Jeugdzorg voor Jeugd en Maatschappij

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Jeugdzorg voor Jeugd en Maatschappij Door Mind Map: Jeugdzorg voor Jeugd en Maatschappij

1. Efficiente zorg

1.1. Voor de Samenleving

1.1.1. Productieoptimalisatie

1.1.1.1. Capaciteit en vraag

1.1.1.1.1. KPI: Toegangstijd < 30 dagen

1.1.1.1.2. KPI: Wachtlijst > 63 dagen = 0

1.1.1.2. Optimalisatie verblijfscapaciteit

1.1.1.2.1. KPI: 98% Bezetting

1.1.1.3. Optimalisatie Client contact

1.1.1.3.1. KPI: CCT 80% uren

1.1.2. Organisatie en Beheer

1.1.2.1. Personeel

1.1.2.1.1. In- en uitstroom

1.1.2.1.2. Verzuim

1.1.2.1.3. Competenties

1.1.2.1.4. Personeelskosten

1.1.2.1.5. POP

1.1.2.2. Financieel

1.1.2.2.1. Variabele kosten

1.1.2.2.2. Overhead

1.1.2.2.3. Volumeresultaat

1.1.2.2.4. Werkkapitaal

1.1.2.2.5. Solvabiliteit

1.1.2.3. Facilitair

1.1.2.3.1. KPI: Incidenten binnen 2 dagen opgelost

1.1.2.3.2. KPI: Groot onderhoud op schema

1.1.2.4. Kwaliteitsbeheer

1.1.2.4.1. KPI: HKZ Certificaat

1.1.2.5. ICT

1.1.2.5.1. Functioneel beheer

1.1.2.5.2. Technisch beheer

1.1.2.5.3. Informatiebeheer

1.2. Voor de Jeugdige

1.2.1. Zo licht mogelijk

1.2.1.1. KPI: ?

1.2.2. Zo kort mogelijk

1.2.2.1. Nominale hulpduur minimaal

1.2.2.1.1. KPI: ?

1.2.2.2. Gekozen programma op nominale duur

1.2.2.2.1. KPI: Hulpduur 100%

1.2.3. Dichtbij

1.2.3.1. KPI: ?

2. Effectieve zorg

2.1. Hulpvraag Beantwoorden

2.1.1. Realisatie van zorg doelen

2.1.1.1. Thema: Het meten van de doelrealisatie speelt dus eerst en vooral een rol in het primaire proces tussen hulpverlener en cliënt.

2.1.1.2. Instrumenten: Rapport stelt KWIS centraal. SRA werkt met vragenlijst doelrealisatie

2.1.1.3. KPI: > 60% Geheel of grotendeels

2.1.1.4. KPI: Meten over 60% uitstroom

2.1.2. Clienttevredenheid

2.1.2.1. Thema: De jeugdzorg in de grootstedelijke regio hoort ‘de beste zorg die je maar kunt krijgen’te zijn. Kwaliteitszorgsystemen van de zorgorganisaties worden nadrukkelijk gericht op hun effect op de zorgresultaten en de waardering daarvan door cliënten.

2.1.2.2. Instrument: Vragenlijsten bij uitstroom. De MO-Groep stelt de C-toets voor.

2.1.2.3. KPI: > 60% Tevredenheid

2.1.2.4. KPI: > 60% Respons

2.1.3. Reguliere beeindiging

2.1.3.1. Thema: Hulp die door de cliënt voortijdig wordt afgebroken is een signaal dat het aanbod wellicht niet afdoende op de hulpvraag is ingespeeld.

2.1.3.2. Instrument: Bureaus jeugdzorg en zorgaanbieders beschikken over de mogelijkheid om in hun registraties de reden van beëindiging van de hulp conform het gegevenswoordenboek van de jeugdzorg vast te leggen.

2.1.3.3. KPI: 95% regulier

2.2. Versterking Autonomie

2.2.1. Vermindering herhaald beroep

2.2.1.1. Thema: Voor bepaalde groepen cliënten kan het herhaald beroep doen op de jeugdzorg verstandig en noodzakelijk zijn. Over de hele linie gaat het er echter om dat zoveel mogelijk cliënten zodanig worden toegerust, dat ze zonder verdere intensieve steun door het leven kunnen gaan.

2.2.1.2. Instrument: Het opnieuw in het zorgsysteem komen en het volgen van cliënten door zorgsystemen vereist de invoering van een persoonsgebonden cliëntnummer waarmee landelijk door de bureaus jeugdzorg de zorgconsumptie is te volgen.

2.2.1.3. KPI: Herhaling tussen 30 en 180 dgn < 15%

2.2.1.4. KPI: Herhaling na 180 days <8%

2.2.2. Afname van de ernst

2.2.2.1. Thema: De mate waarin problematiek van de cliënt als ernstig is aan te merken, is afhankelijk van enerzijds de objectieve aanwezigheid van problemen en anderzijds de mate waarin de cliënt en zijn omgeving in staat is om met deze problematiek om te gaan.

2.2.2.2. Instrument: Q-STEP. Zorgaanbieders gebruiken een vragenlijst

2.2.2.3. KPI: Functioneren Jeugdige

2.2.2.4. KPI: Functioneren Gezin

2.2.3. Doorstroom naar lichtere zorg

2.2.3.1. Thema: De mate waarin cliënten doorstromen naar lichtere of juist zwaardere vormen van hulp geeft dan ook informatie over de mate waarin de jeugdzorg het ‘autonomie-doel’ weet te realiseren.

2.2.3.2. Instrument: Bureaus jeugdzorg beschikken over de mogelijkheid om in hun registraties de aard van of verwijzing naar vervolghulp vast te leggen: ● geen hulp meer nodig ● een lichtere vorm van hulp nodig ● een hulp van gelijke zwaarte nodig ● een zwaardere vorm van hulp nodig.

2.2.3.3. KPI: ?

2.3. Herstel van de veiligheid

2.4. Staken Recidive

3. Middelen doeltreffend en doelmatig

3.1. Vraagsturing

3.1.1. Capaciteit afstemmen op de vraag

3.1.1.1. BJAA als zorgmakelaar en inkoopadviseur van de SRA

3.1.2. Optimalisatie keten voorliggend

3.1.3. Optimalisatie nazorg

3.2. Van Doolhof naar Samenwerking

3.2.1. Aansluitigen

3.2.1.1. Onderwijs

3.2.1.2. Jeugdwerk

3.2.1.3. JGGZ

3.2.2. Gegevensuitwisseling

3.2.2.1. Casuistiek

3.2.2.2. Matchpoint

3.3. Minder maar beter verantwoorden

3.3.1. Vermindering Bureaucratie

3.3.1.1. Regeldruk in kaart brengen

3.3.1.2. Eenvoudige indicatieprocedure

3.3.1.3. Noodzakelijke informatie-overdracht

3.3.1.4. Zinvolle adequate protocollen

3.3.2. Meer op resultaatverantwoorden

3.3.3. Invoering bekostigingseenheden

3.3.3.1. Verblijf: Dagen en dagverblijf uren

3.3.3.2. CCT: ClientContactTijd

3.3.3.2.1. Face-to-Face

3.3.3.2.2. Point-to-Point

3.3.3.2.3. Ear-to-Ear

3.3.3.3. Heldere kostprijzen

4. Rechtmatigheid zorg

4.1. Geldig indicatiebesluit

4.2. Hulpverleningsplan als overeenkomst

4.3. Identificatie van de rechtmatige ontvangen

5. My Geistesblitzes

5.1. test brain