Geschiedenis van de westerse filosofie

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Geschiedenis van de westerse filosofie by Mind Map: Geschiedenis van de westerse filosofie

1. De Atheense/Griekse periode "Vraag naar goed/kwaad, wezensdefinities, metafysica"

1.1. PLATO 427-347 v. Chr

1.1.1. Grotallegorie

1.1.2. Dualisme: Vormenwereld & ideeënwereld

1.1.3. Het goede = de werkelijkheid, kennis.

1.1.4. Kennis is herinnering

1.1.5. Slecht bestaat niet, onwetendheid enige zonde

1.1.6. Ideale staat (Ziel)

1.1.6.1. 1. Boeren en arbeiders (begerende deel)

1.1.6.2. 2. Soldaten (vurige deel; daden)

1.1.6.3. 3. Heersers (redelijke deel)

1.2. ARISTOTELES 384-322 v. Chr.

1.2.1. 1 wereld

1.2.2. Vorm/watheid & Materie/datheid

1.2.3. Pluralisme: wereld bestaat uit veelheid van substanties

1.2.4. Teleologisch: potentie & actualiteit.

1.2.4.1. Stofoorzaak

1.2.4.2. vormoorzaak

1.2.4.3. werkoorzaak

1.2.4.4. doeloorzaak: Eerste beweger

1.2.5. Morele filosofie

1.2.5.1. handelingen hebben een doel

1.2.5.2. Ultieme doel = Geluk

1.2.5.2.1. Materieel

1.2.5.2.2. deugdelijk (matiging in karaktertoestanden

1.2.5.2.3. Middels filosoferen

1.2.6. Logica

2. Middeleeuwen "Vraag naar geloof versus de rede + universalia"

2.1. AUGUSTINUS 354-430

2.1.1. Manicheïsme

2.1.1.1. eeuwige strijd tussen goed en kwaad

2.1.2. Neoplatonisme: Kwaad is een tekort

2.1.3. Alwetende God tegenover Vrije wil

2.1.3.1. God is eeuwig, buiten de tijd.

2.2. THOMAS VAN AQUINO 1225-1274

2.2.1. Aristoteles toepassen binnen Christendom

2.2.1.1. gematigd realisme

2.2.2. natuurlijke theologie: raakvlak tussen filosofie en geopenbaarde theologie

2.2.2.1. Godsbewijzen

2.2.2.1.1. eerste beweger

2.2.2.1.2. eerste oorzaak

2.2.2.1.3. mogelijkheid & noodzakelijkheid

2.2.2.1.4. tradities ???

2.2.2.1.5. teleologisch & ethisch (Geluk door godskennis: Ultieme aanschouwing)

2.2.3. hoogtepunt scholastiek

3. Moderne Tijd (16e-19e eeuw) "Wat is ware kennis?"

3.1. Rationalisme

3.1.1. DESCARTES 17e eeuw

3.1.1.1. wiskunde van het leven maken

3.1.1.2. Meditaties (o.a. Galilei)

3.1.1.2.1. radicale twijfel (zintuiglijke info onbetrouwbaar)

3.1.1.2.2. Bewijs God

3.1.1.3. Buitenwereld kaal, wiskundig meetbaar

3.1.1.3.1. waarneembare kwaliteiten komen uit het verstand

3.2. Empirisme

3.2.1. LOCKE 17e eeuw

3.2.1.1. Wat is mogelijk met ons verstand?

3.2.1.2. Tabula rasa

3.2.1.2.1. Enkelvoudige ideeën

3.2.1.2.2. Samengestelde ideeën

3.2.2. BERKELEY 17-18e eeuw

3.2.2.1. Alles wat wij waarnemen: Fenomeen van ons bewustzijn

3.2.3. HUME 18e eeuw

3.2.3.1. Enkelvoudige ideeën

3.2.3.1.1. waarneming (impressie)

3.2.3.1.2. ideeën

3.2.3.2. Samengestelde ideeën

3.2.3.2.1. 1. gelijkenis en verscheidenheid: verbinding van voorstellingen

3.2.3.2.2. 2. ruimtelijke of tijdelijke nabijheid

3.2.3.2.3. 3. causale verbinding

3.2.3.3. Dwalingen

3.2.3.3.1. Substantiebegrip

3.2.3.3.2. causaliteit

3.3. KANT 18e eeuw

3.3.1. Kritiek van de zuivere rede

3.3.1.1. Hoe zijn synthetische oordelen a priori mogelijk?

3.3.1.1.1. Transcendentale esthetica

3.3.1.1.2. transcendentale analytica

3.3.1.2. metafysica mogelijk? NEE

3.3.1.2.1. Fenomenale wereld: dat wat wij met ons verstand kunnen kennen.

3.3.1.2.2. Noumenale wereld: de niet te kennen werkelijkheid.

3.3.1.2.3. GOD, geloven mag. praktisch noodzakelijk.

3.3.2. Kritiek van de praktische rede (moraliteit)

3.3.2.1. Categorische imperatief

3.3.2.1.1. handel zodanig dat het aanvaardbaar is als iedereen dat doet.

3.3.2.1.2. behandel mensen als een doel, gebruik ze niet om een doel te bereiken.

3.3.2.1.3. plichtsbesef boven genegenheid

3.4. HEGEL 18e-19e eeuw

3.4.1. absoluut idealisme

3.4.1.1. werkelijkheid is alleen maar verstand/geest

3.4.1.2. fenomenologie van de geest

3.4.1.2.1. absolute geest

3.5. KIERKEGAARD 19e eeuw

3.5.1. antropologie

3.5.1.1. existentie moet betrekking hebben op individu

3.5.1.2. denken + bestaan = niet hetzelfde (aanval Hegel)

3.5.1.2.1. bestaan = onmeetbaar

3.5.2. geloof

3.5.2.1. mens moet loskomen van massa, enkeling voor God

3.5.2.1.1. over je eigen leven beschikken

3.5.2.2. valse christenen ontmaskeren

3.6. NIETZSCHE 19e eeuw

3.6.1. alle eerdere filosofie afwijzen

3.6.2. Alles is een leugen

3.6.3. god is dood!

3.6.3.1. bedreiging voor leven

3.6.3.2. nihilisme

3.6.4. Übermensch

3.6.4.1. de wil heeft de macht

3.6.4.2. wereld is dyonisisch

3.6.4.3. weet dat god dood is

3.6.4.4. bestand tegen "de eeuwige terugkeer"

3.6.4.4.1. overeenkomst samsara boeddhisme

3.6.4.4.2. 'zijn' is niet te overzien maar ook niet oneindig

3.6.4.4.3. rad van 'zijn'

4. Postmoderne tijd (20e eeuw) Vraag naar existentie (+vrijheid)

4.1. Fenomenologie

4.1.1. HUSSERL

4.1.1.1. grondlegger fenomenologie

4.1.1.1.1. phainesthai = aan het licht komen

4.1.1.2. wereld = leefwereld, BElevingswereld

4.1.1.2.1. solipsisme (er is maar 1 enkel bewustzijn

4.1.1.3. Tijd: ervaren tijd eeuwig hier/nu

4.1.1.4. intentionaliteit

4.1.1.4.1. bewustzijn is altijd ergens op gericht.

4.1.2. HEIDEGGER

4.1.2.1. Ontologische differentie

4.1.2.1.1. Verschil 'ZIJN' en 'zijnde'

4.1.2.1.2. Terug naar het 'zijn', het bestaan zelf

4.1.2.2. Dasein

4.1.2.2.1. Naam voor menselijk bestaan

4.1.2.2.2. Letterlijk: 'er-zijn'

4.1.2.2.3. betekenis van bestaan te vinden in de dood

4.1.2.2.4. bezit de wereld: Sorge, zorg voor de wereld om ons heeen

4.1.3. SARTRE

4.1.3.1. solipsisme?

4.1.3.1.1. Beschouwend bewustzijn

4.1.3.1.2. onbeschouwend bewustzijn

4.1.3.2. existentialisme

4.1.3.3. nietsheid

4.1.3.4. Vrijheid

4.1.3.4.1. mogelijkheid uit bestaande waarden te kiezen

4.1.3.4.2. niet absoluut

4.1.3.4.3. situering

4.1.4. LEVINAS

4.1.4.1. Husserl = te theoretisch

4.1.4.2. Jodendom uitgangspunt voor begrip 'zijn'

4.1.4.3. 'Il y a' 'er is'

4.1.4.3.1. Anoniem zijn ->mijn zijn

4.1.4.3.2. ego middelpunt eigen totaliteit

4.1.4.4. A/ander

4.1.4.4.1. 'iets' verschijnt altijd anders dan interpretatie/voorstelling/waarneming

4.2. Logisch positivisme

4.2.1. WITTGENSTEIN

4.2.1.1. feiten

4.2.1.1.1. Tractatus

4.2.1.1.2. structuur van taal = spiegel structuur v/d wereld

4.2.1.2. Linguistic turn

4.2.1.3. filosofie: meeste is onzinnig

4.2.1.3.1. waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen

4.2.1.4. ontwikkeling in persoonlijk denken

4.2.1.4.1. De betekenis van een woord is het gebruik er van.

4.2.1.4.2. Filosofie beschrijft maar geeft geen fundamenten, laat alles hetzelfde.