Menselijke seksuele response: Begrijpen van opwinding en orgasme

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Menselijke seksuele response: Begrijpen van opwinding en orgasme by Mind Map: Menselijke seksuele response: Begrijpen van opwinding en orgasme

1. Factoren die seksuele opwinding beïnvloeden:

1.1. Brein: Controlecentrum voor seksuele opwinding. We kunnen onszelf opwinden zonder sensorische input. Maar hoeveel controle iemand heeft en hoezeer iemand reageert op stmuli verschil.

1.1.1. limisch systeem: hypothalamus (seksuele responsen), hippocampus (geheugen en leren), amygdala (emotie regulatie) = plezier centrum.

1.1.2. Cerebrale cortex: controleert onze gedachten, geheugen, fantasieën en taal en kan daarom seksuele opwinding stimuleren of inhiberen door het aanmaken van DA en 5HT.

1.2. De zintuigen:

1.2.1. Tast: Primaire erogene ones: delen van ons lichaam waar veel zenuwuiteinden zitten waardoor het opwindend is als deze worden aangeraakt. Secundaire erogene zones: delen van ons lichaam die door conditionering ook voor seksuele opwinding kunnen zorgen.

1.2.2. Zien: Voor veel mensen net zo belangrijk als tast, maar stimuli kunnen verschillen over personen en culturen. Mannen worden sterker beïnvloed (volgens self-report). Maar als dit wordt gemeten met fysiologische metingen dan worden man en vrouw even sterk beïnvloed. Verklaring voor dit verschil kan de double standard zijn.

1.2.3. Reuk: Bewuste effecten zijn bepaald door onze eerdere leer ervaringen en culturele standaarden. Onbewust beïnvloeden feromonen ons. Het vemoronasal organ (VNO) is het deel van het olfactory systeem dat feromonen verwerkt bij mensen en dieren. Door feromonen gaan menstruatiecycli van vrouwen gelijk lopen, vertonen mensen meer seksueel gedrag en men kan zelfs (onbewust) onderscheid maken tussen de feromonen van homoseksuele en heteroseksuele mensen

1.2.4. Gehoor: Individuele voorkeuren voor geluid is meestal aangeleerd en kan helpen bij het klaarkomen.

1.2.5. Smaak: Lastig om los te nemen van geur. Wat seksueel plezierig is, is voor iedereen anders.

1.3. Hormonen:

1.3.1. Testosteron: Steroïde hormoon dat wordt uitgescheiden door de geslachtsklieren en de bijnieren bij man en vrouw. Is belangrijk in cruciale perioden tijdens de zwangerschap voor een normale seksuele opwinding. Bij mannen zorgt het voor een verhoogd seksueel verlangen en activiteit, hierdoor is er na castratie of bij hypogonadism vaak een verlies van libido. Ook bij vrouwen vind er na oophorectomy een verlies van libido plaats.

1.3.2. Oxytocine: zorgt voor vrijlating van melk tijdens borstvoeding, zorgt voor band ontwikkeling tussen partners (vrijgegeven tijdens fysieke intimiteit) en voor een verhoogd seksueel verlangen en activiteit

1.3.3. Substanties: afrodisiaca (stimuleren seksueel verlangen en gedrag) of an-afrodisiaca (verminderen seksueel verlangen en gedrag). Soms alleen invloed door het placebo effect (sterk geloof dat een substantie een effect gaat hebben wat ervoor zorgt dat het effect daadwerkelijk optreedt).

1.3.3.1. Afrodisiaca: Alcohol wanneer het in kleine hoeveelheden wordt geconsumeerd; XTC verhoogt verlangen en intenser orgasme maar zorgt voor erectieproblemen; Poppers intenser orgasme, maar ook hoofdpijn, misselijkheid en erectieproblemen; Marihuana: geen duidelijk effect. Viagra: geeft de capaciteiten om een erectie te krijgen en zorgt voor het vrijkomen van oxytocine.

1.3.3.2. An-afrodisiaca: Depo-Provera en SSRI's zorgen voor verminderen van seksueel verlangen door: verminderen van testosteron of het vermeerderen van 5HT in het brein.

2. Seksuele respons cyclus.

2.1. Masters and Johnson Model: Er zijn 4 fasen (maar geen duidelijke afbakening). Mannen gaan meer vloeiend door alle fasen heen terwijl er bij vrouwen veel variabiliteit plaats kan vinden. Kritiek: puur biologisch en geen plaats voor psychologische aspecten.

2.1.1. 1. Opwinding: Hierbij: Vasocongestion (bloed stroomt naar de genitaliën. Waardoor man een erectie en vrouw een vergrootte clitoris, schaamlippen en baarmoeder krijgt). Myotonia (vrijwillig en onvrijwillig aanspannen en loslaten van spieren in de genitaliën, maar ook in rest van het lichaam). Hart gaat sneller kloppen, sneller ademen en verander je van kleur (sex flush). Trigger en lengte verschilt over personen en situaties.

2.1.2. 2: Plateau: Seksuele spanning blijft doorlopen, het is een verlenging van de opwindingsfase waarin de vasocongestion en myotonia sterker worden. Mannen krijgen volledige erectie, vergrootte testikels en er komt voorvocht vrij. Vrouwen zwellen de tepels, vagina wordt langer en clitoris trekt zich terug in lichaam en begint de ontwikkeling van de orgasmic platform (Zwellen van de outerthird, begin van de vagina met veel zenuwuiteinden). Verlengen van deze fase kan zorgen voor intenser orgasme.

2.1.3. 3: Orgasme: Sperm retention mechanism: als een vrouw een orgasme bereikt is de kans groot dat ze in slaap valt en hierdoor het sperma verlies wordt geminimaliseerd en dat de contracties van de baarmoeder er voor zorgen dat het sperma verder de vagina in wordt gezogen, dus dat het doel van een vrouwelijk orgasme het behouden van zoveel mogelijk sperma in de vagina is. Mate-choice hypothesis: Het klaarkomen van vrouwen gebeurt alleen bij mannen die genetisch het beste zijn en het best een lange termijn partner zouden zijn. Altenatieve theorie: klaarkomen van vrouwen heeft geen biologische functie en is een bijproduct van dat het voor mannen zo belangrijk is om klaar te komen (als we ontwikkelen dan hebben we dezelfde voortplantingsorganen die zich pas later specificeren).

2.1.3.1. kans dat mannen een orgasme bereiken is groter. orgasme van vrouwen varieert in intensiteit, lichaamslocatie en emotioneel aspect. Mannen kennen 1 type van klaarkomen. Vrouwen kunnen meerdere orgasmen bereiken in korte tijd. Vrouwen faken sneller een orgasme dan mannen. Omdat: mate retention strategy (zorgen dat mannen niet vreemdgaan). Reden: zodat partner zich niet slecht voelt *voor vrouwen* of om de seks te beëindigen *voor mannen*.

2.1.4. 4: Resolutie: Als alle seksuele stimulatie stopt en kan na elke andere fase plaatsvinden. Genitaliën keren terug naar de normale staat. De duur van deze staat kan verschillen, evenals het gedrag dat wordt vertoond.

2.2. Het driefase model: Kaplan veranderde het model van M&J en voegde er een psychologische component aan toe. Maakte het model meer toepasbaar op de behandeling van seksuele stoornissen. Seksuele problemen kunnen in alle fasen voorkomen en is belangrijk te weten in welk niveau hij speelt. Kritiek: gaat vooral over seksueel verlangen maar seksuele activiteit ook al kan beginnen voordat er seksueel verlangen optreedt.

2.2.1. 1: Seksueel verlangen: Hier kunnen veel factoren invloed op hebben, biologisch en psychologisch, en zorgt voor de drive om seksuele activiteit te vervolgen.

2.2.2. 2: Opwinding (samenvoeging van opwinding en plateau)

2.2.3. 3: Orgasme.

2.3. Erotische stimulus pad theorie: Bevat 4 fasen. Kritiek: Gaat vooral over dat dit model veel nadruk legt op de psychologische en cognitieve aspecten en te weinig op de biologie.

2.3.1. 1: Seduction: Verwant aan seksueel verlangen, gaat over processen die seksuele activiteit kunnen stimuleren, maar in dit geval vloeit er verlangen voort uit gedrag dat wij toepassen om een ander te verleiden.

2.3.2. 2: Sensations: onze zintuigen en fantasieën creëren samen een verhoogde opwinding en zorgen voor het willen vervolgen van seksuele activiteit. Opwinding en plateau fase.

2.3.3. 3: Surrender: de controle loslaten en het overgeven aan een orgasme. Varieert tussen personen hoe goed dit gaat.

2.3.4. 4: Reflection phase: psychologisch interpreteren en betekenis geven aan de seksuele ervaring.