Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
5_het_kinderrechtenverdrag Door Mind Map: 5_het_kinderrechtenverdrag

1. Gezinswetenschappers

1.1. verschillende positie innemen m.b.t. implementatie van kinderrechten

1.2. ‘social policy administrators’ (‘technische professional’)

1.2.1. toepassen van regels

1.3. ‘agents of change’ (normatieve professional’)

1.3.1. reflexief over de principes m.b.t. kinderrechten

2. Agenda voor rechtsbescherming

2.1. 1. Kinderen hebben rechten (cf. rechtsbekwaamheid)

2.1.1. Decreet rechtspositie

2.2. 2. Kinderen moeten geïnformeerd worden over hun rechten

2.2.1. Jeugdinformatiebeleid (Kinderrechtswinkel, Kinderrechtencommissariaat)

2.3. 3. Kinderen moeten hun rechten kunnen uitoefenen (cf. handelingsbekwaamheid)

2.3.1. § 1. oefent de minderjarige de rechten, opgesomd in dit decreet, zelfstandig uit

2.3.2. § 2. artikelen 8, 13 en 22, zelfstandig uit op voorwaarde

2.3.2.1. hij tot een redelijke beoordeling in staat is

2.3.2.2. minderjarige van twaalf jaar of ouder wordt vermoed in staat te zijn

2.3.2.3. (DRP IJH, artikel 4)

2.4. 4. Kinderen moeten hun rechten kunnen afdwingen

2.4.1. Wetsvoorstellen jeugdadvocaten, spreekrecht, rechtsingang

2.5. 5. Belangen van kinderen moeten worden behartigd door henzelf of door anderen

2.5.1. Kinderrechtencommissariaat, WDYT?

3. handelingsbekwaamheid - Vb: decreet betreffende de participatie op school

3.1. betrokkenheid van leerlingen bij het schoolbeleid op andere wijzen verzekert én

3.1.1. de oprichting niet verzocht door tien procent van de leerlingen

3.2. alternatieve participatievormen worden niet als leerlingenraden beschouwd

3.3. in elke secundaire school wordt een leerlingenraad opgericht

3.4. (artikel 42)

3.4.1. In elke lagere school kan een leerlingenraad opgericht worden

3.4.2. wanneer ten minste tien procent van de leerlingen erom vragen

3.5. (artikel 43)

3.5.1. In het secundair onderwijs: verkozen door en onder de leerlingen

3.5.2. Iedere leerling verkiesbaar en is stemgerechtigd

3.5.3. stemming is geheim en verplicht

3.6. (artikel 44)

3.6.1. Leerlingen leerlingenraad kunnen voor de uitoefening van hun mandaat geen tuchtsancties oplopen

4. handelingsbekwaamheid - Vb: decreet betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de IJH

4.1. Beide kindbeelden (kwetsbare kind & autonome kind) vervat in IVRK

4.2. 3 P’s, maar dominante focus op participatie

4.3. (artikel 16)

4.3.1. recht op participatie bij de totstandkoming en de uitvoering van de jeugdhulp die hem wordt verleend

4.3.2. heeft het recht zijn mening vrij te uiten betreffende de jeugdhulp die hem betreft

4.3.3. aan de mening van de minderjarige wordt passend gevolg gegeven

4.3.3.1. de leeftijd en de maturiteit van de minderjarige

4.3.4. geen passend gevolg wordt gegeven, wordt dat afdoende gemotiveerd

4.4. recht op participatie bij die evaluatie (artikel 17)

4.5. recht om met medebewoners te vergaderen over aspecten van de jeugdhulpverlening (artikel 18)

4.6. (artikel 19)

4.6.1. regeling met betrekking tot de inspraak

4.6.2. inspraakorgaan of een inspraakprocedure

4.6.3. bij (semi-)residentiële jeugdhulpverlening gebeurt de inspraak collectief

4.6.4. elke minderjarige kan participeren aan de inspraak

4.6.5. voorziening biedt medewerking om de inspraak te realiseren

5. België/Vlaanderen

5.1. 1. Coördinerend minister kinderrechten

5.2. 2. Jaarverslagen jeugdbeleid en kinderrechten

5.3. 3. Vlaams Actieplan Kinderrechten

5.4. 4. Aanspreekpunten jeugd- en kinderrechtenbeleid

5.5. 5. Kind- en jongereneffectrapportage

5.6. 6. Staat van de jeugd

5.7. 7. Kinderrechtencommissariaat

5.8. 8. Kinderrechtencoalitie

5.9. 9. Reflectiegroep jeugd- en kinderrechtenbeleid

5.10. 10. Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind

6. Kinderrechtenverdrag

6.1. Adoptie 1989

6.1.1. ratificatie België: 1991

6.1.2. 196 verdragspartijen

6.2. Structuur

6.2.1. Preambule (niet-bindend)

6.2.2. 54 artikelen

6.2.2.1. Art 1-41: gewaarborgde rechten

6.2.2.2. Art 42-45: toezichtsmechanisme

6.2.2.3. Art 46-54: inwerkingtreding

6.3. basisbeginselen

6.3.1. 1. Non-discriminatie (art. 2 VRK)

6.3.2. 2. Belang van het kind (art. 3(1) VRK)

6.3.3. 3. Recht op leven, overleven en ontwikkeling (art. 6 VRK)

6.3.4. 4. Recht op participatie (art. 12 VRK)

6.4. Toezicht

6.4.1. Comité voor de Rechten van het Kind (18 experten)

6.4.2. Rapportage

6.4.2.1. Overheid

6.4.2.2. NGO’s (Kinderrechtencoalitie/CODE)

6.4.2.3. Kinderen en jongeren (What Do You Think?/Vlaamse Jeugdraad)

6.4.2.4. Kinderrechtencommissariaat

6.4.3. Concluding Observations (slotbeschouwingen)

6.4.4. Algemene commentaren

6.4.5. Individueel klachtrecht

6.5. 3P-indeling

6.5.1. Protectie

6.5.2. Provisie

6.5.3. Participatie

6.6. Comprehensiviteit

6.7. Aanvullende protocollen

6.7.1. inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en –pornografie (2000)

6.7.2. inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten (2000)

7. handelingsbekwaamheid

7.1. Divergente opvattingen

7.2. mate, aard en gevolgen van betrokkenheid/participatie

7.2.1. Een groeiende praktijk met “good practices” en innovatieve praktijken

7.2.2. mate van participatie blijft beperkt

7.2.2.1. Tokenism

7.2.2.2. onopgeloste machtsvraagstukken

7.2.2.3. betrokkenheid bij triviale materies

7.3. Uitgesloten groepen

7.3.1. kinderen met een beperking

7.3.2. kinderen uit etnisch-culturele minderheidsgroepen

7.3.3. jonge kinderen

7.4. Weinig bewijs van impact op aanbod

7.5. van ‘bevelshuishouding’ naar ‘onderhandelingshuishouding’

7.6. IVRK: “de zich ontwikkelende vermogens van het kind”