de Gouden Eeuw van Nederland

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
de Gouden Eeuw van Nederland by Mind Map: de Gouden Eeuw van Nederland

1. De situatie na 1588

1.1. De zeven gewesten van de unie van Utrecht zochten geen opvolger meer, voor Fillips de II. ze gingen verder als replubliek der zeven verenigde Nederlanden. de economie bloeide en kunst en wetenschap bereikten een verbluffend niveau.

2. land van regenten

2.1. Door de Nederlandse opstand hadden de gewesten en steden hun zelfstandigheid gered. de Republiek had geen centrale regering. Beslissingen verden pas genomen na lange overleg. Er waren soms wel honderden mensen bij betrokken. Het bestuur was in handen van regenten. De meeste regenten hoorden tot de handelselite. Nergens anders in Europa had de rijke stedelijke burgerij zoveel macht. Het werd bestuurd door een vroedschap het waren 24 tot wel 36 leden, ze benoemde meestal ook de andere regenten. De vroedschap was niet erfbaar. Ze zorgden er wel voor dat het zo veel mogenlijk in familie bleef.

3. Door wie werd de regering gekozen.

3.1. steden en staten

3.2. vroedschap (bestuur stad)

3.3. provinciale staten

3.3.1. stadhouder (legerleider)

3.3.1.1. baljuws

3.3.1.2. schauten en schepenen

3.3.2. landsadvocaat (minister- president)

3.4. staten- generaal (landelijk)

4. stapelmarkt

4.1. plaats waar goederen in pakhuizen worden opgeslagen en vandaar verder worden verhandeld in de 17e eeuw was Amsterdam de grootste stapelmarkt van de republiek.

5. gouden eeuw

5.1. Een gouden eeuw is een economische en cukturele bloeiperiode, zoals Spanje beleefde in de 16e eeuw. De Gouden Eeuw van Nederland was in de 17e eeuw.

6. regenten

6.1. hoge bestuurders in Nederlandse steden, gewesten en op het platteland, die de bovenlaag van de maatschappij vormden.

7. De stadhouder

7.1. De stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht en Overijssel was de machtigste man van de Republiek. Hij was opperbevelhebber van de leger en vloot. Stadhouders was zelfs het laatste benoeming van leden van de vroedschap. Maar hij was bepaald geen alleen heerser. zijn inspraak op de vroedschap was meer theorie dan praktijk.

8. handelsnatie

8.1. Nederland ging veel handelen, ze hadden allemaal dingen die ze zelf niet verhandelde bijvoorbeeld wol en kruiden. Door die handel met andere landen werd nederland veel welvaarder. Het werd de stapelmarkt van Europa.

9. kenmerkend begrip

9.1. De bijzondere plaats in staatkundige opzicht en de bloei in economische en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.

10. kijk naar het filmpje van 6.2