Ethisch leiderschap

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Ethisch leiderschap by Mind Map: Ethisch leiderschap

1. sidestep naar Goleman, 1998, 2000: EI

1.1. zelfbewustzijn

1.2. zelfmanagement

1.3. sociale vaardigheden

1.4. empathie

1.5. motivatie

2. Rules of St. Benedict, ofwel de regels van de heilige Benedictus (ca. 480-547 na Chr.) opgeschreven in 70 hoofstukken (Chan, McBey & Scott-Ladd, 2011, JBE)

2.1. Leiderschap

2.2. Consulatieve benadering

2.3. Cultivering van nederheid en gehoorzaamheid

2.4. disciplinaire en beëindigingssytemetiek

3. effect

3.1. Brown, Trevino, Harrison 2005

3.1.1. effectiviteit van de leider

3.1.1.1. tevredenheid (met de leider)

3.1.1.2. extra inspanning (toewijding/OCB)

3.1.1.3. bereidheid problemen te rapporteren

3.2. Kalshoven, Den Hartogh, De Hoogh (2011, LQ)

3.2.1. vertrouwen

3.2.2. effectiviteit (leider en volger)

3.2.3. OCB

3.3. effect van ethisch leiderschap en medierende rol van gevoel van eigenwaarde (Avey, Palanski & Walumbwa, 2010, JBE)

3.3.1. OCB

3.3.2. vermindering van afwijkend gedrag

3.3.3. implications

3.3.3.1. dit gedrag kunnen de meeste managers bereiken, maar is wel onderwerp voor verder onderzoek

3.3.3.2. voor duurzame verbetering van ethisch gedrag moeten de persoon en de context worden ontwikkeld (cf Anand, Ashforth & Joshi, 2004, AME)

3.4. Kim & Brymer, 2011

3.4.1. tevredenheid bij supervisors

3.4.1.1. intent to leave

3.4.2. AOC

3.4.2.1. OCB

3.4.2.2. intent to leave

3.4.3. bereidheid problemen te rapporteren

3.4.4. bijzondere opmerking: in 2011 statistisch onderzoek gepubliceerd, verwerkt in SPSS 12.0 (p. 1023)

3.5. Piccolo et al., 2010 JOB

3.5.1. OCB

3.5.2. Taakprestatie

3.6. Yukl et al., 2010, JLOS

3.6.1. LMX

3.6.2. overall/managerial effectiveness

3.7. Brown & Trevino, 2006, LQ

3.7.1. follower ethical decision making, prosocial behavior, no counterproductive beh., follower satisfaction, motivation, commitment

3.7.2. big 5

4. waarom ethisch leiderschap?

4.1. leiders moeten zich ethisch gedragen t.b.v. CSR-doelen en reputatiebescherming (Kalshoven, Den Hartog, De Hoogh, 2011, LQ, p. 67)

4.2. charismatische leiders hebben de macht en gelegenheid om mensen te manipuleren en misleiden (Takala, 2010, Psychology, p. 59)

4.3. waarom onderzoek: bijdrage aan verbetering en effectiviteit (Brown & Trevino, 2006)

5. correlatie ethisch leiderschap met constructen (Brown, Trevino, Harrison, 2005)

5.1. 0: leeftijd, geslacht, sociale wenselijkheid

5.2. Positief: invloed, consideratie, rechtvaardigheid, vertrouwen

5.3. Negatief/niet gevonden: misbruik van toezicht

6. construct

6.1. Trevino et al., 2000a, b, in McCann & Holt, 2009, JBE: twee pijlers

6.1.1. moreel persoon

6.1.2. moreel manager

6.1.3. twee zienswijzes: shareholder en stakeholder (Barrile, 2002)

6.2. Burke, 2006, in Takala, 2010: 7 typen slechte leiders

6.2.1. incompetent: lack the skill or will to create effective action or positive change (JC!)

6.2.2. rigide (unwilling/unable to adapt to the new) JC!

6.2.3. gebrek aan zelfcontrole

6.2.4. behoeftes van anderen veronachtzamen

6.2.5. corrupt

6.2.6. insular (ignore needs and welfare of those outside the group) JC!

6.2.7. kwaadwillend

6.3. Yukl, Mahsud, Hassan, Prussia, 2011, JLOS

6.3.1. ELQ voor direct leidinggevenden

6.4. Trevino, Brown, Hartman (2003, p.5): transactionele component van ethisch leiderschap: communicatie en beloningssysteem

7. sidestep naar 6 leiderschapsstijlen uit Goleman, 2000

7.1. coercive (dwingend)

7.2. autoritair

7.3. affiliative (aansluiting zoeken)

7.4. democratisch

7.5. pacesetting (toon/tempo aangeven)

7.6. coaching

8. Trevino et al. (2003)

8.1. ethical neutral leadership (omdat onethisch leiderschap relatief zeldzaam is)

8.2. transactionele component ofwel instrumenteel ethisch: standard setting, reward system

8.3. sociaal in het oog springend: tonen van zorg, zorg voor maatschappij, lange termijn (p. 27-27)

9. implicaties (Trevino et al. 2003, p. 30): communiceer, kom uit het fort, het is niet voldoende alleen een goede padvinder te zijn: maak het publiek, care, communiceer regelmatig

10. Machiavelli

10.1. positiemacht

10.1.1. straf, beloning, hierarchie

10.2. positie en persoonsmacht

10.2.1. connectie, referentie, informatie

10.3. persoonsmacht

10.3.1. deskundigheid

10.3.1.1. Yukl, 2006, 6th Ed. (p.155-156)

10.3.1.1.1. belangrijke bron van persoonlijke macht, potentiële invloed, afhankelijkheid, op korte termijn perceptie van deskundigheid, zolang als de afhankelijkheid er is, technisch jargon, mysterieus

10.3.2. charisma

10.3.3. fysiek