Online Mind Mapping and Brainstorming

Create your own awesome maps

Online Mind Mapping and Brainstorming

Even on the go

with our free apps for iPhone, iPad and Android

Get Started

Already have an account? Log In

Gezondheid 2.0 -samenvatting- by Mind Map: Gezondheid 2.0 -samenvatting-
0.0 stars - reviews range from 0 to 5

Gezondheid 2.0 -samenvatting-

  Ervaring is vooral van belang als de toekomst er hetzelfde uitziet als het verleden  

internetontwikkelingen

algemeen gangbare definitie

specifieke definities uit rapport gezondheid 2.0

  Internetontwikkelingen Het internet heeft ervoor gezorgd dat de informatiekloof tussen burger en professional is verkleind. Het aanbieden van informatie was in de eerste ‘internetjaren’ voorbehouden aan een beperkte groep leveranciers van informatie. Het web 1.0 kenmerkte zich door eenrichtingsverkeer van informatieleverancier naar internetgebruiker. De afgelopen jaren is het voor iedereen mogelijk geworden om informatie ‘op het web te zetten’. Iedereen kan immers tekst, gesproken woord, muziek, foto’s en filmpjes plaatsen via onder meer blogs, wiki’s en online discussieplatforms. Hyves, Facebook, Twitter en YouTube zijn bekende voorbeelden van dergelijke ‘sociale media’. Internetprogrammatuur en eenvoudige, goedkope technische hulpmiddelen, zoals webcams en mobieltjes met camera maken het de burger steeds meer mogelijk om op elk tijdstip te reageren op wat er om hen heen gebeurt. Deze nieuwe vorm van internetgebruik staat bekend als web 2.0.  

gezondheid, zorg en internet

algemene informatie

Uit een Europees onderzoek blijkt dat Nederland in de Europese Unie procentueel de meeste huishoudens met een internetaansluiting telt. Van alle huishoudens in de EU is 43 procent nog verstoken van internet, blijkt uit de zogeheten Eurobarometer. Het onderzoek naar de beschikbaarheid en het gebruik van internet, telefoon en televisie binnen de Europese Unie is uitgevoerd onder 27.000 huishoudens.   Lijstaanvoerder is Nederland, waar 89 procent van alle huishoudens een internetaansluiting heeft, waarvan 79 procent met breedbandsnelheid. België behaalt 60 procent, waarvan 54 procent een breedbandabonnement heeft. Daarmee zit het in de Europese middenmoot. Adsl is nog altijd de dominante breedbandtechniek. Opvallend in het onderzoek is dat 21 procent van de ondervraagden, waaronder ook mobiele internetgebruikers, denkt dat isp’s de toegang tot bepaalde onlinediensten en -toepassingen blokkeren. De EU onderzoekt momenteel of er extra maatregelen nodig zijn om de netneutraliteit te garanderen.   bron: http://www.grafyk.nl/nederland-koploper-internetaansluitingen   Breedbandgebruikers zijn verder lang niet altijd tevreden over hun aansluiting. Zo zegt bijna een derde dat downloadsnelheden niet constant zijn, terwijl 36 procent kampt met onderbrekingen in de verbinding. Een kwart meent dat de behaalde downloadprestaties niet overeenkomen met de contractvoorwaarden. Op het gebied van privacy en veiligheid geeft 84 procent van de huishoudens aan dat zij een waarschuwing willen krijgen wanneer persoonsgegevens bij bedrijven of overheden zijn ontvreemd. Ook zegt 45 procent van de gebruikers te vrezen dat sociale-netwerksites misbruik maken van de persoonsgegevens die zij inzamelen.

specifieke informatie uit rapport gezondheid 2.0

Gezondheid, zorg en internet Het internet heeft een belangrijke plaats in de maatschappij gekregen: ca. 90% van de huishoudens in Nederland heeft toegang tot internet. De laatste 10 jaar gebruikt de burger het internet om zich te informeren, ook over gezondheid en zorg. Wanneer men een gezondheidsprobleem heeft, is de meest gangbare eerste stap inmiddels ‘googlen’ via internet. Bijna eenderde van de internetgebruikers raadpleegt altijd of vaak internet, voordat men zijn huisarts bezoekt en een kwart raadpleegt internet na bij de huisarts te zijn geweest. Maar liefst een kwart van de internetgebruikers gebruikt fora of discussiegroepen op het gebied van gezondheid en zorg. Aanvankelijk gebeurde dit via websites van patiëntenverenigingen, nu in toenemende mate via online communities als Hyves en Facebook. Vooral chronisch zieken onderhouden lotgenotencontact.   Ongeveer de helft van degenen die lotgenotencontact heeft, - wisselt ervaringen over hun contacten met hun arts uit, - bespreekt internetinformatie met hun zorgverlener - en zoekt via internet naar informatie om de kwaliteit van artsen en ziekenhuizen te vergelijken.   Consumenten hechten veel meer waarde aan de mening van elkaar dan bijvoorbeeld aan advertenties in massamedia. Sociale media hebben mond-op-mond reclame, discussies op het schoolplein, in het buurthuis, en in de familie- en kennissensfeer sterk opgeschaald. Waartoe dit alles kan leiden, is in negatieve zin te zien bij de vaccinatie tegen baarmoeder- halskanker en in positieve zin bij de digitale IVF-poli van het Radboud- ziekenhuis in Nijmegen.

gezondheid 2.0

  Gezondheid 2.0 De maatschappelijke ontwikkeling die burgers met name door het gebruik van sociale media op het gebied van gezondheid en zorg dichter bij elkaar brengt, wordt gevat in het begrip ‘Gezondheid 2.0’. Gezondheid 2.0 kenmerkt zich door participatie - tussen patiënten onderling, - tussen professionals onderling en - tussen patiënten en professionals. Nieuwe technologieën, als wiki’s en online communities ondersteunen daarmee - zowel persoonlijke als - professionele besluitvorming over - gezondheid en zorgaangelegenheden, - informatie-uitwisseling, - samenwerking en - community building, gericht op het verbeteren van het eigen functioneren en van het zorgsysteem als geheel.  

commentaar

participatie

nieuwe technologien

besluitvorming

impact van gezondheid 2.0

  Impact van gezondheid 2.0 Gezondheid 2.0 houdt in dat de patiënt niet passief is, maar participeert en daarmee echt centraal staat. Dit laatste wordt niet langer met de mond beleden, maar het is realiteit. De patiënt krijgt meer mogelijkheden tot en ondersteuning bij zelfmanagement en door zijn deelname aan sociale netwerken komt er meer aandacht voor preventie, hetgeen de last voor het individu verlicht. Hij heeft de mogelijkheid regie over zijn eigen gezondheid te voeren, daarbij ondersteund door een netwerk van professionals en lotgenoten. Dit leidt tot een andere arts-patiëntrelatie, waarbij zowel de arts als de patiënt baat heeft. De arts krijgt een geïnformeerde patiënt tegenover zich aan wie hij niet de meest basale zaken hoeft uit te leggen, hetgeen zijn werk inhoudelijk aantrekkelijker maakt. Deze informatie heeft de patiënt voorafgaand aan het consult via internet tot zich kunnen nemen. De patiënt kent in beginsel de inhoud van zijn gezondheidsdossier, weet welke behandelingen mogelijk zijn en wat deze inhouden, en is op de hoogte van ervaringen van patiënten die in dezelfde situatie verkeren of verkeerd hebben. Naar aanleiding hiervan zal de patiënt vragen hebben die verdere uitleg noodzakelijk maken, welke vervolgens leidt tot een gezamenlijke beslissing over het meest geschikte behandelplan.   Niet alleen voor patiënt en zorgverlener, maar ook voor de overheid kan gezondheid 2.0 winst opleveren. Voor de overheid betekent een meer betrokken zorgconsument iemand die meer preventieve maatregelen neemt, meer therapietrouw is en meer aan zelfmanagement doet. Dit heeft een gunstig effect op de ontwikkeling van de zorgkosten, het vraagt immers een lagere inzet van professionals. Tegelijkertijd draagt het bij aan het verminderen van het dreigende arbeidstekort in de zorg. Het is dus ook in het belang van de overheid om belemmeringen voor de adoptie van gezondheid 2.0 zo veel mogelijk weg te nemen en de toepassing ervan, waar mogelijk, in goede banen te leiden.  

commentaar

patiënt

leidt tot andere arts-patiëntrelatie

belang van de overheid

waarom een advies voor gezondheid 2.0

Waarom een advies over gezondheid 2.0? Het is primair aan de burger om te bepalen of gezondheid 2.0 gerealiseerd wordt en hoe snel. Op het eerste oog lijkt een advies aan de overheid hierin niet te passen. Toch kan en moet de overheid een rol spelen. In de eerste plaats om zelf de mogelijkheden van gezondheid 2.0 te benutten rond het verwezenlijken van beleidsdoelstellingen. De overheid moet dus actief meedoen. Daarnaast zijn er belemmeringen voor de adoptie van gezondheid 2.0, waardoor de voordelen ervan niet worden behaald en de risico’s, zoals het handelen van burgers op grond van onjuiste informatie, werkelijkheid kunnen worden. De overheid moet erbij helpen deze belemmeringen weg te nemen of te verminderen.

commentaar

Het is primair aan de burger om te bepalen

de overheid moet een rol spelen

Belemmeringen voor gezondheid 2.0

Belemmeringen voor gezondheid 2.0 De huidige organisatie- en financieringsstructuur van de zorg past onvoldoende bij gezondheid 2.0. Verder zijn geïnstitutionaliseerde organisaties die weinig of niet genegen zijn zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden, gebaat bij een gezondheid 1.0-situatie. Een 2.0-situatie waarbij de zorgconsument zelf regie voert, maakt belangenorganisaties, als zij hun strategie niet wijzigen, deels overbodig. In het algemeen is de cultuur in de zorg onvoldoende gericht op vernieuwing. Niet alle partijen in het veld lijken bereid om transparantie te bevorderen. Deze factoren maken dat gezondheid 2.0 slechts langzaam van de grond komt.

commentaar

De huidige organisatie- en financieringsstructuur van de zorg past onvoldoende bij gezondheid 2.0

geïnstitutionaliseerde organisaties

Een 2.0-situatie

Niet alle partijen in het veld lijken bereid om transparantie te bevorderen.

bedreigingen

Bedreigingen Daar komt bij dat een deel van de zorgconsumenten onvoldoende bekend is met de kansen en bedreigingen van gezondheid 2.0 Aangezien in principe iedereen aanbieder van informatie in de 2.0-situatie is, wordt de kans op onbetrouwbare informatie nog groter dan in de 1.0-situatie. In de 2.0-situatie geven mensen hun privacy deels op omdat zij prioriteit geven aan de toegevoegde waarde van 2.0 boven hun eigen privacy, waardoor anderen daarvan misbruik kunnen maken.   In de praktijk zal een deel van de zorgconsumenten actief zijn in de gezondheid 2.0-situatie. Zij zullen profiteren van de mogelijkheden die 2.0 biedt, dit is onvermijdelijk. Dit kan ten koste van ‘kansarmen’ gaan. Voorkomen moet worden dat de digitale kloof en de zorgkloof tussen de ‘happy few’ en de rest van de samenleving groter wordt. Het is wenselijk dat de overheid ‘bijstuurt’ teneinde kansen die gezondheid 2.0 biedt, optimaal te benutten en de risico’s op negatieve effecten zo klein mogelijk te maken. Partijen in het veld dienen echter ook hun verantwoordelijkheid in deze te nemen.

commentaar

privacy

mogelijke digitale kloof

wat moet er gebeuren

Wat moet er gebeuren? De positieve elementen van 1.0 en 2.0 moeten gecombineerd worden. Zo moet medisch-inhoudelijke kennis door zorgverleners op een patiëntvriendelijke en begrijpelijke wijze beschikbaar gesteld te worden, bijvoorbeeld via een website van een ziekenhuis. Er zijn vele mogelijkheden, denk aan videos en podcasts over onderzoek en behandeling (bv. operaties) en aan blogs over nieuwe technologieën die de zorgaanbieder aanbiedt (1.0). Wanneer het gaat om met zorg opgedane ervaringen dan kunnen patiënten deze ervaringen delen (2.0). Alle actoren in de zorg dienen te beseffen dat zich een ontwikkeling in gang heeft gezet die niet te stoppen is en het nodig maakt erover na te denken hoe ermee moet worden omgegaan. Organisaties die niet of niet adequaat reageren, zullen in een moeilijke positie terecht kunnen komen. Gelet op de kansen die gezondheid 2.0 biedt, doen zij er goed aan de nieuw geboden kansen te benutten. Zij dienen in hun communicatie- en informatiestrategie te bepalen hoe sociale media ingezet moeten worden om hun (beleids)doelen te realiseren. Dit betekent bijvoorbeeld dat zij moeten bezien hoe zij burgers/verzekerden/patiënten betrekken bij nieuw beleid en hoe zij transparant kunnen zijn teneinde het vertrouwen van de burger te behouden of te (her)winnen.  

commentaar

combineer positieve elementen van

Organisaties die niet of niet adequaat reageren,

gezondheid 2.0 biedt kansen

wat moet de overheid doen

Wat moeten burgers en patiëntenorganisaties doen? De burger kan een grote bijdrage leveren aan het verschuiven van taken van professional naar burger. Dit begint bij lifestyle management en preventie om te voorkomen dat men aanspraak moet maken op zorg. Verder betreft het onder meer ‘administratieve handelingen’ ter voorbereiding van een consult, waaronder het digitaal aanleveren van gegevens en (intake) vragenlijsten. En ook zorg door de patiënt zelf: zelfmanagement, zoals bij diabetes, COPD, e.d. is steeds meer een optie, mede mogelijk gemaakt door nieuwe technologieën. Patiënten- en cliëntenorganisaties kunnen hierbij een rol vervullen. Zij kunnen het adequate gebruik van persoonlijke gezondheidsdossiers, onder meer ten behoeve van zelfmanagement bevorderen en kunnen door samen te werken eraan bijdragen dat patiënten met comorbiditeit niet aandoeningsspecifiek benaderd worden. Ook is het belangrijk dat zij activiteiten ontplooien om de kloof tussen degenen die wel en niet met internet en meer specifiek met gezondheid 2.0-toepassingen overweg kunnen, te verkleinen. Door gezondheid 2.0 toe te passen werken patiënten en zorgverleners actief samen. De doeltreffendheid en de kwaliteit van de zorg zal hierdoor toenemen.

commentaar

de overheid

wat moeten zorgaanbieders doen

Wat moeten zorgaanbieders doen? Zorgaanbieders doen er goed aan te bezien hoe zij sociale media kunnen inzetten om het contact met hun patiënten te optimaliseren. Patiënten hebben behoefte aan betrouwbare informatie en verwachten dat zorgaanbieders deze bieden. Dit vraagt enerzijds om een 1.0-benadering dat wil zeggen betrouwbare informatie aanbieden en anderzijds om een 2.0-benadering: profiteren van de ervaringen van patiënten. Zorgaanbieders en zorgconsumenten dienen samen te werken aan ‘shared care’, zoals het samen ontwikkelen van zorgstandaarden, waarbij zelfmanagement ook door zorgaanbieders aangemoedigd wordt. Zelfmanagement biedt immers interessante mogelijkheden. Het gaat hierbij om lifestyle management, preventie in plaats van medische zorg, en ook om autonomie van de patiënt. Bovendien kan zelfmanagement tot besparingen leiden.  

commentaar

de zorgaanbieder

samenwerking van Zorgaanbieders en zorgconsumenten

wat moeten zorgverzekeraars doen

Wat moeten zorgverzekeraars doen? Ook zorgverzekeraars kunnen bijdragen aan het bereiken van een ‘gezonde’ gezondheid 2.0-situatie. Zij hebben immers de mogelijkheid om verzekerden e-faciliteiten te bieden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het melden van met de zorg opgedane ervaringen door hun verzekerden op basis waarvan de zorgverzekeraar betere zorgproducten kan inkopen. Wanneer gezondheid 2.0-toepassingen gepaard gaan met een abonnementsvorm van deelname aan bepaalde communities kunnen verzekeraars de eraan verbonden kosten vergoeden, analoog aan de huidige vergoeding van het lidmaatschap van patiëntenorganisaties.   In relatie tot zorgaanbieders kunnen verzekeraars randvoorwaarden stellen door bij de inkoop van zorg voor functioneel bekostigde aandoeningen zelfmanagement als een substantieel onderdeel van het behandelprotocol of de zorgstandaard aan te merken, door zorgaanbieders te stimuleren om in hun communicatie met zorgconsumenten sociale media te hanteren, en door een tijdpad aan te geven waarbinnen aan de te stellen randvoorwaarden voldaan dient te zijn.  

commentaar

zorgverzekeraars

wat moeten burgers en patientorganisaties doen

Wat moeten burgers en patiëntenorganisaties doen? De burger kan een grote bijdrage leveren aan het verschuiven van taken van professional naar burger. Dit begint bij lifestyle management en preventie om te voorkomen dat men aanspraak moet maken op zorg. Verder betreft het onder meer ‘administratieve handelingen’ ter voorbereiding van een consult, waaronder het digitaal aanleveren van gegevens en (intake) vragenlijsten. En ook zorg door de patiënt zelf: zelfmanagement, zoals bij diabetes, COPD, e.d. is steeds meer een optie, mede mogelijk gemaakt door nieuwe technologieën.   Patiënten- en cliëntenorganisaties kunnen hierbij een rol vervullen. Zij kunnen het adequate gebruik van persoonlijke gezondheidsdossiers, onder meer ten behoeve van zelfmanagement bevorderen en kunnen door samen te werken eraan bijdragen dat patiënten met comorbiditeit niet aandoeningsspecifiek benaderd worden. Ook is het belangrijk dat zij activiteiten ontplooien om de kloof tussen degenen die wel en niet met internet en meer specifiek met gezondheid 2.0-toepassingen overweg kunnen, te verkleinen. Door gezondheid 2.0 toe te passen werken patiënten en zorgverleners actief samen. De doeltreffendheid en de kwaliteit van de zorg zal hierdoor toenemen.  

commentaar

burgers

Patiënten- en cliëntenorganisatie