Blok 5: Naar de fabriek

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Blok 5: Naar de fabriek by Mind Map: Blok 5: Naar de fabriek

1. vroeger

1.1. kinderarbeid

1.1.1. het werk

1.1.1.1. saai

1.1.1.1.1. je let niet op!

1.1.1.2. gevaarlijke machines

1.1.1.2.1. gewonden

1.1.1.3. weinig loon

1.1.1.3.1. alle arbeiders zijn arm

1.1.1.3.2. kinderen krijgen NOG minder loon

1.1.1.4. lange dagen

1.1.1.4.1. geen vakantie, alleen zondag vrij

1.1.1.5. veel lawaai

1.1.1.5.1. kinderen werden er doof van

1.1.2. thuis

1.1.2.1. iedereen werkt op de fabriek

1.1.2.1.1. wie?

1.1.2.1.2. anders

1.1.2.2. 6 dagen, 12 uur lang

1.1.2.3. klein huisje

1.1.2.4. iedere dag aardappels

1.1.3. veel kinderen zijn ziek

1.1.3.1. de fabriek is stoffig en gevaarlijk

1.1.3.2. het huis is te klein en te vochtig

1.1.3.3. het eten heeft niet genoeg vitamine

1.1.3.3.1. alleen aardappels

1.1.3.3.2. geen groente

1.1.3.3.3. geen vlees

1.1.3.4. geen waterleiding, geen riool

1.1.3.4.1. mensen krijgen koorts: tyfus

1.2. naar school

1.2.1. veel kinderen in de klas, wel 60!

1.2.1.1. kleintjes en grote door elkaar

1.2.1.2. strenge straffen

1.2.1.2.1. plak

1.2.1.2.2. roede

1.2.1.2.3. pechvogel

1.2.1.2.4. ezelsoren, ezelsbord

1.2.2. de meester

1.2.2.1. geen tijd voor leerlingen

1.2.2.2. had nog allerlei andere baantjes

1.2.2.3. hulpmeester

1.2.2.3.1. anders krijg je nooit een beurt

1.2.2.3.2. handig als meester weg moet

1.2.2.3.3. soms een leerling

1.2.2.3.4. soms zijn vrouw of kinderen

1.2.3. leren

1.2.3.1. schrijven

1.2.3.1.1. lei en griffel

1.2.3.1.2. kroontjespen

1.2.3.1.3. ganzenveer

1.2.3.2. opzeggen

1.2.3.3. veel kinderen gingen niet naar school

1.2.3.3.1. ze moeten werken

1.2.4. zomervakantie, winterschool

1.2.4.1. in de zomer moesten boeren kinderen helpen op de boerderij

1.2.4.2. in de winter was er minder te doen, dan gingen ze naar school

1.2.5. leerplichtwet

1.2.5.1. de fabrieksdirecteuren balen

1.2.5.1.1. kinderen worden slimmer

1.2.5.1.2. kinderen komen niet werken

1.2.5.2. ouders zijn bang

1.2.5.2.1. hebben ze nou nog genoeg geld?

1.2.5.3. directeuren met moeilijke banen zijn blij

1.2.5.3.1. er komen nu meer slimme mensen

1.2.5.3.2. ook moeilijk werk kan gedaan worden

2. nu

2.1. moderne fabriek

2.1.1. mensen werken 8 uur per dag

2.1.2. vier weken vakantie

2.1.3. kinderen mogen niet werken

2.1.4. de fabriek is veilig, niet lawaaiig

2.1.5. robots doen 't zware werk

2.2. kinderrechten

2.2.1. Unicef helpt kinderen

2.2.1.1. Unicef beschermt jouw rechten

2.2.1.1.1. recht op onderwijs

2.2.1.1.2. recht op bescherming

2.2.1.1.3. recht op bescherming tegen kinderarbeid

2.2.1.1.4. recht op gezondheid

2.2.1.1.5. recht op onderdak

2.2.1.1.6. bescherming tegen geweld

2.2.1.2. Unicef wil kinderen inenten tegen ziektes

2.2.1.3. Unicef bouwt scholen

2.2.1.4. Unicef brengt eten naar hongerige kinderen

2.2.1.5. Unicef leert moeders voor baby's zorgen

2.2.2. in arme landen hebben kinderen het moeilijker dan wij

2.2.2.1. zorgen voor broertjes en zusjes

2.2.2.2. alleen 's ochtends vroeg naar school

2.2.2.3. na school werken

2.2.2.4. geen tijd voor huiswerk