Multiple Sclerose

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Multiple Sclerose by Mind Map: Multiple Sclerose

1. Een auto-immuunziekte gekenmerkt door ontstekingen aan de myeline

2. De diagnose wordt meestal gesteld tussen de leeftijd van 20 tot 40 jaar.

3. Zeldzaam bij kinderen

4. Begin bij volwassenen> 50 jaar is zeldzaam

5. Komt vaker voor bij vrouwen

6. Ziekte verloop is progressief

6.1. MS wordt geleidelijk aan erger.

7. Geen erfelijke ziekte

7.1. Het risico op MS neemt toe bij personen met een getroffen familielid

7.2. Mogelijkheid van het erven van een een genetische gevoeligheid voor een disfunctie van het immuunsysteem

7.3. Verhoogd risico bij vitamine D-tekort en roken

8. Ontstekingsreactie veroorzaakt activering van witte bloedcellen

8.1. Ontstaan van littekenweefsel

9. Rondom de zenuwen van en naar het centrale zenuwstelsel zit een beschermlaag: 'myeline', wat ervoor zorgt dat boodschappen vanuit de hersenen snel door de zenuwbanen vervoerd kunnen worden

9.1. Myeline bespaart energie

9.2. Verstoring van de myelineschede vertraagt het doorgeven en zorgt ervoor dat zenuwen snel vermoeid raken

9.3. Uiteindelijk worden de oligodendrocyten ook aangevallen

10. Door het littekenweefsel van het afsterven van de myeline ontstaan er plaques

10.1. Wordt beschouwd als de belangrijkste oorzaak van blijvende invaliditeit

11. Zeer divers en kan per zorgvrager enorm verschillen

12. Een goedaardige MS-patiënt blijft 15 jaar na het stellen van de diagnose volledig functioneel in alle neurologische systemen, 20% van de gevallen

13. Maligne MS - relatief zeldzaam, gekenmerkt door een snel begin en voortdurende progressie die binnen korte tijd leidt tot invaliditeit of overlijden

13.1. Ziekte van Marburg

14. Vormen van MS

14.1. Recidiverende en herstellende MS

14.1.1. Meest voorkomende vorm

14.1.2. Ziekteverloop met opflakkeringen en verbeteringen

14.2. Secundair progressieve MS

14.2.1. Onomkeerbare achteruitgang

14.2.2. tijdens de vroege stadia van MS overleven oligodendrocyten

14.2.2.1. 'cellen met een aantal takken' die alleen voorkomen in het centrale zenuwstelsel bestaande uit de hersenen en het ruggenmerg.

14.2.3. Geleidelijke verergering van de toestand

14.3. Primair progressieve MS

14.3.1. Geleidelijke toename van klachten

14.3.2. weinig tot geen opflakkeringen

14.4. Progressieve terugval

14.4.1. Gelijkmatige, aanhoudende achteruitgang

15. Nieuwe en terugkerende MS-symptomen die langer dan 24 uur aanhouden en geen verband houden met andere oorzaken

15.1. Verergerende factoren

15.1.1. Algemene achteruitgang van de gezondheid van de zorgvrager

15.1.2. Infecties

15.1.3. Ziekte van belangrijke orgaansystemen

15.1.3.1. -Ademhalingsstelsel -Circulatiestelsel -Bloed en afweersysteem -Zenuwstelsel -Zintuigen -Spijsverteringsstelsel -Nieren en urinewegen -Hormoonstelsel -Bewegingsapparaat en skelet -Huid en weefsel

15.1.4. stress

15.2. Tijdelijke verergering van de symptomen

16. Vroege symptomen omvatten gewoonlijk kleine visuele stoornissen, gevoelsstoornissen die zich ontwikkelen tot gevoelloosheid, zwakte, vermoeidheid

17. Meest voorkomende symptomen

17.1. Gevoelsstoornissen

17.1.1. Prikkelend,tintelend of branderig gevoel

17.2. Pijn

17.2.1. Pijn in de ledematen

17.2.1.1. Abnormale branderige en jeukende pijn

17.2.1.2. Verergert tijdens de nacht en bij inspanning

17.2.2. Abnormale branderige en jeukende pijn

17.3. Ogen

17.3.1. Oogzenuwontstekingen

17.3.2. Marcus Gunn pupil

17.3.3. Wazig zicht

17.3.4. Dubbelzien

17.3.5. Oogbewegingsbeperkingen

17.4. Bovenste motorische neuron syndroom

17.4.1. -Zwakte -Veranderde spierspanning -Afname van de spieractiviteit -Verminderd uithoudingsvermogen -Spasticiteit

17.5. Krachtverlies in ledematen, verminderen spierkracht en uithoudingsvermogen.

17.5.1. Tot volledige verlamming

17.5.2. Meest voorkomende vorm van pijn bij MS

17.6. Spierspasmen

17.6.1. Resulteert in vermoeidheid, verminderde mobiliteit, verminderde ADL's, pijn, contracturen, abnormale houding, slechte huidconditie, vallen

17.6.2. Kan verergeren door: vermoeidheid, stress, oververhitting, infecties, pijn

17.7. Vermoeidheid

17.8. Evenwichts- en coördinatiemoeilijkheden

17.8.1. Wordt vaak door buitenstaanders aangezien als dronkenschap

17.9. Spraakstoornissen, slikstoornissen

17.10. Cognitie

17.10.1. Problemen met concentratie, geheugen en het verwerken van informatie

17.11. Depressie

17.12. Blaas- en darmproblemen

17.12.1. Spasticiteit van de bekkenbodemspieren

17.13. Impotentie

18. Onderzoeken die helpen bij het stellen van de diagnose

18.1. MRI

18.1.1. Hersenen en ruggenmerg in beeld brengen

18.2. Geëvoceerd potentialen

18.2.1. Meten of de signalen worden doorgegeven door specifieke zenuwbanen

18.3. Lumbaalpunctie

18.3.1. Ruggenmergvocht wordt onderzocht op afwijkingen

18.4. Bloedonderzoek

18.4.1. Voor de uitsluiting van andere oorzaken

19. Behandelingen

19.1. Onderhoudsbehandeling

19.1.1. Aanvallende immuuncellen afremmen: interferon bèta, glatirameeracetaat en teriflunomide):

19.2. Symptoombehandeling

19.2.1. Behandeling voor specifieke klachten : blaasproblemen, obstipatie,..

19.3. Behandeling van opstoten

19.3.1. Cortisone toedienen en rust nemen