Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
09_Carl_Gustav_Jung Door Mind Map: 09_Carl_Gustav_Jung

1. icons by icon8

2. biografie

2.1. 1875 aan het Bodenmeer in Zwitserland

2.2. dagdromer met een rijke fantasiewereld

2.3. negende jaar, toen werd zijn zus geboren

2.4. epilepsie geassocieerd met de problemen op school

2.4.1. ijzeren wilskracht genezen

2.5. filosoof, historicus, antropoloog of natuurwetenschapper

2.5.1. droom de ingeving om zoölogie te gaan studeren

2.5.2. financiële situatie: medische faculteit

2.6. 1900 woordassociaties - Freud: vrije assaciatie

2.7. vond projectieve persoonlijkheidstest uit

2.8. 1910 de eerste voorzitter van de Internationale Psychoanalytische Associatie

2.9. Na W.O.I ontwikkelde hij zijn persoonlijkheidstheorie

2.9.1. “collectief onbewuste”

2.9.2. “archetypen”

2.9.3. expedities

2.9.3.1. inboorlingen van Afrika

2.9.3.2. Indianen in Amerika

3. het collectief onbewuste

3.1. “collectief onbewuste”

3.1.1. Giambattista Vico, Italië 1725

3.1.2. algemene deler onder de mensen

3.1.3. onze gedachten en gedragingen worden beïnvloed door het collectief onbewuste

3.2. onbewuste, automatische krachten

3.2.1. eenzelfde sociale instituties ontwikkelen zoals religie, gezin, overheid en militaire organisaties

3.2.2. dezelfde fundamentele problemen worden geconfronteerd

3.2.3. de mens geen nestvlieder, maar een nestblijver

3.2.4. de interactie met de menselijke natuur

3.3. collectieve representaties

3.3.1. Emile Durkheim

3.3.1.1. mythologieën als representatie van fundamentele menselijke aangelegenheden

3.3.1.2. ideeën die bij alle mensen leven maar alleen in mythen tot uiting komen

3.3.1.3. offers te brengen voor hun nationale vlag

3.3.1.3.1. vlag als collectief symbool

3.3.1.3.2. interactie tussen mensen

3.3.2. Lucien Lévy-Brühl (1857-1939)

3.3.2.1. van de ene generatie naar de volgende doorgegeven

3.3.2.2. bepaalde gevoelens in hen op zoals vrees, respect, verering, enz.

3.4. kern van dit onbewuste wordt bij Jung gevormd door symbolen

3.4.1. autonoom bestaan - worden niet bedacht

3.4.2. kunnen nooit actief tenietgedaan worden

3.4.3. symbolen en mythen ontstaan uit het collectief onbewuste

3.4.4. dezelfde symbolische motieven (religies, kunst, literatuur, toneel, dromen, enz)

3.5. combinatie

3.5.1. Durkheims collectieve representaties

3.5.2. Freuds individuele onbewuste

3.6. onbewuste collectieve ideeën of archetypen

3.6.1. in ieder individu aanwezig en bepalen het gedrag

3.6.2. vergelijken met de freudiaanse seksuele impulsen

3.6.3. beïnvloeden onze attitudes en opvattingen, onze voorkeuren en afkeuren

3.6.4. irrationele kracht die ons denken, gevoelens en gedrag motiveert

4. archetypen

4.1. geen freudiaanse “dierlijke” instincten

4.2. overgeleverd door traditie, migratie en erfelijkheid

4.3. omdag mensen reeds lang gemeenschappelijke ervaringen hebben

4.4. moeder archetype

4.4.1. overal ter wereld werden mensen door een moeder verzorgd

4.4.2. vrouwen baren kinderen

4.4.3. vrouwtjesdieren baren jongen

4.4.4. moeder aarde bergt ons

4.5. archetype van het leven als weg of een reis

4.6. archetype van het zelf

4.6.1. gevormd door voorvallen, ervaringen uit gebeurtenissen enz.

4.6.2. Het aspect dat orde en eenheid brengt in onze ervaringswereld is het Zelf

4.6.3. archetype van het Zelf voorgesteld als een cirkel van de dierenriem, een mandala

4.6.4. onze ervaringen rondom een stabiele kern ordenen

4.7. archetypen van de anima en de animus

4.7.1. vrouwelijk en het mannelijk beginsel

4.7.2. iedereen gevormd wordt volgens het mannelijk of vrouwelijk model

4.7.3. Chinese Yin/Yang-symbool

4.8. archetype is dat van de wedergeboorte of opstanding

4.8.1. een “herkansing” wenst voor het gekende, eindige leven

4.8.2. overgeleverd als een “proces”, bijna zoals een genetische overerving

5. Categorieën

5.1. archetypen die betrekking hebben op de persoon

5.1.1. archetype van het zelf

5.1.2. archetype van de anima en de animus

5.1.3. archetype van “persona” (masker) toevoegen

5.1.3.1. façade die we tegenover anderen opzetten

5.1.3.2. een rol op basis van de voorschriften van de samenleving

5.1.3.3. verschillende maskers gebonden aan cultuur, normen, waarden en gedragscodes

5.1.3.4. idee van het masker zelf is echter universeel

5.1.3.5. archetypisch aspect van de persoon is de “schaduw”

5.1.3.5.1. donkere kant van ons karakter

5.1.3.5.2. vaak enkel onbewust blijft

5.1.3.5.3. de demonen, boze geesten en duivels

5.2. 2. stereotiepe personages zoals

5.2.1. “de held”

5.2.1.1. kwaad bestrijden, de verdrukten redden

5.2.1.2. David en Goliath, Superman, Hercules, enz.

5.2.1.3. we creëren “helden” vb. sporthelden

5.2.2. “de tovenaar”

5.2.2.1. schelm of de tovenaar

5.2.2.2. allerlei grappen, grollen, eventueel met behulp van een toverformule

5.2.2.3. Puck uit Shakespeare's Midzomernachtsdroom, Tita Tovenaar, Merlijn, kabouters en trolletjes

5.2.3. “de oude wijze man”

5.2.3.1. de wijze, oude man

5.2.3.2. volmaakte scherpzinnigheid

5.2.3.3. Koning Solomon

5.2.3.3.1. bevel gaf de baby in twee gelijke helften te klieven - de vrouw die daartegen protesteerde, was de eigenlijke moeder en kreeg de baby

5.2.3.4. grote populariteit van goeroes of populistische politieke figuren

5.3. 3de categorie

5.3.1. machtsarchetypen: de adelaar, de leeuw, gebalde vuisten, enz.

5.3.2. getallen

5.3.2.1. getal zeven als weekgetal

5.3.2.2. vier verwijst naar de windrichtingen

6. introvert/ extravert

6.1. karakterattitudes

6.1.1. “introvert”

6.1.1.1. binnen is gericht

6.1.1.2. geremder, meer teruggetrokken, graag alleen, nadenkend, verlegen, defensiever, enz.

6.1.2. “extravert”

6.1.2.1. op de buitenwereld

6.1.3. meesten onder ons zullen zich op een schaal bevinden tussen de twee types

6.2. functionele typen - hoe nemen we de buitenwereld waar?

6.2.1. denken

6.2.1.1. intellectueel proces: wat is iets?, bevatten en kunnen begrijpen

6.2.2. voelen

6.2.2.1. evaluerende functie: waarde van iets?

6.2.2.2. we kunnen hierdoor ook boos worden, enz.

6.2.3. waarnemen

6.2.3.1. De waarnemingen informeren ons over de werkelijkheid

6.2.3.2. vertelt ons of en hoe iets bestaat, enz.

6.2.4. intuïtie

6.2.4.1. meer dan feiten en gevoelens

6.2.4.2. voorgevoelens, waarschuwt ons, geeft creatieve inspiratie enz.

6.3. “rationele functies”

6.3.1. denken en voelen

6.3.2. maken gebruik van ons oordeelkundig en verstandig vermogen

6.4. “Irrationele functies”

6.4.1. waarnemen en intuïtie

6.4.2. verstandelijke vermogens te boven

6.4.3. direct verbonden met de concrete wereld

6.5. acht persoonlijkheidstypen

6.5.1. 1. Het extraverte denktype

6.5.1.1. intellectueel probleem - logisch redeneren tot een oplossing komt

6.5.1.2. kunnen goed leiding

6.5.2. 2. Het introverte denktype

6.5.2.1. kamergeleerde of vakidioot

6.5.2.2. eigen subjectieve wereld denkt en leeft

6.5.2.3. zonder voldoende sociale contactvaardigheden

6.5.3. 3. Het extraverte gevoelstype

6.5.3.1. gezelschapsmens die graag met anderen praat en samenwerkt

6.5.3.2. vooral uit is op de goedkeuring van de anderen

6.5.4. 4. Het introverte gevoelstype

6.5.4.1. laat zich leiden door eigen overtuigingen

6.5.4.2. is gereserveerd en draagt vaak een masker

6.5.4.3. stille waters met diepe gronden

6.5.5. 5. Het extraverte waarnemingstype

6.5.5.1. zich verlustigen aan concrete zintuiglijke ervaringen

6.5.5.2. de lekkerbek, de estheticus, de fanatieke voetballiefhebber, enz.

6.5.6. 6. Het introverte waarnemingstype

6.5.6.1. praktisch en heeft oog voor detail

6.5.6.2. houdt er nogal eens een merkwaardige perceptie van de werkelijkheid na

6.5.7. 7. Het extraverte intuïtieve type

6.5.7.1. voert zijn plannen impulsief uit

6.5.7.2. houden niet van routine en

6.5.7.3. vinden details onbelangrijk

6.5.7.4. de magnaten en politici

6.5.8. 8. Het introverte intuïtieve type

6.5.8.1. houdt zich vooral bezig met zijn innerlijke visie

6.5.8.2. een mysticus, een kunstenaar of een andere creatieve doch zonderlinge figuur

6.5.8.3. die het heel wat moeite kost om erkenning te krijgen