussie tussen de leerlingen.

1.2.1. tergelijkertijd leer je de leerlingen op een constructieve manier SAMENWERKEN in groep (discussies)

1.2.2. Je geeft de leerlingen optimale kansen om aan het woord te komen, wat TAALGERICHT LESGEVEN ten goede komt!

1.2.3. tegelijkertijd worden leerlingen getraind om zelfstandig te werken (ZELFWERKZAAMHEID)

2. LEREN IS CONTEXTGEBONDEN: leerlingen moeten weten wat de relevantie is van de leerstof voor hun dagelijkse (toekomstige) leven.

2.1. AANSCHOUWELIJKHEIDSPRINCIPE: door de leerstof met verschillende zintuigen én via voldoende verschillende voorbeelden te verwerken, verwijs je telkens naar de werkelijkheid. TIP: de 'gevalsmethode' is een samenwerkingsvorm waarbij een realistische situatie in groep wordt besproken. TIP: ASA- principe

2.1.1. cfr. LEERSTIJLEN

2.2. LEERMIDDELEN ACTUEEL HOUDEN. Een handboek sluit minder goed aan bij de realiteit en leefwereld van de klasgroep dan een ZELFGEMAAKTE UP TO DATE CURSUS.

2.2.1. Door eigen cursusmateriaal te ontwikkelen wijk je minder snel af van de LEERINHOUDEN en kan je je perfect aanpassen aan de BEGINSITUATIE.

2.3. een INDUCTIEVE OPBOUW VAN DE LEERINHOUD zorgt ervoor dat je vertrekt vanuit de realiteit/ praktijk.

2.3.1. De meeste soorten LEERSTIJLEN zijn hier bij gebaat. De ondernemer, observeerder en beslisser hun interesse wordt gewekt! Maar ook de theoreticus zal hierdoor de realiteit niet uit het oog verliezen.

3. LEREN IS DOELGERICHT: zonder de leerlingen waardevolle doelen te geven/ te laten opstellen zal je leerresultaat minder krachtig zijn.

3.1. VERSCHILLENDE SOORTEN lesdoelstellingen VOLGENS GEDRAGSNIVEAU'S moeten duidelijk worden meegedeeld aan de klasgroep. (vb. doelenlijst bij elk hoofdstuk)

3.1.1. door routinematig correct geformuleerde doelstelling op te stellen voor iedere les, heeft de leerkracht ook een LEIDRAAD voor de lesinhoud, wordt het leerplan gevolgd, en krijgt men meer inzicht/tips over de passende werkvorm.

3.1.2. als de lesdoelen duidelijk worden meegedeeld, kan het resultaat BETER worden GEËVALUEERD.

3.1.3. door verschillende soorten doelen op te stellen op niveau van kennis, inzicht, toepassing en integratie verkrijg je een DIEPGAANDE VERWERKING van de leerstof

3.2. HERHALINGSPRINCIPE: zonder herhalen van de leerstof worden de doelen misschien niet bereikt of is het leerresultaat niet blijvend.

3.2.1. door gespreide herhalingen over tijdspannes die kort genoeg zijn, krijg je als leerkracht feedback over het leerproces en kan je op tijd bijsturen.

3.2.2. als je veel herhaalt weten leerlingen perfect wat van hen verwacht wordt (het doel) en waar de nadruk op ligt.

3.3. Men zou snel de neiging hebben om te focussen op extrinsieke motivatie om naar de doelen te streven. Stimulatie van INTRINSIEKE MOTIVATIE is echter beter.

3.3.1. minder kans op NEGATIEVE FAALANGST

3.3.2. intrinsieke motivatie is verbonden met de LEERINHOUD en niet met een ander doel zoals bijvoorbeeld een beloning.

4. LEREN IS ZELFGESTUURD: leerlingen moeten 'leren leren'. Dit vereist metacognitieve kennis en vaardigheden.

4.1. INDIVIDUALITEITSPRINCIPE: niet elke leerling wordt even snel/ even vaardig in 'leren leren'. De leerkracht moet elke leerling op een andere manier aanpakken ( = differentiatie)

4.1.1. Bevordert het gebruik van 'ACTIVEREND ONDERWIJS' en hiermee ook de 'constructivistische visie op onderwijs'. In een meer objectivistische visie van onderwijs is differentiatie niet aan de orde.

4.1.2. Door UITBREIDINGSDOELSTELLINGEN te gebruiken geef je meer intelligente leerlingen de kans om hen naar een hoger niveau te tillen en blijft niet elke leerling hangen op het gemiddelde klasniveau.

4.1.3. Door elk individu evenwaardig te zien, behouden ook minder intelligente leerlingen hun MOTIVATIE EN ZELFVERTROUWEN. Als leraar mag je nooit vooroordelen hebben.

4.2. door FORMATIEVE EVALUATIE en PROCESEVALUATIE (van zichzelf of door een ander) wordt de leerling begeleid en opgeleid om zijn eigen leerproces bij te sturen.

4.2.1. EVALUATIES bewijzen ook hun voordeel voor de leerkracht (vb. lesdoelen bereikt? passende didactische aanpak? adequate leermiddelen? Voorkennis juist ingeschat?)

4.2.2. Door leerlingen te betrekken in evaluatiemomenten (vb PEEREVALUATIE) krijgen ze inzicht in het beoordelingsproces waardoor ze zichzelf (en anderen) beter kunnen beoordelen.

5. LEREN GEBEURT INTERACTIEF EN COÖPERATIEF:

5.1. SAMENWERKINGSVORMEN: bij GROEPSWERK wordt samenwerking gebruikt als LEERMIDDEL.

5.1.1. SOCIALE ONTWIKKELING wordt hierdoor gestimuleerd

5.1.2. tegelijkertijd wordt er TAALGERICHT LESGEGEVEN.

5.1.3. meer kans om METACOGNITIEVE VAARDIGHEDEN te ontwikkelen door je eigen leerproces te toetsen aan dat van medeleerlingen.

5.2. PEEREVALUATIE: samenwerken loopt pas goed als leerlingen leren op een constructieve manier feedback uit te delen.

5.2.1. Op die manier wordt de leerling niet enkel vanuit het standpunt van de leerkracht beoordeeld.

6. LEREN IS EEN CONSTRUCTIEF EN CUMMULATIEF PROCES: nieuwe kennis wordt geïnterpreteerd vanuit/ aangepast aan bestaande kennis.

6.1. INTEGRATIEPRINCIPE: Zorg ervoor dat de vorige leerstof wordt herhaald, dat je de link duidelijk maakt met de nieuwe en toekomstige leerstof, dat je vakoverschrijdende verbanden legt en telkens een samenvatting geeft van het geheel en niet van aparte delen van de leerstof.

6.1.1. tegelijkertijd zorg je hierdoor voor veel herhaling (cfr ' herhalingsprincipe')

6.2. de BEGINSITUATIE houdt meer in dan enkel de voorkennis achterhalen. Het is ook de leerstijlen, leertypes, culturele diversiteit, klaskenmerken, je eigen onderwijsstijl,... achterhalen door gebruik te maken van het leerplan, teamoverleg, leerlingvolgsysteem, ... TIP: placematmethode geeft inzicht in de voorkennis van je leerlingen.

6.2.1. lesdoelen, leerinhouden, didactische werkvormen en leermiddelen worden REALISTISCH/ HAALBAAR. Hiermee worden de didactische componenten uit het MODEL VAN GELDER aan elkaar aangepast, en niet op zich gezien.

6.2.2. Leerkracht kan interesse opwekken door zijn didactische aanpak afwisselend af te stemmen op één van de vier leerstijlen van Kolb. Op die manier leert elke individuele leerstijl ook de andere leerstijlen toe te passen --> HOGER LEERRENDEMENT !

6.2.3. tegelijkertijd wordt gedacht aan MULTICULTUREEL LESGEVEN !