Marketing Mix

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Marketing Mix Door Mind Map: Marketing Mix

1. Product

1.1. Assortiment

1.1.1. Breedte van het assortiment

1.1.1.1. Hoeveel verschillende productgroepen bied je aan?

1.1.2. Diepte van het assortiment

1.1.2.1. Hoeveel verschillende soorten van hetzelfde product bied je aan?

1.1.3. Hoogte van het assortiment

1.1.3.1. Hoe hoog is de gemiddelde prijs van het assortiment?

1.1.4. Consistentie van het assortiment

1.1.4.1. In hoeverre passen artikelen bij elkaar ?

1.2. Merk

1.2.1. Doel: product onderscheiden

1.2.2. Soorten merken:

1.2.2.1. Fabrikantenmerk

1.2.2.1.1. Paraplumerk

1.2.2.1.2. Collectief merk

1.2.2.1.3. Familiemerk

1.2.2.2. A-merk

1.2.2.2.1. >70 % verkooppunten

1.2.2.3. B-Merk

1.2.2.3.1. < 70% verkooppunten

1.2.2.4. C-Merk

1.2.2.4.1. Lage prijs & kwaliteit

1.2.2.5. D-Merk

1.2.2.5.1. Distributantenmerk

1.3. Overige productfactoren

1.3.1. Verpakking

1.3.2. Service

1.3.3. Garantie

1.3.4. Kwaliteit

1.4. Productlevenscyclus

1.4.1. Ontwikkeling & Introductie

1.4.1.1. Waarom duurt het even voordat een product goed verkocht wordt?

1.4.1.1.1. Weinig bekendheid

1.4.1.1.2. Weerstand (nieuw is eng)

1.4.1.1.3. Nog niet overal verkrijgbaar

1.4.2. Groeifase

1.4.2.1. Steeds meer mensen gaan het kopen

1.4.3. Volwassenheidsfase

1.4.3.1. Alle potentiële klanten zijn bereikt

1.4.3.1.1. Mensen die het product nieuw kopen

1.4.3.1.2. Mensen die het product OPnieuw kopen

1.4.3.2. Stay-out pricing

1.4.3.2.1. Prijzen zo laag dat nieuwe bedrijven niet willen toetreden

1.4.4. Verzadigingsfase

1.4.4.1. Iedereen die het product wil, heeft het gekocht

1.4.4.1.1. Winstmarge staat onder druk

1.4.5. Teruggangsfase

1.4.5.1. Afzet neemt af

1.4.5.1.1. Door beschikbare alternatieven

2. Prijs

2.1. Kostprijsberekening

2.1.1. Kostprijs

2.1.2. Winstopslag

2.1.3. BTW

2.2. Afgestemd op concurrentie

2.2.1. Me-too pricing

2.2.1.1. Op basis van prijs marktleider

2.2.1.1.1. Premium pricing

2.2.1.1.2. Discount pricing

2.2.2. Going rate pricing

2.2.2.1. Op basis van gemiddelde marktprijs

2.2.3. Put-out pricing

2.2.3.1. Prijzen zo laag dat concurrentie failliet gaat

2.2.4. Backward pricing

2.2.4.1. Op basis van beoogde marktprijs wordt teruggerekend wat een product mag kosten.

2.2.5. Price-fixing

2.2.5.1. Prijsafspraken tussen verschillende bedrijven = VERBODEN

2.2.5.1.1. Wordt gecontroleerd door AFM = Autoriteit Financiële Markten

2.3. Afgestemd op de vraag

2.3.1. Afroomstrategie

2.3.1.1. Begint met hoge prijs. Als niemand dan meer wil kopen, verlaag je de prijs.

2.3.1.1.1. Handig bij nieuwe producten

2.3.1.1.2. Hoge ontwikkelingskosten

2.3.1.1.3. Beperkte productiecapaciteit

2.3.1.1.4. Lastig om op grote schaal te verspreiden

2.3.1.1.5. Klanten niet reageren op prijsverlaging

2.3.2. Penetratiestrategie

2.3.2.1. Direct met een lage prijs en veel klanten

2.3.2.1.1. Lage ontwikkelkosten

2.3.2.1.2. Verwachting dat concurrenten snel met vergelijkbaar product komen

2.3.2.1.3. Mogelijkheid tot snelle productie en verspreiding

2.3.2.1.4. Doelgroepen die snel reageren op prijsverlagingen

2.3.3. Psychologische prijzen

2.3.3.1. €199 ipv €200 lijkt goedkoper

2.3.3.2. 3 halen 2 betalen

2.3.3.3. Lager dan adviesprijs fabrikant

2.3.3.4. Hoge prijs bij statusgoederen

2.3.3.5. Klanten denken: hoge prijs = hoge kwaliteit

2.3.4. Prijsdiscriminatie

2.3.4.1. Leeftijdsgroepen

2.3.4.2. Studentenkorting

2.3.4.3. Risico: mensen willen niet gediscrimineerd worden. Kan leiden tot reputatieverlies op social media

2.3.5. Prijskortingen

2.3.5.1. Tijdelijke verlaging van de prijzen

2.3.5.1.1. Introductieprijs

2.3.5.1.2. Clubkortingen / ledenkorting

2.3.5.1.3. Kwantumkorting

2.3.5.1.4. Tijdelijke reclame

2.4. Bij niet commerciële organisaties

2.4.1. Profijtbeginsel

2.4.1.1. Je betaalt als je het gebruikt

2.4.1.1.1. Paspoort

2.4.1.1.2. Tolwegen

2.4.1.1.3. Collegegeld

2.4.2. Lidmaatschap

2.4.3. Sponsoring

3. Promotie

3.1. Reclame

3.1.1. Paid Media

3.1.1.1. Advertenties

3.1.1.1.1. Gedrukte media

3.1.1.1.2. Outdoor media

3.1.1.1.3. Audiovisuele Media

3.1.1.1.4. Interactieve media

3.1.2. Owned media

3.1.2.1. Website, blog, social media

3.1.2.1.1. Content marketing

3.1.3. Earned Media

3.1.3.1. Mond-tot-mond reclame

3.2. Sales promotion

3.2.1. = (Tijdelijke) verbetering van prijs-waardeverhouding met als doel om meer te verkopen

3.2.1.1. Tijdelijke prijs korting

3.2.1.2. Meer inhoud voor dezelfde prijs

3.2.1.3. 3 halen 2 betalen

3.2.1.4. Gratis artikelen

3.2.1.5. Spaaracties

3.3. Persoonlijke verkoop

3.3.1. In de winkel aan de eindklant

3.3.2. Vertegenwoordigers naar de detailhandel

3.3.3. Telemarketing

3.3.4. Direct mailing

3.3.5. Colportage

3.3.6. Beurzen en tentoonstellingen

3.4. Televisiesponsoring

3.5. Sponsoring

3.5.1. Sportsponsoring

3.5.2. Cultuursponsoring

3.5.3. Podcast sponsoring

3.6. PR

3.6.1. Publieksvoorlichting

3.6.1.1. ANWB

3.6.2. Free publicity

3.6.2.1. Ryanair met staande stoelen

4. Plaats

4.1. Fysieke vestigingsplaats

4.1.1. Waar zitten mijn klanten?

4.1.2. Wat zijn de kosten?

4.1.3. Is er parkeerbehoefte en mogelijkheid?

4.2. Distributie kanalen

4.2.1. Directe distributie

4.2.1.1. Rechtstreeks aan de klant

4.2.1.2. Voordelen

4.2.1.2.1. Snel

4.2.1.2.2. Veel invloed op verkoopproces

4.2.1.2.3. Geen kosten voor tussenhandel

4.2.1.2.4. Snel informatie over de markt: feedback van klanten direct zichtbaar

4.2.1.3. Nadelen

4.2.1.3.1. Hoge kosten om eigen verkooporganisatie op te zetten

4.2.1.3.2. afzet mogelijkheden beperkt indien direct contact met klant nodig is

4.2.1.3.3. Beperkt tot de mensen die je kunt bereiken (bv via webshop alleen mensen op internet)

4.2.2. Indirecte distributie

4.2.2.1. Via detailhandel, supermarkten, importeur

4.2.2.1.1. Kort Kanaal = 1 tussenschakel

4.2.2.1.2. Lang kanaal = meer dan 1 tussenschakel

4.2.2.2. Voordelen

4.2.2.2.1. Groot bereik via bestaande kanalen

4.2.2.2.2. Goed voor producten waarbij weinig uitgelegd hoeft te worden

4.2.2.3. Nadlen

4.2.2.3.1. Niet geschikt voor producten waarbij veel moet worden uitgelegd

4.2.2.3.2. De weg naar klant is minder overzichtelijk

4.2.2.3.3. Moeilijk om informatie via de eindgebruiker te verzamelen.

4.2.3. Duale distributie / Multi-channeling

4.2.3.1. Bijv rechtstreeks aan de klant via het internet + via detailhandel.

4.2.3.2. Kan leiden tot kanaalconflicten

4.2.3.3. Cross-Channeling wordt steeds belangrijker

4.3. Distributiestrategie

4.3.1. Push strategie

4.3.1.1. Producent 'duwt' product de supply chain in door het aantrekkelijk te maken

4.3.1.1.1. Korting voor detailhandel

4.3.1.1.2. Bonussen bij veel afname

4.3.1.1.3. Krediet verlenen --> winkel betaalt pas later

4.3.2. Pull strategie

4.3.2.1. Producent wakkert eerst vraag naar product aan door reclame op TV, klant zal dan vanzelf om het product gaan vragen en detailhandels zullen het opnemen in hun assortiment.

4.4. Logistiek

4.4.1. Externe logistiek

4.4.1.1. Hoe krijg je producten bij de juiste organisaties?

4.4.2. Interne logistiek

4.4.2.1. Hoe zorg je dat de producten op de juiste plaats in jouw winkel komen?

4.5. Regels en overheid

4.5.1. Bestemmingsplan

4.5.1.1. Mag er wel een bedrijf gevestigd worden op de voorgenomen lokatie?