migratie en diversiteit

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
migratie en diversiteit Door Mind Map: migratie en diversiteit

1. 1) inleiding

1.1. sociaal werk en misverstanden

1.1.1. communicatie

1.1.1.1. eigen persoonlijkheid

1.1.1.2. persoonlijkheid gesprekspartner

1.1.2. misverstanden

1.1.2.1. ruis

1.2. cultuur

1.2.1. 4 elementen

1.2.1.1. taal

1.2.1.2. kennis

1.2.1.3. waarden en normen

1.2.1.3.1. geschreven

1.2.1.3.2. ongeschreven

1.3. diversiteit en superdiversiteit

1.3.1. kwantitatieve verschillen

1.3.1.1. minority- majority cities

1.3.2. kwalitatieve verschillen

1.3.2.1. diversiteit in diversiteit

1.3.2.1.1. wij- zij denken

1.3.3. een objectief sociologisch aspect dat nieuw is aan deze tijd

1.4. opbouw van cultuur

1.4.1. model van de werkelijkheid

1.4.1.1. hulpbron om de wereld te verklaren

1.4.2. model voor de werkelijkheid

1.4.2.1. normatieve kennis van waarden en normen

1.4.3. zingevend kader

1.4.3.1. van als voor werkelijkheid

1.4.3.1.1. betekenisverlening en zingeving

1.4.4. verbindend element

1.4.4.1. je deelt iets met anderen

2. 2) Drie benaderingen van diversiteit

2.1. culturaliserende benadering

2.1.1. cultuur staat centraal in communicatie

2.2. communicatieve benadering

2.2.1. TOPOI

2.2.2. dynamiek tussen cultuur en communicatie centraal

2.3. maatschappelijke benadering

2.3.1. structurele benadering

2.3.1.1. oog voor achterstelling sociale uitsluiting

3. 3) het TOPOI model

3.1. Argumentatie

3.1.1. transcultureel model

3.1.1.1. datgene dat de scheidingslijn tussen culturen overstijgt

3.1.2. de situatie en persoon centraal

3.1.3. breed toepasbaar

3.2. beginselen

3.2.1. circulaire beïnvloeding

3.2.1.1. constante wederzijdse beïnvloeding

3.2.1.2. je kan niet niet-communiceren

3.2.1.3. er is enkel aandeel

3.2.1.3.1. er is geen sprake meer van een schuldige

3.2.1.4. ook aandacht voor achterliggende (cultureel bepaalde) betekenissen

3.2.2. sociale representatie

3.2.2.1. wat?

3.2.2.2. collectief gedeelde waarden, normen, opvattingen en praktijken

3.2.2.2.1. waarneembare kant (gedrag)

3.2.2.3. invloed meestal niet bewust

3.2.3. betrokkenheid, inzet en respect

3.2.3.1. lichaamstaal (!)

3.2.3.2. bij storingen stel je je communicatie af

3.2.3.2.1. je verandert je manier van aanpak en niet je bedoeling

3.2.3.3. presentatie

3.2.3.3.1. open houding

3.3. kruispuntdenken: een en-en-verhaal

3.3.1. oog voor diversiteit in diversiteit

3.3.1.1. stereotyperend wij-zij denken overstijgen

3.3.1.2. erkenning meervoudige identiteiten

4. 4) De vijf gebieden van dichterbij

4.1. kernvragen

4.1.1. wat is mijn aandeel?

4.1.2. wat is het aandeel van de ander

4.1.3. wat is de invloed van sociale omgeving (...) op communicatie?

4.2. analysekader

4.2.1. vragen die misverstanden opsporen

4.3. interventiekader

4.3.1. suggesties om misverstanden aan te pakken

4.4. TOPOI

4.4.1. Taal: begrijpen wij elkaar?

4.4.1.1. verbaal

4.4.1.1.1. voldoende gemeenschappelijke taal

4.4.1.1.2. gedeelde betekenissen

4.4.1.1.3. taal kan een eerste barrière zijn

4.4.1.1.4. verschillende betekenissen en gevoelsladingen

4.4.1.1.5. impliciete taalgebruik

4.4.1.2. non-verbaal

4.4.1.2.1. afstandsgedrag kan cultuurgebonden zijn

4.4.1.2.2. feedback vragen

4.4.2. Ordening: com wij vanuit dezelfde referentiekader?

4.4.2.1. zienswijze

4.4.2.1.1. culturele achtergrond

4.4.2.2. snel interpreteren

4.4.2.3. collectieve en subjectieve verschillen

4.4.2.3.1. sociale representatie

4.4.2.3.2. herkaderen

4.4.2.4. drie manieren om hiermee om te gaan

4.4.2.4.1. de ander erkennen

4.4.2.4.2. vragen afstand te doen van handelingsrecht

4.4.2.4.3. ieder verschil vertrekt vanuit iets gemeenschappelijk

4.4.3. Personen: wie zijn we voor elkaar?

4.4.3.1. betrekkingsaspect

4.4.3.1.1. onderliggende relatie

4.4.3.1.2. interpersoonlijke perspectieven

4.4.4. Organisatie: hoe is het geregeld?

4.4.4.1. micro, meso, macro

4.4.4.2. regels, posoties, structuren, procedures en protocollen

4.4.4.2.1. de achtergrond kader het gesprek

4.4.4.3. knelpunt

4.4.4.3.1. lastige procedures

4.4.4.3.2. ingewikkelde regels

4.4.4.3.3. regelgeving moet respectvol en uitvoerbaar zijn

4.4.4.3.4. tijd en omgaan met tijd

4.4.5. Inzet: waarvoor doen we ons best?

4.4.5.1. onderliggende motieven en beweegredenen

4.4.5.1.1. achter elk gedrag ligt een positieve intentie

4.4.5.2. buitenkant (gedrag) kan verschillen van binnenkant (intentie)

4.4.5.3. erkenning tonen voor inzet

4.4.5.3.1. vorm van respect

4.4.5.4. drie manieren om inzet te erkennen

4.4.5.4.1. inleven in referentie kader van andere

4.4.5.4.2. invoegen van eigen zienswijze

4.4.5.4.3. beide zienswijze's samenbrengen