materieel en formeel strafrecht

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
materieel en formeel strafrecht Door Mind Map: materieel en formeel strafrecht

1. indeling van het recht

1.1. privaatrecht

1.1.1. regelt de juridische betrekkingen tussen burgers en of bedrijven onderling. Ook wel burgerlijk recht of civiel recht genoemd. onderwerpen civiele recht: echtscheidingen, arbeidsovereenkomsten, huur en eigendom.

1.2. publiekrecht

1.2.1. regelt de betrekking tussen burgers en de overheid en tussen overheden onderling. Publiekrecht is onder te verdelen in: - staatsrecht -bestuursrecht -strafrecht

1.3. staatsrecht

1.3.1. wordt geregeld in: -grondwet -gemeentewet -provinciewet Het staatsrecht heeft betrekkingen op organen van de staat. het staatsrecht regelt de verhouding van de organen tot elkaar en hun verhouding tot de burger.

1.4. bestuursrecht

1.4.1. De belangrijkste regels van bestuursrecht staan in de algemene wet bestuursrecht. het bestuursrecht beschrijft de regels waaraan de overheid zich aan moet houden bij het nemen van een besluit. De toezichthouder die toezicht houdt op deze wetgeving, vindt zijn bevoegdheden voornamelijk in de algemene wet bestuursrecht.

1.5. strafrecht

1.5.1. iemand die ervan verdacht wordt een overtreding of een misdrijf te hebben gepleegd, krijgt te maken met het strafrecht. openbaar ministerie brengt het strafrecht bij de rechter aan. Om te voorkomen dat burgers hun problemen onderling uitvechten. andere doelen van strafrecht zijn preventie en straf als vergelding.

2. Materieel strafrecht

2.1. 1 strafbepaling

2.1.1. artikelen waarin een bepaalde gedraging strafbaar is gesteld. een gedraging is een bepaalde handelen of nalaten. een starfbepaling beschriijft dus een strafbaar feit zoals vernieling, diefstal of wildplassen. een strafbepaling bevat ook de staf die maximaal op de overtreding van het strafbare feit is gesteld

2.2. 2 algemen bepalingen

2.2.1. staan in het eerste boek van het wetboek van strafrecht. algemene bepalingen beschrijven geen strafbare feiten. het zijn begrippen die betrekking hebben op strafbaarheid van strafbare feiten. bijvoorbeeld: - legaliteit -territorialiteit

2.3. wetboek van strafrecht

2.3.1. staat centraal binnen het materiele strafrecht. beschijft in het eerste boek namelijk de hiervoor genoemde algemene bepalingen. de algemene bepalingen gelden niet alleen voor de overtredingen en misdrijven uit het wetboek van strafrecht, maar gelden voor alle strafbare feiten uit de nederlandse wetgeving alleen een andere wet ( een wet in formele zin) kan afwijken van deze algemene bepalingen (Artikel 91 Wetboek van Strafrecht). Daarnaast bevat het Wetboek van Strafrecht de belangrijkste misdrijven en overtredingen uit onze strafwetgeving

2.4. legaliteits beginsel

2.4.1. De belangrijkste algemene bepaling uit het Wetboek van Strafrecht is artikel 1 van dit Wetboek. Dit wordt ook wel het legaliteitsbeginsel genoemd.

2.5. artiklel 1 lid 1 wetboek van strafrecht

2.5.1. Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling

2.6. strafbaarheid van en feit

2.6.1. dit beginsel zegt dat een feit alleen maar strafbaar kan zijn, als het strafbaar werd gesteld in een wettelijke strafbepaling. geen terugwerkende kracht

2.7. wettelijke strafbepaling

2.7.1. is een artikel dat een bepaalde gedraging (feit) strafbaar stelt. Een gedraging is een bepaald handelen of nalaten. Omdat er in dit artikel 1 gesproken wordt over wettelijke en niet over wet, kan een strafbepaling in een wet in formele zin zijn opgenomen en in een lager wettelijk voorschrift. Feiten kunnen dus strafbaar worden gesteld in een wet in formele zin en in een wet in materiële zin. De term wettelijk betekent dus, dat ook de ‘lagere wetgevers’ wettelijke strafbepalingen mogen vaststellen. Strafbare feiten vindt men terug in: - de wet (in formele zin) - een algemene maatregel van bestuur - een ministeriële regeling - een verordening of keur Het materieel strafrecht regelt dus de materie en geeft antwoord op de 4 w-vragen: - welke gedragingen zijn strafbaar? - welke straf is er ten hoogste op gesteld? - wie zijn daarvoor strafbaar? - wat zijn de omstandigheden die van belang zijn voor de strafbaarheid? De eerste twee worden beschreven in de strafbepalingen zelf. De laatste twee worden beschreven in de algemene bepalingen, en doelen bijvoorbeeld op: dader, medeplichtige, poging en strafuitsluitingsgronden.

3. formeel strafrecht

3.1. opsoringsbevoegdheden

3.1.1. vormen een belangrijk onderdeel van de strafvordering. Voorbeelden daarvan zijn: - staande houden - aanhouden - ophouden voor onderzoek - in verzekering stellen - fouilleren - in beslag nemen - het betreden of doorzoeken van plaatsen ter aanhouding of ter inbeslagneming

3.2. wetboek van strafvordeing

3.2.1. neemt een centrale plaats in binnen het formele strafrecht. Dit wetboek bevat namelijk het merendeel van alle opsporingsbevoegdheden die onderdeel zijn van de strafprocedure. En artikel 1 van dit wetboek is de basis voor strafvordering en wordt het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel genoemd.

3.3. bsis van strafvordering

3.3.1. Artikel 1 Wetboek van Strafvordering Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien. Artikel 1 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt hiermee dat strafvordering alleen bij wet geregeld mag zijn. Daarmee worden alle activiteiten bedoeld in de sfeer van: - opsporing - vervolging - berechting (eerste aanleg, hoger beroep, cassatie en herziening) - strafoplegging - de tenuitvoerlegging van straf of maatregel Met ‘bij wet’ in dit artikel wordt gedoeld op een wet in formele zin. Dit betekent dat ook een andere wet, zoals een bijzondere wet, formeel strafrecht kan bevatten. Voorbeelden van bijzondere wetten zijn: de Wet Wapens en Munitie, de Opiumwet en de Wegenverkeerswet. In deze wetten staan naast een groot aantal strafbare feiten, ook een aantal extra opsporingsbevoegdheden. De strafrechtspraak, een belangrijk onderdeel van de strafprocedure, wordt voor een belangrijk deel in de Wet op de rechterlijke organisatie geregeld. Door de woorden ‘bij wet’ in artikel 1 in het Wetboek van Strafvordering kan een ‘lager’ wettelijk voorschrift, zoals een algemene maatregel van bestuur, ministeriële regeling of verordening, GEEN formeel strafrecht bevatten. Met andere woorden: hierdoor hebben de ‘lagere wetgevers’ dus NIET de bevoegdheid om strafvorderlijke bepalingen zoals opsporingsbevoegdheden vast te stellen.