Create your own awesome maps

Even on the go

with our free apps for iPhone, iPad and Android

Get Started

Already have an account?
Log In

Ontwikkeling van het kind by Mind Map: Ontwikkeling van het kind
0.0 stars - reviews range from 0 to 5

Ontwikkeling van het kind

puber

Een puber is een kind van 12 tot en met 17 jaar. In de puberteit vinden snelle veranderingen plaats op biochemisch niveau met gevolgen voor lichamelijke kenmerken en emotionele en sociale ontwikkeling. Bij een puber beginnen de voortplantingsorganen te functioneren en komen onder invloed van hormonen de secundaire geslachtskenmerken tot ontwikkeling. Dit is de periode waarin de puber van alles ontdekt, qua seksualiteit, en naar een partner (vriendje) uitkijkt. Televisie, internet en leesbladen spelen in die zoektocht een belangrijke rol. Ook krijgen pubers een zogenaamde groeispurt waardoor zij veel sneller groeien dan voor de puberteit. In westerse landen volgen pubers meestal onderwijs aan een middelbare school (vmbo, havo, middenschool, ASO, TSO, BSO, KSO of vwo). Sommige pubers hebben voor het eerst een baan of vakantiewerk (bijvoorbeeld krantenbezorger, vakkenvuller in een supermarkt) om geld te verdienen.

dreumes

Een dreumes is een kind van ongeveer 1 tot 2 jaar. Een dreumes leert onder andere spelen, torentjes bouwen met blokjes, traplopen en tegen een bal schoppen. Vooral de taalverwerving gaat nu met reuzenschreden vooruit.

fsadfasdf

peuter

Een kind tussen de 1,5 en de 4 jaar noemt men een peuter. De taalverwerving neemt explosief toe en ook cognitieve vaardigheden ontwikkelen zich snel. De groeisnelheid van het kind neemt af van ongeveer 25 centimeter per jaar naar ongeveer 8 centimeter per jaar. Een peuter leert zijn wereld kennen en komt belemmeringen tegen, zoals dingen die niet mogen van zijn ouders. Ook leert de peuter dat hij een individu is en leert zichzelf los te zien van zijn ouders. Dit kan leiden tot driftbuien, ook wel aangeduid met de "peuterpuberteit".

basisschool kind

Een schoolkind is een kind van 6 tot 12 jaar. In Nederland zit een schoolkind in groep drie tot en met acht van de basisschool. In Vlaanderen volgt het kind het eerste tot het zesde leerjaar van de lagere school. Het kind leert daar onder andere schrijven, lezen en rekenen. Leren speelt hierbij een belangrijke rol. Motorische vaardigheden kunnen nu worden aangeleerd. Schoolkinderen gaan naar clubs en verenigingen, waar onder andere zwem- en muziekles gegeven wordt, of stappen naar het deeltijds kunstonderwijs. Over het algemeen is er een steeds grotere variatie in prestaties tussen individuele kinderen. Meisjes worden uiteindelijk sneller rijp dan jongens die wat later volgen. In deze leeftijd zullen de kinderen langzamerhand leren met geld om te gaan en krijgen ze zakgeld van hun ouders. Het denken wordt nog steeds sterk beheerst door wat het kind waarneemt. Het kind ziet nog geen samenhangen, nog geen oorzaak-gevolg-verbanden. Dat betekent dat het nog niet denkt: als ik eerst dit doe, dan gebeurt er dit en vervolgens dat.

onderbouw kind

Deze kinderen zijn in toenemende mate in staat zich te verplaatsen in de gevoelens en de situatie van anderen en daarmee rekening te houden in het eigen gedrag (emotionele rolneming). Naast eenvoudige gevoelens als blij, boos, verdrietig en bang komen nu ook andere gevoelens en nuances van gevoelens binnen het bereik, bijvoorbeeld verlegen, onzeker, flink, stoer, tevreden, etc. Tussendoelen Kan een emotionele reden geven voor iemands gedrag. Kan zich verplaatsen in de gevoelens van anderen. Kan in het eigen gedrag rekening houden met de gevoelens en de situatie van anderen. In deze leeftijdsgroep komt de zintuiglijke rolneming doorgaans voluit tot ontwikkeling. Tussendoel Kan zich voorstellen en beschrijven wat een ander waarneemt vanuit een andere positie. Ook leren deze kinderen zich steeds beter in te leven in de bedoelingen van de ander en hun eigen gedrag hierop af te stemmen bij het samen spelen, bij conflicten, bij het maken en nakomen van afspraken en regels (motivationele rolneming). Dit is doorgaans nog wel beperkt tot situaties waarin bedoelingen zichtbaar worden geuit of eenvoudig uit de situatie zijn af te leiden. Tussendoel Kan zijn eigen gedrag afstemmen op de bedoelingen van anderen. De ontwikkeling van de vaardigheid conceptuele rolneming komt in deze periode langzaam tot ontwikkeling. Kinderen leren zich steeds beter te verplaatsen in de gedachtegang van personen uit verhalen en kunnen die kennis ook gaandeweg toepassen in spelsituaties, bijvoorbeeld door schijnmanoeuvres uit te voeren om de ander te misleiden. Tussendoelen  Kan de gedachten van personen uit verhalen verklaren. Kan zich verplaatsen in de gedachtegang van andere kinderen en daar in spelsituaties gebruik van maken.

bovenbouw kind

Vriendschappen met seksegenoten zijn nog steeds in, maar jongens en meisjes gaan zich meer voor elkaar interesseren: flirten en spannende spelletjes. Kinderen vertonen vaak nog een hoge mate van conformisme. Dit komt vooral tot uiting in een tamelijk stereotiep rolgedrag van jongens en meisjes. Er ontstaat meer aandacht voor seksualiteit als maatschappelijk verschijnsel. Stimuleren van oudere kinderen kan ook door hen de mogelijkheid te geven anoniem met vragen en problemen naar voren te komen. Bijvoorbeeld met behulp van een 'vragenbus' in de klas. Maar ook door ruimte te scheppen voor een individuele benadering. Bijvoorbeeld leesteksten, individuele werkstukken en opdrachten met anonimiteitwaarborg. Juist in de bovenbouw vraagt de soms grote onzekerheid om extra veiligheid. Er komt in deze leeftijdsperiode zo veel op hen af: wanneer 'ben' je op iemand; hoe moet je met iemand verkering maken en weer uitmaken; de verwarring van het verliefd worden; de soms nog grotere verwarring van het verliefd worden op iemand van hetzelfde geslacht; de opwinding over en verwarring om de dingen die met je lijf gebeuren. Opvallend hierbij is, dat de lichamelijke ontwikkeling van meisjes sneller verloopt. Langzamerhand dienen zich de eerste puberteitsverschijnselen aan. Soms al in de middenbouw, maar gemiddeld bij meisjes vanaf 10-jarige leeftijd: borstgroei, schaamhaar en menstruatie. Bij jongens vanaf gemiddeld 12-jarige leeftijd: groei van testikels en penis, schaamhaar en zaadlozing. Zowel bij meisjes als jongens bestaan er grote onderlinge verschillen doordat sommige kinderen enkele jaren eerder of later de puberteit binnenstappen. De lichamelijke veranderingen die ze bij zichzelf en bij leeftijdgenoten ontdekken, worden met gemengde gevoelens bekeken. Deze veranderingen wakkeren ook de belangstelling voor het eigen lichaam aan: wat is er leuk aan en wat niet? De vanzelfsprekendheid verdwijnt en er ontstaat vaak onzekerheid. Hierdoor gaan ze zichzelf vergelijken met leeftijdgenoten, maar ook met ideaalbeelden uit de media. Tussendoelen Kinderen beseffen dat verliefdheid kan verschillen in uitingsvorm, leeftijd en geslacht en welke reacties verliefdheid kan oproepen bij zichzelf en anderen. Kinderen beseffen dat contact leggen (versieren) en elkaar beter leren kennen belangrijk zijn voor het aangaan van een relatie en dat dat op verschillende manieren kan gebeuren. Kinderen zien in hoe sekserollen ontstaan en worden aangeleerd. Kinderen weten dat mensen kunnen kiezen voor verschillende relatievormen: samenwonen, trouwen, lat-relatie, man-man, vrouw-vrouw en dat daar door mensen verschillend over gedacht wordt. Kinderen weten dat uitingsvormen van en opvattingen over seks verschillen. Kinderen weten dat in de media nogal eens een onrealistisch of negatief beeld wordt gegeven van man of vrouw, seksueel gedrag, liefde en relaties en dat de commercie daarbij een rol speelt. Kinderen weten wat seksueel misbruik inhoudt en op welke manier ze eventueel om hulp kunnen vragen. Kinderen weten hoe de voortplanting verloopt (bevruchting, zwangerschap en geboorte). Kinderen weten dat mannen en vrouwen bij seksuele gemeenschap zwangerschap kunnen voorkomen met behulp van voorbehoedmiddelen. En dat niet alle religies het gebruik van voorbehoedmiddelen toestaan. Kinderen weten welke veranderingen de puberteit met zich meebrengt en dat veranderingen in de puberteit voor iedereen verschillend verlopen.

baby

Een baby is een kind tot ongeveer 1 jaar. Een baby wordt geboren met enkele reflexen maar ontwikkelt zich na verloop van tijd lichamelijk en geestelijk. Een baby leert onder andere zitten, staan en lopen, dit zijn grove motorische ontwikkelingen. Doordat de baby veel in aanraking komt met zijn ouders leert hij reageren op andere mensen. Dit is een sociale ontwikkeling. Een baby ondergaat ook veel 'fijne motorische ontwikkelingen' hij leert met zijn voetjes spelen en blokjes oppakken. Een baby wordt zo'n drie maal zwaarder dan bij zijn geboorte en ongeveer anderhalf maal zo lang.